36 777 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)

Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID CEDER

Ontvangen 1 juni 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 198 «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

II

In artikel II, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 162 «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

III

In artikel III, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 176 «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

IV

In artikel IV, onderdeel K, wordt in het voorgestelde artikel 13.6 «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

V

In artikel VI, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 12.5.1d «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

VI

In artikel VII, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 11.6i «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

VII

In artikel VIII, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 19.1b «vijf jaar» vervangen door «drie jaar».

Toelichting

Dit amendement regelt dat het wetsvoorstel al na drie jaar in plaats van na vijf jaar wordt geëvalueerd. Op deze manier kan eerder worden geconcludeerd of de maatregelen de gewenste effecten hebben en kan tijdig worden bijgestuurd indien nodig.

De Afdeling advisering van de Raad van State merkt in haar advies op dat de regering niet toereikend had toegelicht hoe de voorgestelde maatregelen effectief bijdragen aan een veilige schoolcultuur en dat de maatregelen, door de focus op administreren, monitoren, melden en controleren, zelfs averechts zouden kunnen werken. Ook miste de Afdeling een dragende motivering over waarom de maatregelen proportioneel zijn in het licht van de vrijheid van inrichting en opwegen tegen de lasten voor scholen en onderwijspersoneel.

Indiener begrijpt de kritiek van de Afdeling advisering van de Raad van State. De regering heeft naar aanleiding van het advies weliswaar verdere toelichtingen geboden, maar heeft het wetsvoorstel niet naar aanleiding van de genoemde punten substantieel aangepast. Indiener acht daarom een tijdige evaluatie van het wetsvoorstel op zijn plaats. Dit amendement verkort daarom de evaluatietermijn naar drie jaar in plaats van vijf jaar na inwerkingtreding.

Ceder

Naar boven