Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36712 nr. 11 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36712 nr. 11 |
Vastgesteld op 8 juni 2026
Introductie
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHO) heeft ons aangesteld als rapporteurs voor de implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)/Omnibus I.
De CSDDD is een Europese richtlijn die ervoor moet zorgen dat grote ondernemingen die actief zijn op de Europese interne markt nadelige gevolgen op de mensenrechten en het milieu in hun waardeketens zoveel mogelijk voorkomen. De CSDDD is op 16 december 2025 aangenomen door het Europees Parlement en moet voor 1 juli 2028 worden geïmplementeerd in nationale wetgeving.
Wij hebben eerder in het kader van dit rapporteurschap een werkbezoek afgelegd aan Brussel.1 Vervolgens hebben wij op maandag 9 maart 2026 in de Kamer besloten gesprekken gevoerd over de CSDDD met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het MVO-steunpunt, de Autoriteit Consumenten en Markt (ACM), VNO-NCW MKB-NL, MVO Platform, FNV, CNV Internationaal en Oxfam Novib. Wij brengen hierbij verslag uit van deze gesprekken.
Doel van het rapporteurschap
Het doel van het rapporteurschap is het versterken van de informatiepositie van de Kamer over de laatste stand van zaken van de inhoud van het CSDDD-deel van het Omnibus I pakket, de impact ervan op Nederland en de implementatie van de richtlijn in nationale wetgeving.
Inleiding
Het eerste gesprek is gevoerd met vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het MVO-steunpunt en de ACM. Het ministerie is verantwoordelijk voor de implementatie van de CSDDD. Het MVO-steunpunt ondersteunt ondernemers met praktische informatie over maatschappelijk verantwoord ondernemen en due diligence. De ACM wordt bij de implementatie aangewezen als toezichthouder.
Implementatieproces
De implementatie van de CSDDD verloopt langs twee sporen: wetgeving en flankerend beleid. Het wetgevende spoor betreft implementatiewetgeving, en de aanwijzing van een toezichthouder. Hiervoor is in 2024 door het Kabinet-Schoof het wetsvoorstel Wet internationaal verantwoord ondernemen (Wivo) voorbereid. De behandeling hiervan is gepauzeerd na aanneming van het Omnibus I-voorstel. Het ministerie beziet momenteel welke toetsen opnieuw nodig zijn. De implementatie van de richtlijn moet uiterlijk op 1 juli 2028 zijn afgerond. De regering zal de CSDDD «zuiver en lastenluw» implementeren.
Rol MVO-steunpunt
Het MVO-steunpunt heeft een voorlichtende rol bij de CSDDD. Het biedt geen juridisch bindend advies. Het ondersteunt ondernemingen bij de toepassing («hoe») en licht voor over de inhoud («wat»). Ook verwijst het door, bijvoorbeeld bij financieringsvragen, en vertaalt het wetgeving naar begrijpelijke informatie. Momenteel gaan veel vragen over de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De CSRD verplicht ondernemingen om duidelijk te laten zien wat de impact is van hun bedrijfsactiviteiten. Het gaat daarbij om de effecten op mens, milieu en klimaat. De CSRD was eveneens onderdeel van het Omnibus-I pakket. Voor de CSDDD en de anti-dwangarbeid verordening wordt nog afgewacht wat hiervan de concrete gevolgen zijn voor ondernemingen maar het steunpunt verwacht een toename van vragen. Het steunpunt wijst daarnaast op regeldruk door verschillen in terminologie tussen wetgeving op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen en pleit voor betere samenwerking tussen toezichthouders.
Rol ACM
De ACM wordt aangewezen als toezichthouder op de uitvoering van de CSDDD. De richtlijn bevat veel open normen. Volgens de ACM sluit dit aan bij haar bestaande toezichtpraktijk, maar nadere richtsnoeren van de Europese Commissie zijn wel nodig. De ACM bouwt momenteel kennis op, onder meer via gesprekken met organisaties zoals ngo’s en het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen. Ook benadrukt de ACM het belang van samenwerking tussen toezichthouders binnen de EU voor een gelijk speelveld. Ook coherentie in het toezicht met aanpalende due diligence wetten is van belang. Hierover is de ACM met desbetreffende toezichthouders reeds in gesprek.
De samenwerking met nationale toezichthouders bevindt zich volgens de ACM nog in de verkenningsfase. Daarbij speelt dat de CSDDD een prioriteringsclausule bevat. Dit kan in de praktijk tot onduidelijkheid leiden. Krijgen mensenrechten bijvoorbeeld straks voorrang op milieurechten? De ACM verwacht het toezicht in eerste instantie vooral lerend vorm te geven, bijvoorbeeld via normerende gesprekken. Daarnaast krijgt zij nieuwe instrumenten, zoals de corrigerende maatregel onder termijnstelling en de voorlopige maatregel bij dreigend risico op ernstige en onherstelbare schade inbreuken op mensenrechten of schade aan het milieu. De benodigde capaciteit wordt nog onderzocht en daarover zal een inschatting worden gegeven in de nog uit te voeren uitvoeringstoets.
Inleiding
Het tweede gesprek is gevoerd met de vertegenwoordiger van VNO-NCW/MKB Nederland (hierna: VNO-NCW). VNO-NCW zet zich in voor de belangen van ondernemingen ten aanzien van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Europese harmonisatie en nationale koppen
VNO-NCW heeft zich altijd uitgesproken als voorstander van de CSDDD. VNO-NCW heeft een duidelijke voorkeur voor bindende IMVO-regels op Europees niveau boven «een lappendeken» van nationale wetgeving en is daarom kritisch op nationale koppen.
Beoordeling CSDDD en inwerkingtreding
Volgens VNO-NCW zijn in de huidige CSDDD goede stappen gezet ten aanzien van de harmonisatie van regelgeving, al zijn in de definitieve versie nog wijzigingen doorgevoerd. Deze hebben volgens VNO-NCW slechts beperkte gevolgen voor het mkb. VNO-NCW is positief over de verankering van de risico gebaseerde aanpak. Tegelijkertijd zijn bedrijven verdeeld over het uitstel van de inwerkingtreding: voor sommige bedrijven biedt dit ruimte, terwijl het voor andere nadelig is vanwege reeds gedane investeringen.
Sectorale aanpak en samenwerking in ketens
VNO-NCW zet daarnaast in op een sectorale aanpak via de SER, waarbij bedrijven, vakbonden, overheden en ngo’s via sectorovereenkomsten samenwerken om misstanden in ketens aan te pakken. De CSDDD biedt hiervoor volgens VNO-NCW voldoende aanknopingspunten.
Samenhang met andere Europese regelgeving
Ten aanzien van de samenhang met andere regelgeving merkt VNO-NCW op dat de anti-dwangarbeid verordening verder gaat dan de CSDDD. [Schrappen: onder meer door de omgekeerde bewijslast]. Ondernemingen moeten zelf aantonen na gegronde verdenking dat er geen sprake is van dwang of kinderarbeid in de keten. Over de ontbossingsverordening stelt VNO-NCW dat de richtsnoeren van de Europese Commissie niet altijd toereikend zijn.
Gevolgen voor het mkb en regeldruk
Hoewel het zogenoemde «trickle down»-effect door de aangepaste reikwijdte van de CSDDD is verminderd, blijft er sprake van aanzienlijke informatie-uitvraag van grote bedrijven richting het mkb. VNO-NCW benadrukt daarom het belang van sectorale afstemming en standaardisatie van uitvragen om de regeldruk voor het mkb te beperken.
Belang Europese richtsnoeren
Tot slot onderstreept VNO-NCW het belang van duidelijke en uniforme richtsnoeren van de Europese Commissie. Dit draagt bij aan rechtszekerheid en een consistente handhaving door nationale toezichthouders binnen de EU.
Inleiding
Het derde gesprek is gevoerd met vertegenwoordigers van het MVO Platform, de FNV, CNV Internationaal en Oxfam Novib. Deze organisaties zetten zich in voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Algemene aandachtspunten
De vertegenwoordigers benadrukten dat er bij de implementatie van de CSDDD nationale beleidsruimte bestaat om ondernemingen buiten de huidige reikwijdte te betrekken. Daarnaast werd een gebrek aan beleidscoherentie binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken gesignaleerd. De FNV onderstreepte het belang van betrokkenheid van stakeholders, onder meer via een openbare internetconsultatie. Oxfam Novib adviseerde te kijken naar ervaringen in andere landen, zowel binnen als buiten Europa. Indonesië, Zuid-Korea en Thailand hebben ook wetgeving in ontwikkeling.
Productielanden
Ook werd gewezen op het belang van het betrekken en informeren van bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties in productielanden. De wetgeving heeft volgens de vertegenwoordigers pas impact als lokale organisaties betekenisvol geconsulteerd worden. Daarvoor is capaciteitsopbouw, zoals training over wat de CSDDD inhoudt aan vakbonden, maatschappelijke organisaties of leveranciers in productielanden nodig.
Beleidsruimte en nationale invulling
Volgens de vertegenwoordigers bestaat er ruimte voor nationale keuzes, onder meer bij de reikwijdte, definities, civiele aansprakelijkheid, drempelwaarden en klimaat. Ook op het gebied van toezicht en sancties is er beleidsruimte. Zij benadrukten dat deze ruimte benut kan worden om regelgeving te verbeteren. Tegelijkertijd werd gewezen op het risico van uiteenlopende nationale invullingen en het belang van afstemming met bestaande kaders, zoals de OESO-richtlijnen.
Rol NCP en toezicht
De rol van het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen (NCP) werd als belangrijk aangemerkt. Het NCP toetst op de naleving van de OESO-richtlijnen en kan via bemiddeling bijdragen aan oplossingen. De uitkomsten van deze procedures kunnen relevant zijn voor het toezicht door de ACM. De vertegenwoordigers wezen op verschillen tussen het NCP en de ACM, met name in aanpak en doelstelling, bijvoorbeeld ten aanzien van het bemiddelingstraject. Zij benadrukten dat hier bij de inrichting van het toezicht rekening mee moet worden gehouden.
Samenhang anti-dwangarbeidverordening
De verhouding tussen de CSDDD en de anti-dwangarbeidverordening kwam eveneens aan bod. De verordening richt zich primair op het weren van producten van de Europese markt, terwijl de CSDDD ziet op het aanpakken van misstanden in ketens. Ook werd gewezen op verschillen in reikwijdte, zo geldt de anti-dwangarbeid verordening voor alle bedrijven, maar niet voor niet diensten of seksuele uitbuiting.
Vergelijking buitenland
Vervolgens kwam de vraag aan bod hoe het contact verloopt van de vertegenwoordigers met organisaties in het buitenland en wat de Kamer kan leren van andere landen. Oxfam Novib gaf aan dat Nederland eerder als eerste lidstaat een openbare concept-implementatiewet publiceerde, waardoor vergelijking met andere landen nog beperkt mogelijk is. Wel wees Oxfam Novib erop dat verschillen tussen lidstaten zullen ontstaan, omdat bestaande nationale wetgeving invloed heeft op de implementatie. Daarbij geldt het non-regressiebeginsel waarbij lidstaten hun beschermingsniveau niet mogen verlagen. CNV Internationaal gaf aan dat Indonesië eigen wetgeving op dit terrein heeft ontwikkeld, met een lagere drempel: de regels gelden in dat land voor ondernemingen met meer dan 2.000 werknemers.
Klimaattransitieplannen
Vervolgens kwam het schrappen van de verplichting tot het opstellen van klimaattransitieplannen in de CSDDD aan bod. Oxfam Novib gaf aan dat het milieu wel onderdeel blijft van de due diligence-verplichtingen. Daarnaast kunnen sommige klimaatschendingen onder omstandigheden ook als mensenrechtenschendingen worden aangemerkt, al gaat het daarbij om indirecte schendingen. Voor Oxfam Novib is het schrappen van de verplichting aanleiding om sterker in te zetten op flankerend beleid op dit terrein.
Civiele aansprakelijkheid
Tot slot kwam het vervallen van de civiele aansprakelijkheid en de ruimte voor collectieve claims in de Omnibus-I aan bod. Maatschappelijke organisaties zijn als vertegenwoordigende partijen uit de CSDDD geschrapt, vakbonden zijn wel in de CSDDD opgenomen. Volgens de vertegenwoordigers vergt de rol van ngo’s daarom nationale implementatie. De vertegenwoordigers gaven aan dat het ontstane angstbeeld in het publieke debat rond civiele aansprakelijkheid niet terecht is. Het starten van een procedure is kostbaar, complex en vaak een laatste escalatie waardoor slachtoffers voor een dergelijke interventie veelal bijstand van vakbonden en ngo’s nodig hebben. De vertegenwoordigers gaven aan dat steun aan vakbonden en ngo’s daarom essentieel is.
Vervolg van het rapporteurschap
Wij zullen voor de zomer een gesprek voeren met het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen om onze informatiepositie verder te versterken. Hier zal de commissie eveneens een verslag van ontvangen. Daarnaast ontvangt de commissie op korte termijn een (actualisatie van de) juridische analyse van de staf van de Wet zorgplicht kinderarbeid, de CSDDD en de anti-dwangarbeidverordening.
Kröger Van Ark Ceder
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36712-11.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.