36 785 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)

Nr. 19 AMENDEMENT VAN HET LID CEULEMANS

Ontvangen 29 juni 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde tweede lid «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

II

In artikel II, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde tweede lid «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

III

In artikel III, onderdeel A, onder 1, wordt in het voorgestelde tweede lid «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

IV

In artikel IV, onderdeel I, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

V

In artikel IV, onderdeel J, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

VI

In artikel V, onderdeel E, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

VII

In artikel VI, onderdeel F, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

VIII

In artikel VII, onderdeel G, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

IX

In artikel IX, onderdeel I, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

X

In artikel X, onderdeel C, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XI

In artikel X, onderdeel P, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XII

In artikel XI, onderdeel E, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XIII

In artikel XII, onderdeel F, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XIV

In artikel XIII, onderdeel H, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XV

In artikel XIV, onderdeel I, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XVI

In artikel XVI, onderdeel B, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

XVII

In artikel XVII, onderdeel E, onder 1, wordt «tien jaar» vervangen door «twintig jaar».

Toelichting

Dit amendement handhaaft de huidige maximale terugkijktermijn van twintig jaar voor gevallen waarin onverschuldigd betaalde socialezekerheidsuitkeringen het gevolg zijn van opzet of misbruik (fraude). De in het wetsvoorstel voorgestelde verkorting van deze termijn naar tien jaar wordt daarmee ongedaan gemaakt. De termijn van vijf jaar voor overige gevallen blijft ongemoeid.

De indiener vindt het van groot belang dat misbruik van sociale voorzieningen hard wordt aangepakt. Sociale zekerheid is bedoeld voor mensen die daarop rechtmatig zijn aangewezen, niet voor personen die zich door opzet of misbruik gemeenschapsgeld toe-eigenen. Wie willens en wetens ten onrechte uitkeringen ontvangt, moet ook na langere tijd kunnen worden aangesproken op terugbetaling.

Fraudezaken komen soms pas na langere tijd aan het licht en zijn vaak complex, bijvoorbeeld doordat sprake is van verhulde inkomsten, constructies of grensoverschrijdende elementen. Onderzoek en bewijsvergaring kunnen daardoor veel tijd vergen. Een termijn van twintig jaar voorkomt dat de mogelijkheid tot terugvordering vervalt terwijl een ernstige fraudezaak nog niet volledig is opgehelderd.

Ceulemans

Naar boven