De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde tweede lid «tien jaar»
vervangen door «twintig jaar».
II
In artikel II, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde tweede lid «tien jaar»
vervangen door «twintig jaar».
III
In artikel III, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde tweede lid «tien jaar»
vervangen door «twintig jaar».
IV
In artikel IV, onderdeel I, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
V
In artikel IV, onderdeel J, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
VI
In artikel V, onderdeel E, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid «tien jaar»
vervangen door «twintig jaar».
VII
In artikel VI, onderdeel F, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
VIII
In artikel VII, onderdeel G, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
IX
In artikel IX, onderdeel I, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
X
In artikel X, onderdeel C, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XI
In artikel X, onderdeel P, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XII
In artikel XI, onderdeel E, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XIII
In artikel XII, onderdeel F, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XIV
In artikel XIII, onderdeel H, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XV
In artikel XIV, onderdeel I, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XVI
In artikel XVI, onderdeel B, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
XVII
In artikel XVII, onderdeel E, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».
Toelichting
Dit amendement handhaaft de huidige maximale terugkijktermijn van twintig jaar voor
gevallen waarin onverschuldigd betaalde socialezekerheidsuitkeringen het gevolg zijn
van opzet of misbruik (fraude). De in het wetsvoorstel voorgestelde verkorting van
deze termijn naar tien jaar wordt daarmee ongedaan gemaakt. De termijn van vijf jaar
voor overige gevallen blijft ongemoeid.
De indiener vindt het van groot belang dat misbruik van sociale voorzieningen hard
wordt aangepakt. Sociale zekerheid is bedoeld voor mensen die daarop rechtmatig zijn
aangewezen, niet voor personen die zich door opzet of misbruik gemeenschapsgeld toe-eigenen.
Wie willens en wetens ten onrechte uitkeringen ontvangt, moet ook na langere tijd
kunnen worden aangesproken op terugbetaling.
Fraudezaken komen soms pas na langere tijd aan het licht en zijn vaak complex, bijvoorbeeld
doordat sprake is van verhulde inkomsten, constructies of grensoverschrijdende elementen.
Onderzoek en bewijsvergaring kunnen daardoor veel tijd vergen. Een termijn van twintig
jaar voorkomt dat de mogelijkheid tot terugvordering vervalt terwijl een ernstige
fraudezaak nog niet volledig is opgehelderd.
Ceulemans