36 764 Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)

Nr. 30 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2026

Op 23 maart 2026 vond in uw Kamer een wetgevingsoverleg plaats waar het wetsvoorstel voor de Cyberbeveiligingswet (Kamerstuk 36 764) en het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Kamerstuk 36 765) gezamenlijk zijn behandeld.

Het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) heeft voor het wetgevingsoverleg een amendement op het wetsvoorstel voor de Cyberbeveiligingswet ingediend met het nummer 12, waarin wordt geregeld dat de bevoegdheid, thans opgenomen in artikel 18 van het concept van het Cyberbeveiligingsbesluit, wordt overgeheveld naar de Cyberbeveiligingswet. Haar amendement voorziet ook in een inspanningsverplichting voor de betrokken vakminister om de bedrijfscontinuïteit van de betrokken entiteit te waarborgen. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik aangegeven dat amendement met inspanningsverplichting te ontraden, maar een amendement zonder inspanningsverplichting aan het oordeel van uw Kamer te kunnen laten. Daarop heeft het lid op 30 maart 2026 een nieuw amendement ingediend over de hiervoor bedoelde bevoegdheid, maar dan zonder de inspanningsverplichting. Dat amendement heeft het nummer 25.

Op 31 maart 2026 heeft het lid Van den Berg (JA21) een amendement ingediend op het wetsvoorstel voor de Cyberbeveiligingswet. Zijn amendement heeft het nummer 26.

Middels deze brief informeer ik uw Kamer over de appreciatie van de hiervoor bedoelde amendementen op het wetsvoorstel voor de Cyberbeveiligingswet.

Amendement met nr. 12 – ontraden

Zoals ik tijdens het wetgevingsoverleg heb aangegeven, ontraad ik dit amendement. Het voorgestelde artikel 21a, vierde lid, van de Cyberbeveiligingswet voorziet in een inspanningsverplichting voor de vakminister om de bedrijfscontinuïteit van de betrokken entiteit te waarborgen. Daardoor verschuift de verantwoordelijkheid voor de vervanging van producten en diensten van de entiteit naar de vakminister. Dit kan ook mogelijk leiden tot calculerend gedrag van de betrokken entiteit.

Amendement met nr. 25 – oordeel Kamer

Ik heb er geen bezwaar tegen dat de bevoegdheid, thans opgenomen in artikel 18 van het concept van het Cyberbeveiligingsbesluit, wordt overgeheveld naar de Cyberbeveiligingswet. Ik laat het oordeel op dit amendement dan ook aan uw Kamer.

Amendement met nr. 26 – oordeel Kamer

Ik heb geen bezwaar tegen een invoeringstoets voor deze nieuwe wet en een eerdere evaluatie. Ik laat het oordeel op dit amendement dan ook aan uw Kamer.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Naar boven