36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

Nr. 14 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S.

Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het box 3-inkomen wordt opgeteld bij het verzamelinkomen en daarmee invloed heeft op de hoogte van de inkomensafhankelijke heffingskortingen en toeslagen;

overwegende dat het voorliggende wetsvoorstel leidt tot een volatieler stelsel, waarmee ook de huidige inkomensafhankelijke heffingskortingen en toeslagen meer kunnen gaan fluctueren, en de effectieve belastingdruk dus hoger of lager kan uitvallen dan het belastingtarief in box 3;

overwegende dat Kamer en kabinet zich meermaals hebben uitgesproken voor een fundamentele herziening van het belasting- en toeslagenstelsel;

verzoekt het kabinet in kaart te brengen wat de consequenties voor huishoudens (effecten op heffingskortingen en toeslagen) en de overheidsfinanciën zijn van de doorwerking van het volatieler wordende box 3-inkomen op het verzamelinkomen, deze inzichten te betrekken bij de uitwerking van de hervorming van de inkomstenbelasting en het toeslagenstelsel, en de Kamer hierover bij het eerstvolgende Belastingplan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Grinwis

Vermeer

Stoffer

Naar boven