Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Brussel, 11 februari 2026
De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar tweede advies over «Een visie voor landbouw
en voedsel – Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor
de toekomstige generaties», COM(2025)75 review.
De Commissie is verheugd dat zij haar mededeling nader kan toelichten in antwoord
op het advies van de Eerste Kamer. In het algemeen streeft de Commissie naar een landbouwsector
die productief, concurrerend en veerkrachtig is en die het natuurlijke milieu helpt
beschermen waarvan de sector afhankelijk is.
Het aangekondigde voorstel om de toegang tot biopesticiden op de EU-markt te versnellen,
met inbegrip van de mogelijkheid voor de lidstaten om voorlopige toelating te verlenen,
is een belangrijk initiatief in het kader van de «Visie voor landbouw en voedsel».
De Commissie heeft op 16 december 2025 een dergelijk voorstel ingediend als onderdeel
van het vereenvoudigingspakket voor levensmiddelen en diervoeder.
De Commissie is vastbesloten de veeteeltsector een langetermijnvisie te bieden die
de diversiteit en de duurzaamheid van de veeteelt in Europa eerbiedigt en beoogt de
sector te ondersteunen met beleidsreacties die de crisisbestendigheid en het concurrentievermogen
op mondiaal niveau zullen vergroten en aan de lokale omstandigheden worden aangepast,
waarbij standaardoplossingen worden vermeden. De Commissie zal daarom in het tweede
kwartaal van 2026 een veeteeltstrategie presenteren.
Voedsel is een cruciaal onderdeel van elke discussie over de toekomst van de landbouw
en de voedselproductie in Europa, waarbij sociale en culturele tradities een rol spelen.
Lokale overheden bevinden zich vaak in een goede positie om het voortouw te nemen
bij het creëren van geschikte voedselomgevingen door middel van gemeenschapsinitiatieven,
zoals voedselraden. De Commissie houdt ook gerichte raadplegingen met de belangrijkste
belanghebbenden.
De wereldhandel in agrovoedingsproducten is van essentieel belang voor de welvaart
van de landbouwsector van de EU, met inbegrip van de Nederlandse landbouwsector. Conform
de in de visie bepaalde richting blijft de Commissie de handelsbesprekingen inzetten
ten bate van de landbouwsector van de EU door middel van nieuwe uitvoermogelijkheden
en minder kritieke afhankelijkheden, waarbij gevoelige sectoren worden beschermd middels
tariefcontingenten en vrijwaringsmaatregelen. Alle nieuwe handelsovereenkomsten bevatten
ook een specifiek hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling met de toezegging
om de toepasselijke overeenkomsten na te leven.
Innovatie op het gebied van plantenveredeling, waaronder het gebruik van biotechnologische
instrumenten zoals nieuwe genomische technieken (NGT’s), is cruciaal om de ontwikkeling
van klimaatbestendige, hulpbronnenbesparende, voedzame en hoogproductieve rassen te
versnellen en zo tot de voedselzekerheid en voedselsoevereiniteit van de EU bij te
dragen. NGT’s kunnen ook micro-organismen met een positief effect op de landbouwproductie
opleveren, bijvoorbeeld omdat minder anorganische meststoffen nodig zijn.
De nieuwe richtlijn bodemmonitoring zal de veerkracht van de bodem helpen verbeteren
en beginselen voor de beperking van ruimtebeslag invoeren, met bijzondere aandacht
voor bodemafdekking (de bedekking van de bodem met ondoordringbaar materiaal zoals
beton of asfalt) en bodemverwijdering (de verwijdering van de bovenlaag tijdens activiteiten
zoals de bouw)1. Die beginselen zijn met name van belang voor een dichtbevolkt land als Nederland,
waar het areaal van vruchtbare grond steeds verder wordt beperkt door verstedelijking,
industrialisering en natuurontwikkeling.
De Commissie is voornemens in de tweede helft van 2026 een nieuw voorstel tot herziening
van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken in te dienen om de billijkheid in de
waardeketen verder te verbeteren.
De Europese Commissie hoopt dat zij met dit antwoord voldoende is ingegaan op de door
de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt uit naar de verdere voortzetting
van de politieke dialoog.
Lid van de Commissie, M. Šefčovič
Lid van de Commissie, C. Hansen