De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 628ac, eerste lid, als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel i wordt «achttien jaar» vervangen door «eenentwintig jaar».
2. In onderdeel ii wordt na «een scholier is» ingevoegd «die de leeftijd van eenentwintig
jaar heeft bereikt».
3. In onderdeel iii wordt na «een student is» ingevoegd «die de leeftijd van eenentwintig
jaar heeft bereikt».
Toelichting
Indiener vindt dat een verruiming van de leeftijdsgrens naar 21 jaar logischer aansluit
bij de doelen van de wet en de wensen van studenten en jongeren om flexibel bij te
verdienen en de wens van ondernemers om hier gebruik van te maken. Indiener volgt
daarnaast drie redeneringen.
Ten eerste de afdeling van de Raad van State (Afdeling). De Afdeling adviseert een
«eenduidige systematiek» te hanteren. Een leeftijdsgrens van 21 is eenduidiger dan
het huidige stelsel van inschrijvingsbewijzen en jaarlijkse verificatie hiervan. Je
volgt het advies van de Afdeling op, wat altijd een sterke positie is. De regering
redeneert dat studenten minder bescherming nodig hebben, want (a) hun ouders zijn
onderhoudsplichtig en (b) ze hebben studiefinanciering. De Afdeling constateert terecht
dat de onderhoudsplicht eindigt bij 21 jaar. Daarmee valt de grond onder de argumentatie
van 18 jaar weg.
Ten tweede de interne logica van het Burgerlijk Wetboek (BW). De onderhoudsplicht
van ouders loopt tot 21 (artikel 1:395a BW). Tot die leeftijd heeft de wetgever al
geoordeeld dat jongeren niet volledig op eigen inkomen hoeven te leunen. Het aansluiten
bij die grens maakt het systeem coherent met bestaand recht, in plaats van een parallelle
definitie te introduceren die afwijkt van andere leeftijdsgrenzen in het recht.
Ten derde de regeldruk. Het inschrijvingscriterium vereist jaarlijkse verificatie,
omgang met DUO-portalen, aparte behandeling van buitenlandse studenten, en creëert
onzekerheid bij tussenjaren en studiewisselingen. Een leeftijdsgrens vereist een blik
op het legitimatiebewijs dat werkgevers al moeten controleren. De memorie van toelichting
erkent zelf in paragraaf 8.4 dat de administratieve lasten van het inschrijvingscriterium
substantieel zijn.
Michon-Derkzen