36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

Nr. 18 MOTIE VAN DE LEDEN VAN EIJK EN MARTENS-AMERICA

Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gerichte fiscale uitzondering in box 3 voor aandelen in startende ondernemingen kan bijdragen aan innovatie, economische groei en het toekomstig verdienvermogen van Nederland;

overwegende dat investeringen in start-ups en scale-ups gepaard gaan met hoge risico's en beperkte liquiditeit, wat vraagt om een passend en investeringsvriendelijk fiscaal kader;

overwegende dat indirecte investeringen via start-upfondsen en fund-of- funds particuliere beleggers toegang geven tot risicospreiding en kapitaalmobilisatie;

overwegende dat het onwenselijk is dat belasting wordt geheven over vermogenswinsten die nog niet liquide zijn;

verzoekt de regering:

  • bij de verdere uitwerking van de fiscale regeling voor aandelen in startende ondernemingen te zorgen voor een ruimhartige en investeringsvriendelijke toepassing;

  • te bezien of directe en indirecte investeringen fiscaal behandeld kunnen worden;

  • te bezien of belastingheffing kan aansluiten bij daadwerkelijke liquiditeit, met ruimte voor tegenbewijs bij aantoonbare niet verhandelbaarheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Eijk

Martens-America

Naar boven