Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36782 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36782 nr. C |
Vastgesteld 3 maart 2026
Het voorliggende wetsvoorstel heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
Inleiding
De leden van de fractie van FVD hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel en de bijbehorende stukken. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog enkele vragen.
Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
De markt voor cryptoactiva maakt gebruik van technieken waardoor activa kunnen worden aangehouden zonder tussenkomst van traditionele financiële instellingen.2 Tegen deze achtergrond wordt in het wetsvoorstel voorzien in een rapportageverplichting voor aanbieders van cryptoactivadiensten.3 De leden van de fractie van FVD hebben vragen over de effectiviteit van de voorgestelde rapportageverplichtingen en plaatsen vraagtekens bij de mate waarin deze maatregelen daadwerkelijk zullen bijdragen aan het doel.
De leden van de FVD-fractie vragen of de regering een concreet voorbeeld kan geven van een situatie waarin een vergelijkbaar systeem van gegevensuitwisseling (zoals DAC7) daadwerkelijk heeft geleid tot een significante verbetering van de naleving, ondanks de eenvoud waarmee dergelijke digitale systemen technisch te omzeilen zijn. Hoe beoordeelt de regering de effectiviteit van deze wet, wetende dat gebruikers met eenvoudige middelen hun locatie kunnen maskeren en via buitenlandse wallets buiten de EU- of CARF-zone kunnen opereren, terwijl de markt voor cryptoactiva inherent grensoverschrijdend is?4
In de Memorie van Toelichting wordt erkend dat transacties zonder gebruik van een cryptoactivadienst, bijvoorbeeld via «persoonlijke wallets» of het gebruik van «decentralised exchanges (DEX)», niet onder de te rapporteren informatie vallen.5 Erkent de regering dat hiermee een structurele maas in de wet wordt gecreëerd die handhaving kan frustreren? Zo nee, hoe denkt de regering dit lek in de praktijk te dichten?
In de Memorie van Toelichting staan een aantal kanttekeningen aangegeven die de Belastingdienst in de uitvoeringstoets benoemt. Zo staat aangegeven dat met DAC8 de handhaving op het bezit van cryptoactiva slechts beperkt wordt verbeterd. De Belastingdienst kan bijvoorbeeld de verkregen transactiegegevens momenteel niet gebruiken voor de vooringevulde aangifte en gegevens zijn pas na een tijdrovende en kostbare analyse bruikbaar.6
Acht de regering het verantwoord om DAC8 in te voeren en daarmee te zorgen voor een structurele extra inzet van 126,1 fte7, terwijl de Belastingdienst zelf aangeeft dat de handhaving op het bezit van cryptoactiva hiermee slechts beperkt wordt verbeterd?8
Kan de regering toelichten hoe zij het tekort aan specialistisch personeel, zoals cryptoanalisten, denkt op te lossen, aangezien de Belastingdienst aangeeft dat deze medewerkers momenteel zeer lastig te vinden zijn?9
Hoe rechtvaardigt de regering de hoge incidentele administratieve lasten voor de in Nederland rapporterende aanbieders, die worden geschat tussen € 25 miljoen tot € 30,4 miljoen10, tegenover de conclusie dat de Belastingdienst slechts beperkt in staat wordt gesteld zijn handhavingsstrategie uit te voeren, zo vragen de leden van de fractie van FVD.11
In het wetsvoorstel wordt een bestuurlijke boete voorgesteld van maximaal de zesde categorie voor het opzettelijk of grofschuldig niet-nakomen van de in het wetsvoorstel opgenomen verplichtingen door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten.12 De leden van de FVD-fractie vragen tot slot hoe deze zware sanctie voor aanbieders zich verhoudt tot de erkenning dat de definities in het wetsvoorstel zo ruim zijn dat het voor een deel van de doelgroep onduidelijk zal zijn dat zij überhaupt een rapportageverplichting hebben.13
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien de nota naar aanleiding van het verslag met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 31 maart.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Ballekom
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
De Belastingdienst vermeldt in de kanttekeningen van de uitvoeringstoets dat er een ruime definitie wordt gehanteerd, waardoor het voor een deel van de doelgroep onduidelijk is dat zij een rapportageverplichting hebben op basis van deze wetgeving, zie: Kamerstukken II, 2024/2025, 36 782, nr. 3, pag. 30
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
De Belastingdienst vermeldt in de kanttekeningen van de uitvoeringstoets dat er een ruime definitie wordt gehanteerd, waardoor het voor een deel van de doelgroep onduidelijk is dat zij een rapportageverplichting hebben op basis van deze wetgeving, zie: Kamerstukken II, 2024/2025, 36 782, nr. 3, pag. 30
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36782-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.