36 755 Wijziging van de Omgevingswet (maatwerkaanpak PAS-projecten)

I MOTIE VAN HET LID KEMPERMAN C.S.

Voorgesteld 3 februari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de deadline voor het legaliseren van de PAS-melders – volgens de Legalisatieaanpak én diverse amendementen – inmiddels reeds lang is verstreken;

overwegende, dat de PAS-melders niet langer in onzekerheid mogen blijven vanwege de grote economische en sociale consequenties;

constaterende, dat er wetenschappelijke consensus is over het kunnen vaststellen van de rekenkundige ondergrens voor depositie van stikstof van 1 MOL (Petersen);

constaterende, dat de PAS-melders niet boven deze rekenkundige ondergrens uitkomen qua depositie;

constaterende, dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) oordeelde dat de door Petersen voorgestelde ondergrens «redelijk tot goed is onderbouwd» en dat zijn argumentatie «logisch opgebouwd en goed aansluit bij de wetenschappelijke literatuur»;

constaterende, dat de hoogste Duitse bestuursrechter (Bundesverwaltungsgericht) in een uitspraak van 15 mei 2019 heeft geoordeeld dat equivalent van circa 21 mol/ha/jaar, een waarde die 21 keer hoger is dan de in Nederland voorgestelde 1 mol, juridisch houdbaar is onder de Habitatrichtlijn;

verzoekt de regering per direct de PAS-melders te legaliseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kemperman

Beukering

Oplaat

Van Kesteren

Naar boven