De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 4a, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
II
In artikel II, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 6, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
III
In artikel III, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 4a, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
IV
In artikel IV, onderdeel E, wordt in het voorgestelde artikel 3.39, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
V
In artikel VI, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.3.8, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
VI
In artikel VII, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.3.5, vijfde lid,
tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld
in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
VII
In artikel VIII, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.20, vijfde lid,
tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld
in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, blijkt dat».
Toelichting
Dit amendement regelt dat, voordat het bevoegd gezag besluit om ouders niet te informeren
bij een aangifte omdat het belang van het kind zich daar ernstig tegen zou verzetten,
met de vertrouwensinspecteur moet worden overlegd. Het besluit om ouders niet te informeren,
kan pas worden genomen als uit het overleg blijkt dat dit inderdaad het juiste besluit
is.
Indiener begrijpt dat er specifieke gevallen kunnen zijn, wanneer het in kennis stellen
van de ouders zou leiden tot een onveilige situatie thuis. Indiener meent echter wel
dat dit oordeel niet zonder meer aan het bevoegd gezag is, maar acht het wenselijk
dat het bevoegd gezag, mocht het overwegen de ouders niet te informeren, hierover
eerst met de vertrouwensinspecteur overlegt.
Ceder