Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 december 2025
Hierbij bied ik u de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Zeeuws Archief aan.
De besluitvorming bij de decentrale partners is zo goed als afgerond, wat betekent
dat de toestemming als hamerstuk in de raden, provinciale staten resp. algemene besturen
van waterschappen geagendeerd staat.
Met het oog op de toekomstige uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regelingen
van Regionaal Historische Centra heeft mijn ambtsvoorganger recentelijk de desbetreffende
uittredingsbesluiten bij u voorgehangen en u over de belangrijkste ontwikkelingen
met betrekking tot dit onderwerp geïnformeerd (zie de brief van 4 september 2025,
Kamerstukken II 2024/25, 36 804, nr. 1 resp. Kamerstukken I 2024/25, 36 804, nr. A). Dit laat onverlet dat er tot de voorziene uittreding per 1 januari 2027, wijzigingen
noodzakelijk kunnen zijn in de huidige gemeenschappelijke regelingen. Om deze reden
worden deze gewijzigde regeling separaat bij uw Kamer voorgehangen.
De reden voor deze wijziging is de toetreding van nieuwe deelnemers. Bij het Zeeuws
Archief (huidige regeling: Gemeenteblad Middelburg 2025, nr. 439415) gaan namelijk
de gemeenten Terneuzen, Schouwen-Duiveland en Vlissingen, de provincie Zeeland en
het waterschap Scheldestromen op 1 januari 2026 toetreden. U vindt het wijzigingsbesluit
bijgevoegd.
De voorlegging van deze wijzigingsregeling aan uw Kamer geschiedt in het kader van
artikel 94 resp. artikel 97 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze artikelen
bieden uw Kamer gedurende vier weken de mogelijkheid zich hierover uit te spreken.
Indien u van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, zal het besluit tot wijziging na
afloop van deze termijn gepubliceerd worden in de Staatscourant, waarbij de gewijzigde
gemeenschappelijke regelingen als bijlagen bij de toelichting worden gevoegd. De gewijzigde
gemeenschappelijke regelingen treden in werking na bekendmaking overeenkomstig de
Wet gemeenschappelijke regelingen.
Een gelijkluidende brief/Een afschrift van deze brief heb ik heden gezonden aan de
voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes