Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 januari 2026
Op dinsdag 27 januari jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet
implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva (36 782). Dit wetsvoorstel voorziet in de verplichting voor aanbieders van cryptoactiva om
bij hun klanten gegevens over onder meer hun fiscale woonplaats op te vragen en aan
de Belastingdienst te rapporteren hoeveel hun klanten in crypto’s hebben gehandeld.
Met het wetsvoorstel wordt een EU-richtlijn – beter bekend als «DAC8» – geïmplementeerd.1 Het gaat hierbij om een zuivere implementatie. Dat betekent dat het kabinet geen
aanvullende maatregelen in het wetsvoorstel heeft opgenomen. Van groot belang is dat
DAC8 bepaalt dat de richtlijn op 1 januari 2026 had moeten zijn geïmplementeerd. Dat
is helaas dus niet gelukt, waardoor verdere vertraging het risico op een infractieprocedure
vergroot.
De Belastingdienst kan door implementatie van deze richtlijn beter controleren of
die klanten het bezit van cryptoactiva op de juiste manier in hun belastingaangifte
hebben ingevuld. Als het gaat om klanten die in een andere EU-lidstaat wonen, dan
wisselt de Belastingdienst de gerapporteerde gegevens uit met de belastingdienst van
die EU-lidstaat. Op die manier kunnen die belastingautoriteiten de belastingaangiften
van de inwoners van hun EU-lidstaat ook beter op juistheid controleren.
Naast voormelde verplichting voor aanbieders van cryptoactiva regelt het wetsvoorstel
ook een uitbreiding van de rapportageverplichting voor financiële instellingen. Voor
zover financiële instellingen diensten aanbieden die vergelijkbaar zijn met die van
aanbieders van cryptoactivadiensten, dan moeten zij met het oog op een gelijk speelveld
op een vergelijkbare wijze aan de Belastingdienst rapporteren. Verder voorziet het
wetsvoorstel er onder andere in dat uitgewisselde gegevens ook voor het handhaven
van douanerechten en bestrijden van witwassen en financiering van terrorisme mogen
worden gebruikt en bepaalde rulings met betrekking tot natuurlijke personen met andere
EU-lidstaten worden uitgewisseld.
Als gezegd is de implementatiedatum van 1 januari 2026 verstreken. Om te voorkomen
dat de Europese Commissie een infractieprocedure zal starten, verzoek ik uw Kamer
het wetsvoorstel spoedig te behandelen. Het wetsvoorstel voorziet overigens in terugwerkende
kracht, wat erop neerkomt dat de wet terugwerkt tot en met 1 januari 2026.
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, E.H.J. Heijnen