36 744 Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)

D TWEEDE VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld 26 mei 2026

1. Inleiding

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag.2 Naar aanleiding hiervan hebben zij nog een aantal aanvullende vragen.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag. De nota naar aanleiding van het verslag geeft aanleiding tot het stellen van enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag en hebben een aantal vervolgvragen. Het lid van de fractie-van-Gasteren sluit zich aan bij de vragen van de leden van de CDA-fractie.

De leden van de PVV-fractie hebben met grote belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en de nota naar aanleiding van het verslag en hebben een aantal vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

  • 1. Heeft de regering een afzonderlijke doenvermogentoets uitgevoerd specifiek voor budgethouders die zelf zorgbehoevend zijn? Is daarbij ook de medewerking van deze groep betrokken, en is dus niet uitsluitend gekeken naar budgethouders in algemene zin bij het invullen van de verantwoordelijkheden van het werkgeverschap? Zo nee, waarom niet? Is de regering bereid dit alsnog te doen?

  • 2. De regering heeft aangegeven in de nota naar aanleiding van het verslag dat het wetsvoorstel het begrip «partner» niet definieert. Zij heeft daarbij aangegeven dat de vraag of sprake is van een gezagsverhouding afhankelijk is van de feitelijke wijze waarop partijen samenwerken. Hoe wordt in de uitvoering voorkomen dat deze casuïstische beoordeling leidt tot ongelijke uitkomsten voor samengestelde gezinnen, mantelzorgrelaties, inwonende familieleden of andere duurzame leefvormen? Kan de regering toelichten hoe in de uitvoering wordt bepaald of sprake is van een partnerrelatie, een eerste- of tweedegraads familierelatie of een andere duurzame persoonlijke relatie? Hoe wordt vastgesteld of binnen zo’n relatie sprake is van een gezagsverhouding in arbeidsrechtelijke zin en wie deze beoordeling in de praktijk maakt of kan herzien?

  • 3. De regering erkent dat dagloonvaststelling bij pgb-zorgverleners deels via handmatige processen moet plaatsvinden. Welke concrete controles worden ingericht om fouten tijdig te signaleren en te voorkomen? Wie is verantwoordelijk voor herstel? Hoe wordt voorkomen dat budgethouders of zorgverleners de gevolgen dragen van fouten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) of andere betrokken overheidsorganisaties?

  • 4. Er is door de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie gevraagd om een overzicht van de feitelijke implicaties van aangenomen amendementen, moties en toezeggingen. De nota naar aanleiding van het verslag bevat echter geen integraal overzicht per motie, amendement en toezegging. Kan de regering dit overzicht alsnog verstrekken, met per onderdeel: juridische doorwerking, uitvoeringsgevolgen, implementatiestatus, betrokken uitvoerder en gevolgen voor budgethouders per domein?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Verantwoordelijkheid Eerste Kamer

  • 1. De regering heeft met de vervroegde uitvoering van het wetsvoorstel de Eerste Kamer in feite gepasseerd, menen de leden van de VVD-fractie. Welke ruimte ziet de regering voor fracties in de Eerste Kamer om een opvatting te hebben over het wetsvoorstel en welke waarde hecht de regering aan deze opvatting?

  • 2. Wat voor precedent schept de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel volgens de regering? Kan de regering zich voorstellen dat de Eerste Kamer zich door de gekozen procedure gedwongen voelt dit wetsvoorstel aan te nemen?

Doenvermogen

  • 3. Dit wetsvoorstel brengt complexiteit voor de budgethouder met zich mee, menen de aan het woord zijnde leden. Veel budgethouders hebben te maken met een beperkt doenvermogen, zo erkent ook de regering. Acht de regering het aannemelijk dat de groep budgethouders over voldoende doenvermogen beschikt om aan de voorgestelde verplichtingen te voldoen? Zo ja, waaruit blijkt dat?

Werkgeverslasten

  • 4. Stel dat de werkgeverslasten de komende jaren verder stijgen, welke gevolgen heeft dit voor de pgb-budgethouder als het gaat om het (kunnen) aannemen van zorgverleners? Kan de regering pgb-budgethouders geruststellen dat het in een dergelijke situatie mogelijk blijft om het bestaande zorgniveau te handhaven?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

  • 1. De leden van de CDA-fractie zien zich gesteld voor een lastig dilemma. Als de Kamer deze wet aanneemt leidt dit tot een groot probleem voor mensen met een pgb. Als de Kamer de wet niet aanneemt ontstaat volgens deze leden juist een groot probleem voor de rechtszekerheid van andere groepen. In de nota naar aanleiding van het verslag geeft de regering hierover aan dat de problemen die budgethouders in het pgb ervaren op een andere manier moeten worden opgelost dan middels een uitzondering in arbeidswetgeving. Maar de regering geeft niet aan hóé dat dan anders kan worden opgelost. De aan het woord zijnde leden stelden in de eerste vragenronde aan de orde dat de vereniging van budgethouders (Per Saldo) – gesubsidieerd door het Ministerie van VWS – in het verleden een onderzoek heeft uitgevoerd naar de mogelijkheid om een organisatie te creëren waar alle werknemers die budgethouders hebben uitgezocht bij in dienst kunnen komen. (Coöperatie Eigen Regie). Deze leden vroegen de regering of is overwogen om, gezien alle eisen die met dit wetsvoorstel aan budgethouders worden gesteld, alsnog tot een dergelijke organisatievorm over te gaan. In het antwoord daarop stelt de regering dat op dit moment de mogelijkheden worden verkend of en hoe de spanningen tussen het arbeidsrecht en het pgb kunnen worden gemitigeerd. Deze verkenning is breder dan alleen het voorliggende wetsvoorstel en kijkt bijvoorbeeld ook naar de inzet van flexibele arbeid. Een organisatie waar pgb-zorgverleners in dienst kunnen treden is onderdeel van deze verkenning. Daarmee kan de regering op dit moment nog niet zeggen of een dergelijke organisatievorm het beste antwoord biedt op de diverse spanningen. De leden van de CDA-fractie constateren dat er dus een wetsvoorstel voorligt, waarbij de regering de problematische gevolgen voor budgethouders erkent, maar waarvoor geen oplossing voor handen is. Voor de leden van de CDA-fractie is het echter, gegeven het door deze leden geschetste dilemma, een belangrijke openstaande vraag waar we graag een concreet antwoord op willen: Hoe gaat de regering het probleem dat door deze wet ontstaat voor budgethouders oplossen?

  • 2. De regering erkent in de nota naar aanleiding van het verslag n.a.v. de vragen hierover van de CDA-fractie de signalen dat meerdere gemeenten geen compensatie bieden om de werkgeverslasten te betalen, terwijl zij hier wel een compensatie vanuit het gemeentefonds hebben ontvangen. Op basis van deze signalen is de regering in nauw overleg met de VNG om opvolging te geven aan de signalen en gemeenten te ondersteunen bij het (financieel) bijstaan van budgethouders. Kan de regering al iets mededelen over de uitkomsten van die gesprekken met de VNG?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

Noodzaak en juridische grondslag van het wetsvoorstel

  • 1. Welke concrete alternatieven (bijv. een lichtere Regeling dienstverlening aan huis (Rdah), een opt-in systeem, of een gefaseerde invoering per sector) heeft de regering daadwerkelijk juridisch laten toetsen? Door wie is deze toets uitgevoerd?

  • 2. Is er een formeel juridisch advies gevraagd – bijvoorbeeld aan de Raad van State of een externe jurist – over de minimaal vereiste wetswijziging om te voldoen aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep? Zo ja, kan dat openbaar worden gemaakt?

  • 3. In hoeverre had de regering de keuze om de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep te beperken tot werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA) in plaats van het volledige arbeidsrecht toe te passen?3

Omvang en samenstelling van de getroffen groep

  • 4. Hoe is de in de nota naar aanleiding van het verslag genoemde aantallenschatting van 14.500 budgethouders en 24.500 zorgverleners tot stand gekomen en wat is de bandbreedte (onder- en bovengrens)?

  • 5. Hoeveel budgethouders hebben meer dan één Rdah-zorgverlener, en wat betekent dat voor de cumulatieve lastenstijging voor die groep?

  • 6. Hoeveel van de 14.500 getroffen budgethouders zijn zelf ook zorgafhankelijk (bijvoorbeeld met een Wlz-indicatie)? Is dit in kaart gebracht?

Uitvoerbaarheid voor zorgafhankelijke budgethouders

  • 7. Heeft de SVB voldoende capaciteit om al deze budgethouders individueel te begeleiden, gegeven dat het wetsvoorstel al in werking is getreden?

  • 8. Is er een vangnet voor de budgethouder die ondanks SVB-ondersteuning toch fouten maakt, bijvoorbeeld door cognitieve beperkingen of communicatieproblemen?

  • 9. Worden budgethouders actief geïnformeerd over hun specifieke verplichtingen vóór de inwerkingtreding, of pas als er al een probleem is?

  • 10. Wat zijn de consequenties voor een budgethouder die – ondanks SVB-ondersteuning – fouten maakt in premieafdracht of loonadministratie? Worden boetes kwijtgescholden?

  • 11. Heeft de Belastingdienst capaciteit gereserveerd voor de verhoogde toestroom van pgb-gerelateerde loonaangiften?

Financiële lasten en kosten

  • 12. Heeft de SVB in haar uitvoeringstoets wél een inschatting gemaakt van de gemiddelde tijdsbelasting per budgethouder per jaar? Zo ja, wat zijn die cijfers?

  • 13. De memorie van toelichting spreekt over een stijging van werkgeverslasten van gemiddeld 20%.4 Wat betekent dit in absolute euro’s voor een gemiddeld pgb-contract onder de Rdah?

  • 14. Zijn er scenario-analyses gemaakt (bijvoorbeeld bij één zieke zorgverlener per jaar), die de mogelijke financiële impact op een budgethouder aantonen?

  • 15. Kan de regering de 20%-berekening onderbouwen met de onderliggende aannames (loonhoogte, arbeidsuren, premietarieven)?

  • 16. Geldt de 20%-stijging alleen voor de 14.500 Rdah-budgethouders, of heeft dit ook gevolgen voor de tarieven die zorgkantoren en gemeenten hanteren?

  • 17. Hoe verhoudt de 20%-kostenstijging zich tot de aangeboden tijdelijke compensatie? Dekt die de volledige 20%?

Tijdelijke compensatie en structurele borging

  • 18. Op basis van welke evaluatiemethode en welke criteria besluit de regering na twee jaar of aanvullende maatregelen nodig zijn?

  • 19. Wat gebeurt er na afloop van de twee jaar als de zorgcontinuïteit onder druk staat? Wie draagt dan de verantwoordelijkheid?

  • 20. Worden de compensatiebedragen geïndexeerd voor loonsverhogingen die in de tussentijd plaatsvinden?

  • 21. Is er een drempelwaarde (bijv. een percentage budgethouders dat aantoonbaar minder zorg inkoopt) waarop de regering ingrijpt?

  • 22. Wat is het juridisch en beleidsmatig gevolg als blijkt dat de zorgbehoefte niet wordt gedekt door het beschikbare budget? Heeft de budgethouder dan een claim op aanvullende middelen?

Zorgcontinuïteit en uitstroom van zorgverleners

  • 23. Is er onderzoek gedaan naar de verwachte uitstroom van pgb-zorgverleners als gevolg van dit wetsvoorstel?

  • 24. Hoe worden kwetsbare budgethouders beschermd, die afhankelijk zijn van één specifieke mantelzorger of zorgverlener, als die zorgrelatie eindigt door de hogere administratieve lasten?

Ongelijkheid tussen de zorgwetten

  • 25. Welke specifieke verschillen per wet (Wlz, Wmo, Jeugdwet, Zvw) bestaan er in de hoogte en duur van de tijdelijke compensatie?

  • 26. De leden van de PVV-fractie vraen daarnaast welke overgangsregeling geldt voor Zvw-budgethouders die geen gebruik maakten van de SVB en die niet met terugwerkende kracht onder de wet vallen. Wanneer treedt die overgangsregeling in werking?

SVB-ondersteuning

  • 27. Is de SVB-ondersteuning volledig gratis voor alle budgethouders, ongeacht welke zorgwet van toepassing is, of geldt dit alleen voor specifieke groepen?

Uitvoerbaarheidstoets en betrokken organisaties

  • 28. Wat is het verschil in uitvoeringsconsequenties voor zorgverzekeraars, die nu ineens premies moeten verwerken van een grote nieuwe groep «werknemers»? Is dat in kaart gebracht door de regering?

  • 29. Heeft de regering een risicoanalyse gemaakt van de gevolgen indien zorgkantoren of zorgverzekeraars niet tijdig in staat zijn de uitvoering op zich te nemen? Zo ja, wat zijn de uitkomsten van deze analyse?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de nota naar aanleiding van het tweede verslag met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van Gurp

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 744, C.

X Noot
3

Kamerstukken II 2024/2025, 36 744, nr. 3, p. 1.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 744, nr. 3, p. 33.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 744, C.

X Noot
3

Kamerstukken II 2024/2025, 36 744, nr. 3, p. 1.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 744, nr. 3, p. 33.

Naar boven