36 785 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN

Ontvangen 17 juni 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel F, onder 2, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

II

In artikel II, onderdeel F, onder 2, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

III

In artikel III, onderdeel F, onder 2, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

IV

In artikel IV, onderdeel J, onder 4, wordt in het voorgestelde negende lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

V

In artikel V, onderdeel F, onder 3, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

VI

In artikel VI, onderdeel F, onder 3, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

VII

In artikel VII, onderdeel G, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

VIII

In artikel IX, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

IX

In artikel X, onderdeel C, onder 3, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

X

In artikel X, onderdeel P, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

XI

In artikel XI, onderdeel E, onder 4, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

XII

In artikel XII, onderdeel F, onder 4, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

XIII

In artikel XIII, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde derde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

XIV

In artikel XIV, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

XV

In artikel XVI, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

XVI

In artikel XVII, onderdeel E, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder a, «redelijkerwijs duidelijk» vervangen door «voldoende kenbaar en begrijpelijk».

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe het criterium «redelijkerwijs duidelijk» nader te verduidelijken door te bepalen dat slechts sprake is van terugvordering indien het voor de betrokkene voldoende kenbaar en begrijpelijk was dat de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag werd verstrekt. In dit kader is van belang dat in Nederland circa 3 miljoen mensen moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, wat neerkomt op ongeveer één op de vijf volwassenen. Laaggeletterdheid gaat bovendien in veel gevallen gepaard met beperkte digitale vaardigheden en moeite met het begrijpen van overheidscommunicatie.

Dit betekent dat voor een aanzienlijke groep burgers niet zonder meer kan worden verondersteld dat zij de door de overheid verstrekte informatie begrijpen of kunnen doorgronden.

De huidige formulering laat aanzienlijke beoordelingsruimte, doordat zij uitgaat van wat een betrokkene had kunnen weten. Dit kan in de praktijk leiden tot uiteenlopende interpretaties en daarmee tot verschillen in toepassing. Door de norm te concretiseren wordt beter geborgd dat niet wordt uitgegaan van een abstracte veronderstelling van kennis, maar van wat feitelijk aan de betrokkene duidelijk is gemaakt. Met deze aanscherping wordt de voorspelbaarheid en rechtszekerheid vergroot en wordt beter aangesloten bij het uitgangspunt van het wetsvoorstel dat de menselijke maat centraal staat. Daarbij wordt de verantwoordelijkheid evenwichtiger verdeeld, doordat van het bestuursorgaan verwacht mag worden dat relevante informatie op een duidelijke en begrijpelijke wijze aan de betrokkene kenbaar is gemaakt.

Ergin

Naar boven