Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36725-VIII nr. F |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36725-VIII nr. F |
Vastgesteld 21 juli 2025
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. De leden van de fracties van de BBB, de VVD, het CDA, de PvdD en de SGP hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de fractie van D66 sluiten zich aan bij de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD en het CDA.
De vragen en opmerkingen van de leden hebben betrekking op (1) het vertrouwen tussen Ministerie van OCW en onderwijsinstellingen, (2) de bezuiniging op de onderwijskansenregeling, (3) het amendement Kostić c.s. over middelen voor het verminderen van apenproeven en (4) de koppelingen tussen defensie en onderwijs.
Bij het plenaire debat in de Eerste Kamer op 25 maart 2025 over de Begrotingsstaten Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (36 600 VIII) gaf de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap aan zich te willen inspannen voor het herstel van vertrouwen tussen het ministerie en onderwijsinstellingen.2 De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan het bevorderen van vertrouwen, zowel op het menselijke als het institutionele vlak.
Tegen die achtergrond constateren de leden van de CDA-fractie met zorg dat in de voorliggende suppletoire begroting opnieuw sprake is van een flinke bezuiniging, ondanks gemaakte afspraken. Zij vragen de regering hoe deze bezuiniging moet worden geduid in het licht van de door de Minister uitgesproken ambitie om het vertrouwen te herstellen. In hoeverre acht de regering deze extra bezuiniging verenigbaar met voornoemde ambitie om actief te werken aan herstel van de relatie met het veld? Ziet de regering het risico dat hiermee juist nieuwe schade wordt toegebracht aan het reeds broze vertrouwen, ditmaal bij het voortgezet onderwijs? Op welke wijze heeft de regering het veld betrokken bij de totstandkoming van deze aanpassing van de begroting 2025, en hoe is daarbij recht gedaan aan de zorgen en verwachtingen van de instellingen zelf?
De leden van de CDA-fractie constateren dat er een motie is aangenomen in de Tweede Kamer om bezuinigingen op de onderwijskansenregeling te heroverwegen.3 De leden van de CDA-fractie nemen geen genoegen met een heroverweging. De leden van de CDA-fractie vragen de regering of zij kan toezeggen dat de bezuiniging zo snel mogelijk wordt teruggedraaid en de dekking vervolgens gezocht zal worden buiten de onderwijsbegroting. Wanneer kan dit op zijn vroegst?
Verder vragen de leden van de CDA-fractie aan de regering om te reflecteren op de problemen die zullen ontstaan bij de uitvoering van het onderwijskansenbeleid of het beleid voor gelijke kansen, als gevolg van de voorgenomen bezuiniging op de onderwijskansenregeling. Zij wijzen in dit verband op de volgende problemen: dat er geen onderwijsondersteuners meer zijn, geen vak ondersteuning, geen kleinere klassen, geen huiswerklounges voor kwetsbare leerlingen, geen praktijkpleinen waar leerlingen met begeleiding vaardigheden kunnen oefenen, geen maatwerkuren, minder ondersteuning en geen kansengelijkheid voor deze duizenden kwetsbare leerlingen.
De fractieleden van de SGP zien dat er bezuinigd wordt op de onderwijskansenregeling. Dit raakt de onderwijskwaliteit en kansen voor kwetsbare kinderen, aldus deze leden. De fractieleden van de SGP vragen wanneer de bezuinigingen voor scholen ingaan als het wetsvoorstel wordt aangenomen. Wat betekent deze bezuiniging concreet voor onderwijsinstellingen en wat is de bandbreedte voor het budgettaire effect? Kunnen scholen dezelfde onderwijskwaliteit blijven leveren na deze bezuiniging en hoe wordt gewaarborgd dat leerlingen voldoende persoonlijke aandacht krijgen indien er ontslagrondes komen? Komt hiermee de bestaanszekerheid van scholen in het geding? Zij vragen verder of er een «ingroeipad» is waardoor scholen zich kunnen voorbereiden op de bezuiniging. Tot slot vragen de fractieleden van de SGP in dit verband of de bezuiniging er mogelijk voor zorgt dat scholen eerder aangegane juridische verplichtingen niet meer gestand kunnen doen en wat de effecten daarvan zijn.
De onderwijskansenregeling voorziet in een behoefte en draagt bij aan de bestrijding van armoede, aldus de fractieleden van de SGP. Zij vragen de regering hoeveel gezinnen worden geraakt door het schrappen van deze regeling. Welk effect heeft deze regeling op de gezinsportemonnee nu kwetsbare gezinnen zelf moeten voorzien in schoolmaterialen waarvoor zij onvoldoende geld hebben? Zorgt het schrappen van deze regeling ervoor dat minder kinderen met succes het voortgezet onderwijs afronden? Als dat zo is, welke groep kinderen betreft dit dan?
De leden van de fractie van de BBB benutten graag de gelegenheid om aan de regering enkele vragen te stellen over het Biomedical Primate Research Center (BPRC) in Rijswijk en vergelijkbare onderzoekscentra.
De leden van de fractie van de BBB merken op dat het amendement Kostić c.s.5 verstrekkende gevolgen heeft binnen het BPRC en vergelijkbare onderzoekscentra. Vanaf 2025 wordt een deel van de middelen specifiek bedoeld voor de ontwikkeling van proefdiervrije methoden, met een geleidelijke verhoging tot het volledige subsidiebedrag in 2030. Na 2030 komt er een duidelijke grens te liggen aan reguliere financiering voor onderzoek dat primaten in apenproeven betrekt, waardoor onderzoekscentra actief alternatieve financiering moeten zoeken.
Dit besluit heeft vanuit patiëntenorganisaties (onder andere de VSOP – Patiëntenkoepel voor zeldzame en genetische aandoeningen) en de wetenschap (onder andere de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU)) tot vele reacties geleid. Ook biotechbedrijven maken zich zorgen. Zo betoogt Hollandbio dat alternatieven voor apenonderzoek in veel gevallen nog niet volledig gevalideerd of toepasbaar zijn voor complexe immuunreacties of neurologische processen. Apenonderzoek speelt momenteel een sleutelrol in het afronden van preklinisch onderzoek (voor vaccins en therapieën), onderzoek naar neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson en Alzheimer, het begrijpen van langdurige effecten van infecties (bijvoorbeeld long covid), het behouden van pandemische paraatheid en strategische autonomie op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling.
Het BPRC is het grootste primatenonderzoekscentrum in Europa, en er werken circa 110 mensen. Tot 1994 was het deel van TNO, maar werd daarna een zelfstandige stichting. Publiek is verder bekend dat het BPRC ook onderzoek doet naar aids, malaria, hepatitis, tuberculose, en auto-immuunziekten zoals reuma, aldus de leden van de BBB.
De leden van de fractie van de BBB in de Eerste Kamer is opgevallen dat over het amendement Kostić c.s.6 in de Tweede Kamer voorafgaand aan de stemming geen inhoudelijk debat is gevoerd. De waarschuwing van de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Tweede Kamer, mede namens de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport, waarin hij stelt dat de praktische uitvoering «funest» zou zijn voor het gezondheidsonderzoek én het dierenwelzijn, onderstreept de complexiteit van deze beleidswijziging.7 Er is dus geen sprake geweest van een breed afgewogen besluit op basis van uitvoeringstoetsen, wetenschappelijke evaluaties of een debat over proportionaliteit, effectiviteit en uitvoerbaarheid, zo stellen de leden van de BBB-fractie.
Voorgaande noopt de leden van de BBB-fractie met betrekking tot het amendement Kostić c.s.8 een oproep aan de regering (en de Tweede Kamer) om:
a. De OCW-begroting op dit punt aan te houden of een novelle te vragen waarin het amendement wordt heroverwogen;
b. Een inhoudelijk debat te voeren over de uitvoering en ethiek van primatenonderzoek, bij voorkeur in samenhang met de eerder aangekondigde beleidsreactie op het rapport van de Commissie-Bijker;
c. Te streven naar een realistische transitie naar proefdiervrije innovaties, met behoud van onderzoekscapaciteit met proefdieren waar dit (nog) noodzakelijk is voor volksgezondheid, geneesmiddelenontwikkeling en pandemische paraatheid.
De leden van de BBB-fractie vragen de regering om een reactie op deze oproep. Kan de regering zich in deze oproep vinden?
Verder hebben de leden van de fractie van de BBB nog enkele concrete vragen aan de regering op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In de eerste plaats zijn zij benieuwd hoe de regering de gevolgen van het amendement Kostić c.s. concreet en transparant in beeld gaat brengen. Daarnaast vernemen zij graag welke wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s (nationaal of in Europees consortia) door dit amendement ook onder druk komen te staan. Ook informeren zij welke gevolgen worden voorzien voor de Nederlandse pandemische paraatheid als het amendement wordt uitgevoerd, gezien de rol van primatenonderzoek in preklinisch vaccin- en virusonderzoek? Op welke andere onderzoeksterreinen worden gevolgen gezien? Hoe en wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van een uitvoeringstoets of impactanalyse van dit besluit op (a) volksgezondheid, (b) dierenwelzijn, (c) de strategische kennispositie van Nederland, (d) afhankelijkheid van Nederland en Europa van andere landen voor medicijnontwikkeling en (e) mogelijkheden in bijzondere omstandigheden, zoals pandemieën?
Tot slot vragen de leden van de fractie van de BBB of de regering kan toezeggen dat er – vóór implementatie van de maatregelen naar aanleiding van het amendement – een onafhankelijke toetsing plaatsvindt, waarin alternatieven, uitvoerbaarheid en proportionaliteit worden gewogen.
De fractieleden van de VVD hebben naar aanleiding van het aangenomen amendement van het lid Kostić c.s. over middelen voor het verminderen van apenproeven9 de volgende vragen. Wat zijn de concrete gevolgen van het stopzetten van financiering voor primatenproeven voor lopend biomedisch onderzoek in Nederland, met name voor studies naar complexe ziekten zoals Alzheimer en infectieziekten, waarvoor primaten nu als essentieel worden beschouwd? Verder vragen zij in hoeverre diervrije onderzoeksmethoden, zoals organ-on-chip-technologie en computermodellen, voldoende ontwikkeld zijn om per 2030 de rol van primatenproeven volledig over te nemen, en welke investeringen er nodig zijn om deze transitie te versnellen.
Ook vragen de fractieleden van de VVD wat de impact is van het stopzetten van financiering voor instellingen zoals het BPRC op werkgelegenheid en de positie van Nederland als centrum voor biomedisch onderzoek. Hoe weegt de regering de ethische bezwaren tegen primatenproeven afgezet tegen de mogelijke vertraging in medische doorbraken, en is er een plan om ethische richtlijnen voor diervrij onderzoek verder te standaardiseren? Tot slot vragen zij hoe dit amendement zich verhoudt tot wetgeving en onderzoekspraktijken in andere EU-landen, en welke maatregelen er worden genomen om te voorkomen dat primatenproeven naar landen met minder strenge regels worden verplaatst.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het amendement van het lid Kostić,10 dat substantiële inhoudelijke voorwaarden stelt aan de subsidierelatie tussen het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en het BPRC. De leden hebben met belangstelling kennisgenomen van diverse signalen vanuit de medische en wetenschappelijke gemeenschap die wijzen op de verstrekkende en onwenselijke gevolgen van het amendement voor biomedisch onderzoek. De Minister heeft dit in zijn appreciatie in de Tweede Kamer ook erkend.11 Toch is het amendement aangenomen. De leden van de CDA-fractie maken zich hier grote zorgen over en hebben een aantal vragen. Kan de regering toelichten hoe de uitvoering van dit amendement zich verhoudt tot het belang van volksgezondheid, pandemische paraatheid en de ontwikkeling van geneesmiddelen bij ernstige aandoeningen zoals Parkinson, Alzheimer, long COVID, tuberculose en aids?
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet voorkomt dat door dit amendement onderzoek wegvalt zonder dat er reële en gevalideerde alternatieven beschikbaar zijn. Kan de regering toelichten hoe voorkomen wordt dat dit type onderzoek naar landen verschuift met lagere ethische standaarden en minder transparante regelgeving?
De leden van de CDA-fractie vragen of de regering bereid is om, mede gezien het ontbreken van debat en de mogelijke onuitvoerbaarheid van het amendement, met name op het gebied van de veilige afbouw, bij wijze van novelle of wijzigingsvoorstel terug te komen op de huidige invulling van dit onderdeel van de begroting. Zo nee, waarom niet? Mocht een novelle op korte termijn niet mogelijk zijn, is de regering dan bereid uitvoering van het amendement op te schorten om alsnog een veilige afbouw te kunnen garanderen?
De leden van de fractie van de PvdD vragen de regering hoe de keuze van de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap12 voor scenario 3 van de Commissie-Bijker13 past bij eerdere uitspraken van de Tweede Kamer om het aantal proeven op niet-humane primaten af te bouwen?
Hoeveel proefdieren zijn er in de afgelopen 10 jaar in Nederland gebruikt? De leden van de fractie van de PvdD ontvangen graag een overzicht per diersoort, per soort gebruik, per jaar, inclusief het aantal niet-humane primaten. Volgens de leden van de fractie van de PvdD wordt door het kabinet met name ingezet op het stimuleren van alternatieven voor dierproeven, en te weinig op het afbouwen van het gebruik van proefdieren. Welke maatregelen neemt de regering om het aantal proefdieren dat in Nederland wordt gebruikt te laten dalen, behalve het stimuleren van alternatieven? Is de regering bekend met de problemen van vertaling van data en kennis ontwikkeld door middel van dierproeven naar relevante kennis voor toepassingen bij de mens?
De leden van de fractie van de PvdD zien de Nederlandse transitie naar dierproefvrije innovatie als een kans om voorloper te zijn in internationale wetenschappelijke ontwikkelingen. In het buitenland wordt sterk ingezet op de transitie naar proefdiervrije innovatie. Zo stopt het Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) met het financieren van onderzoek dat alleen dierproeven toepast. Hoe gaat de regering ervoor zorgdragen dat Nederland voldoende aansluit bij het tempo van de transitie elders om zodoende niet de boot te missen bij nieuwe technologieën? Is het kabinet het met de leden van de fractie van de PvdD eens dat overheidsbeleid – zowel om alternatieven te stimuleren als gebruik van proefdieren af te bouwen – een voorlopers rol van Nederlandse wetenschap kan ondersteunen, en dat dit overheidsbeleid zelfs noodzakelijk is?
Tenslotte vragen de leden van de fractie van de PvdD op welke wijze de regering gaat toezien op effectief en efficiënt gebruik van de subsidies voor alternatieven door het BPRC.
Ten slot verwijzen de leden van de CDA-fractie naar de inbreng van haar fractievoorzitter tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota 2025, waarin hij heeft gevraagd naar de koppeling tussen defensie en onderwijs.14 Zo zouden er koppelingen denkbaar zijn in het beroepsonderwijs, waar veiligheidscampussen en defensie-opleidingen in beeld komen. Of het inzetten van veteranen bij weerbaarheidsbevordering en burgerschapsonderwijs. De Minister van Financiën heeft daar kennis van genomen. De leden van de CDA-fractie informeren op welke wijze vanuit het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap enthousiast zal worden ingezet om de koppelkansen tussen defensie en beroepsonderwijs vorm te geven.
De leden van de vaste commissie voor Onderwijs Cultuur en Wetenschap zien de nota naar aanleiding van het verslag – bij voorkeur uiterlijk 5 september 2025 – met belangstelling tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rietkerk
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag
Samenstelling:
Jaspers (BBB), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Roovers (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (VVD), Straus (VVD), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Meenen (D66), Belhirch (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL), Kemperman (Fractie-Kemperman)
Kamerbrief met reactie op onderzoeksrapport over verlaging van het aantal proeven met niet-humane primaten, 11 april 2025.
Onderzoek met niet-humane primaten: vier beleidsscenario’s voor Nederland, 17 maart 2025 (Beleidsscenario 3: Behoud van niet-humane primaten-onderzoek in Nederland).
Inbreng van het lid Bovens (CDA) tijdens het beleidsdebat ex artikel 51 RvOEK over de Voorjaarsnota 2025 (36 725), nog niet gepubliceerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36725-VIII-F.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.