De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel XVIII wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-
2. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen twee jaar en vervolgens
telkens na twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een
verslag over de verschillen tussen bestuursorganen in het gebruik van waarschuwingen,
maatregelen, boetes en terugvorderingen op grond van deze wet.
Toelichting
Indiener beoogt met dit amendement inzichtelijk te maken of de verruimde beoordelingsruimte,
die met dit wetsvoorstel wordt geïntroduceerd, in de praktijk leidt tot effecten ten
aanzien van de rechtsgelijkheid in de uitvoering.
Het wetsvoorstel ziet toe op verruiming van de discretionaire bevoegdheid van bestuursorganen
bij de toepassing van handhavingsinstrumenten. Daarbij worden diverse open normen
geïntroduceerd, waaronder aard en ernst van de overtreding, mate van verwijtbaarheid
en de persoonlijke omstandigheden van een belanghebbende. De toepassing van dergelijke
open normen vergt een belangenafweging en laat per geval ruimte voor interpretatie.
Het risico hier is dat vergelijkbare situaties onterecht verschillend worden beoordeeld.
Dit wordt door de uitvoeringsinstanties zelf ook onderschreven.
Gelet op het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het daaruit voortkomende
vereiste van consistente toepassing van wettelijke voorschriften, acht de indiener
het wenselijk dat periodiek wordt beoordeeld in hoeverre de toepassing van deze wet
leidt tot verschillen tussen bestuursorganen bij de inzet van waarschuwingen, maatregelen,
boetes en terugvorderingen.
Dit amendement strekt ertoe om de regering eens in de twee jaar te verplichten gegevens
te publiceren, aan de Staten-Generaal, inhoudende gegevens waaruit blijkt dat gelijke
gevallen op gelijke wijze wordt behandeld. Daarmee wordt voldaan aan een instrument
voor parlementaire controle op de feitelijke werking en de instandhouding van bestuursrechtelijke
beginselen van behoorlijk bestuur.
Heutink