Aan de heer Šefčovič van de Europese Commissie,
Den Haag, 12 februari 2026
De leden van de commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO)
hebben kennisgenomen van de beantwoording1 van de vragen2 van de commissie over het Omnibuspakket voorstellen Defensie Gereedheid 2030 in het
kader van de politieke dialoog. Het lid van de Fractie-Van de Sanden heeft naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen.
Het lid van de Fractie-Van de Sanden onderschrijft ten volle de doelstellingen van
het Defence Readiness Omnibus-pakket en het streven van de Europese Commissie om de
Europese defensiegereedheid uiterlijk in 2030 substantieel te versterken. Tegen de
achtergrond van de huidige geopolitieke dreigingen acht hij maximale versnelling en
vergaande deregulering noodzakelijk om deze doelstellingen daadwerkelijk te realiseren.
Ambitieniveau en snelheid
-
1) De Europese Commissie hanteert in haar voorstel een beslistermijn van zestig dagen
voor vergunningverlening.3 Acht de Commissie deze termijn, gelet op de door haarzelf geschetste geopolitieke
urgentie, voldoende ambitieus, of ziet zij ruimte voor kortere standaardtermijnen
om investeringszekerheid en uitvoeringssnelheid verder te vergroten?
Europese fragmentatie versus één markt
-
2) De Europese Commissie laat lidstaten ruime vrijheid bij de uitvoering van versnelde
vergunningprocedures. Hoe voorkomt de Commissie dat uiteenlopende nationale uitvoeringspraktijken
leiden tot fragmentatie van de Europese defensiemarkt en ongelijke snelheid tussen
lidstaten, en acht zij verdergaande harmonisatie op procedureel niveau wenselijk om
dit risico te beperken?
Stilzwijgende goedkeuring als standaard
-
3) De Europese Commissie introduceert stilzwijgende goedkeuring bij overschrijding van
de beslistermijn.4 Waarom is ervoor gekozen dit mechanisme slechts beperkt toe te passen, en acht de
Commissie het, vanuit het oogpunt van deregulering en investeringszekerheid, verdedigbaar
om stilzwijgende goedkeuring breder als uitgangspunt te hanteren bij defensiegereedheidsprojecten?
Misbruik van procesrecht
-
4) De Europese Commissie verwijst naar de noodzaak misbruik van procesrecht tegen te
gaan, maar blijft terughoudend in de concrete uitwerking, zo constateert het lid van
de fractie-Van de Sanden. Welke aanvullende instrumenten overweegt de Commissie om
structureel misbruik van bestuurs- en procesrecht te voorkomen bij defensiegereedheidsprojecten,
en is zij bereid te bezien of bestaande procedurele waarborgen in uitzonderlijke gevallen
verder kunnen worden vereenvoudigd zonder afbreuk te doen aan de kern van de rechtsstaat?
Deregulering en vertrouwen in lidstaten
-
5) De Commissie benadrukt vertrouwen in nationale besluitvorming en laat de aanwijzing
van defensiegereedheidsprojecten aan de lidstaten. Acht de Commissie het, in het licht
van dit vertrouwen, consistent om lidstaten ook explicieter de mogelijkheid te bieden
tijdelijk af te wijken van bestaande procedurele verplichtingen wanneer dit noodzakelijk
is om cruciale defensie-investeringen te versnellen?
Evaluatie en opschaling
-
6) Het omnibuspakket wordt gepresenteerd als een eerste, ambitieuze stap. Is de Commissie
bereid om reeds vóór 2030 een tussentijdse evaluatie uit te voeren met het expliciete
doel te bezien of verdere versnelling en deregulering noodzakelijk en mogelijk zijn,
en kan zij toezeggen daarbij nadrukkelijk de ervaringen van lidstaten met snelle uitvoering
te betrekken?
De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp
(BDO) kijken met belangstelling uit naar de antwoorden van de Europese Commissie en
ontvangen deze graag zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na dagtekening
van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, K. Petersen