Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36724 nr. D |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36724 nr. D |
Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken
Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Brussel, 18 maart 2026
De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar advies over de volgende voorstellen:
− het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028–2034 {COM(2025) 565 final};
− het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, met inbegrip van de Europese territoriale samenwerking (Interreg), en het Cohesiefonds {COM (2025) 552 final}.
De Commissie neemt de zorgen van de Eerste Kamer serieus en wil de volgende toelichting geven.
Ten aanzien van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) wil de Commissie benadrukken dat de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap (NRP) een centraal element van de voorgestelde modernisering van de volgende langetermijnbegroting vormen – en dat het GLB in de plannen centraal staat. Het voorstel van de Commissie biedt een gemoderniseerd kader, dat de lidstaten en regio’s de mogelijkheid biedt om nog steeds dezelfde GLB-interventies te financieren als vandaag.
De nieuwe structuur omvat een afgeschermd budget van 294 miljard EUR voor inkomenssteun voor boeren, gericht op voorspelbaarheid en stabiliteit. Dit afgeschermde budget voor boeren is een minimumbedrag. Naast dit minimumbedrag moeten de lidstaten andere verplichte GLB-activiteiten financieren (zoals de initiatieven voor plattelandsontwikkeling) en hebben zij toegang tot extra middelen binnen de ongeveer 450 miljard EUR die is voorzien voor economische, sociale en territoriale cohesie, met inbegrip van visserij en plattelandsgemeenschappen. De lidstaten hebben ook toegang tot leningen in het kader van Katalysator Europa ter waarde van 150 miljard EUR om aanvullende landbouwmaatregelen te ondersteunen, afhankelijk van hun specifieke behoeften.
Om te waarborgen dat er vanaf 2028 extra middelen beschikbaar zijn voor de behoeften van boeren en plattelandsgemeenschappen heeft de Commissie voorgesteld dat de lidstaten bij de indiening van hun oorspronkelijke plan toegang krijgen tot maximaal twee derde van het bedrag dat normaliter beschikbaar is voor de tussentijdse evaluatie. Dit komt neer op ongeveer 45 miljard euro die onmiddellijk kan worden ingezet om de boeren te ondersteunen.
Ter verzekering van de plattelandsontwikkeling heeft de Commissie bovendien voorgesteld om een «plattelandsdoel» vast te leggen ter hoogte van ten minste 10% van het NRP-plan, bovenop de voor het GLB gereserveerde bedragen.
De nieuwe structuur biedt de lidstaten meer flexibiliteit om zich aan nationale en regionale behoeften en uitdagingen aan te passen. Hierdoor zijn oplossingen op maat mogelijk, in plaats van een uniforme aanpak.
De boeren en plattelandsgebieden zullen naar verwachting ook profiteren van de synergie die voortkomt uit de geïntegreerde aanpak van het plan, met gebruik van bredere EU-investeringen die ook aan hun behoeften tegemoetkomen. Over het geheel genomen krijgen de lidstaten en de regio’s toegang tot een grotere pool van middelen ter ondersteuning van de GLB-doelstellingen dan anders met aparte middelen beschikbaar zou zijn.
In geval van marktverstoringen omvat het voorstel van de Commissie een versterkte crisisrespons voor boeren, met gereserveerde middelen die de huidige «crisisreserve» (een «collectief vangnet» van 6,3 miljard EUR) verdubbelen, en een optie om 10% niet-geprogrammeerde bedragen in de plannen te gebruiken voor noodbetalingen aan boeren na een natuurramp.
In tijden van hoge inflatie bevat het voorstel van de Commissie een nieuw mechanisme (de «aanpasbare deflator») om de voorspelbaarheid van de financieringscapaciteit van de EU-begroting te waarborgen. Dat mechanisme kan worden gebruikt om, op basis van een besluit van de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure, de subsidies voor boeren aan te passen aan de inflatieontwikkelingen en zo boeren en regio’s te beschermen tegen een verlies aan koopkracht.
De Commissie deelt de mening van de Eerste Kamer over het strategische belang van de landbouw voor de voedselzekerheid van de EU. Alle NRP-plannen moeten maatregelen omvatten die bijdragen tot voedselzekerheid op lange termijn, een van de specifieke doelstellingen van het fonds.
Met betrekking tot vereenvoudiging biedt het voorstel van de Commissie één rulebook voor alle NRP-plannen (met bijvoorbeeld geharmoniseerde regels inzake transparantievereisten en audits). Dit vermindert naar verwachting de administratieve lasten en de nalevingskosten voor boeren. Via specifieke regels worden de specifieke kenmerken van GLB-interventies in aanmerking genomen (zo blijft de rol van betaalorganen bij het beheer van GLB-maatregelen behouden).
Het GLB na 2027 streeft naar een beter evenwicht tussen stimulansen en vereisten op het gebied van milieudoelstellingen, met name door de lidstaten meer flexibiliteit te bieden om beschermingspraktijken aan hun specifieke geografische context en productiesystemen aan te passen. Het is van essentieel belang te zorgen voor duurzame landbouw en voedselproductie in combinatie met een billijk inkomen voor boeren.
Zoals aangekondigd in de visie voor de toekomst van landbouw en voedsel1 is de Commissie voornemens te werken aan een billijker gelijk speelveld wereldwijd door middel van mondiale en bilaterale samenwerking, met inbegrip van een betere handhaving van handelsovereenkomsten, en een onderzoek naar de gevolgen van vrijhandelsovereenkomsten waarover momenteel wordt onderhandeld, voor de boeren in de EU en voor de mondiale duurzaamheid.
Het voorstel van de Commissie omvat een gerichtere aanpak van de belangrijkste ecologische en klimaatprioriteiten. De huidige conditionaliteit wordt vervangen door een nieuw stelsel voor «rentmeesterschap van landbouwbedrijven» om een gemeenschappelijk basisniveau van milieubescherming in de EU te waarborgen en de complexiteit te verminderen, met meer ruimte om de praktijken aan de nationale context aan te passen. In de voorgestelde nieuwe agromilieu- en klimaatacties worden bestaande milieuverbintenissen samengevoegd tot één kader om boeren voor hun werk op het gebied van klimaat- en milieudoelstellingen te belonen.
De Commissie neemt nota van de bezorgdheid van de Eerste Kamer dat de uitbetaling van regionale steunmiddelen door de uitvoering van hervormingen kan worden beïnvloed. De Commissie wenst te verduidelijken dat het voorstel een vereiste inzake financiële stromen2 bevat om te garanderen dat de beheersautoriteiten «de aan hen verschuldigde bedragen ontvangen in overeenstemming met de voortgang die is geboekt bij de uitvoering van de in hun respectieve hoofdstukken opgenomen maatregelen (...)». Deze bepaling moet ervoor zorgen dat de uitbetaling van regionale steun niet door de uitvoering van nationale hervormingen wordt geraakt.
Ter zake van de schoolregeling is de inhoud van artikel 35, lid 7, van het voorstel voor een NRP-verordening reeds opgenomen in artikel 23 bis, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/20133. Dit biedt in de praktijk een uitzondering op de verstrekking van producten in het kader van de schoolregeling in combinatie met de reguliere schoolmaaltijden die gratis worden verstrekt, overeenkomstig artikel 28, lid 7, punt b), van het voorstel voor een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (GMO-voorstel). Dat houdt in dat schoolkinderen extra fruit en/of melkproducten kunnen krijgen, maar niet in de plaats van bestaande schoolmaaltijden.
Bij de overgang naar een op doelstellingen gebaseerd uitvoeringsmodel heeft de Commissie bij het opstellen van het voorstel alle beschikbare middelen in aanmerking genomen om de procedures te vereenvoudigen en betere kosteneffectiviteit en robuuste controlesystemen te waarborgen. Deze middelen omvatten de resultaten van een brede openbare raadpleging en een burgerpanel, alsmede verslagen van de Europese Rekenkamer. Inzake de specifieke mijlpalen en streefdoelen die in het Interreg-plan moeten worden opgenomen, met inbegrip van Peace Plus, is het aan de deelnemende landen om die, overeenkomstig de toepasselijke verordeningen, te ontwerpen om ze af te stemmen op de maatregelen die door de afzonderlijke hoofdstukken van het Interreg-plan moeten worden ondersteund. De Commissie zal de lidstaten hierbij blijven steunen.
De EU-faciliteit kan in alle beheersvormen (direct, indirect, gedeeld) worden geïmplementeerd. De faciliteit kan ook financiering verstrekken in de vorm van begrotingsgaranties, financieringsinstrumenten en blendingverrichtingen. Een van de acties van de Unie, het beleidsterrein sociale investeringen en vaardigheden, zal in het kader van het Europees Fonds voor concurrentievermogen en de InvestEU-architectuur worden uitgevoerd.
De Commissie neemt nota van de bezorgdheid van de Eerste Kamer over garanties voor voldoende aandacht voor specifieke regionale problemen. Dit is een belangrijk aspect van het voorstel van de Commissie, dat is ontworpen als voortzetting van het huidige partnerschapsbeginsel om de multilevel governance en de regionale dimensie van de NRP-plannen te waarborgen. De regio’s worden volledig betrokken bij het ontwerp en de uitvoering van de plannen. De Commissie heeft verder verduidelijkt dat regionale beheersautoriteiten de mogelijkheid hebben om rechtstreeks met de Commissie van gedachten te wisselen en zij heeft een aanvullende «regionale controle» voorgesteld om te waarborgen dat regionale belanghebbenden worden betrokken. Bovendien bekijkt de Commissie bij haar beoordeling van de plannen of de toewijzing van middelen aan minder ontwikkelde, overgangs- en meer ontwikkelde regio’s aan de vastgestelde uitdagingen tegemoet komt. Naast het minimumbedrag voor minder ontwikkelde regio’s dat in haar oorspronkelijke voorstel was opgenomen, heeft de Commissie ook voorgesteld om een aanvullende bepaling op te nemen om ervoor te zorgen dat, indien de toewijzing aan overgangs- of ontwikkelde regio’s met meer dan 25% wordt verlaagd ten opzichte van het huidige meerjarig financieel kader (MFK), de lidstaten een objectieve rechtvaardiging moeten verstrekken om toe te lichten waarom een dergelijke verlaging aanvaardbaar is, zoals een wijziging in de bevolking.
De Europese Commissie hoopt dat zij met dit antwoord voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt uit naar de verdere voortzetting van de politieke dialoog.
Lid van de Commissie, M. Šefčovič
Lid van de Commissie, P. Serafin
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36724-D.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.