36 711 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer)

Nr. 20 AMENDEMENT VAN HET LID VAN BERKEL C.S.

Ontvangen 13 januari 2026

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 3:267l, tweede lid, na «gevestigde betaalrekeninghouders» ingevoegd «en een balanstotaal van ten minste 50 miljard euro».

Toelichting

De voorgestelde verdeling van banken naar grootte op basis van het aantal klanten betekent in de praktijk voor banken die een aantal van 500.000 klanten bereiken een potentieel grote overgang in verantwoordelijkheden. Bij het bereiken van dit aantal ontstaat de verplichting bij deze banken tot het voorzien in een stortingsmogelijkheid voor klanten. In de praktijk zijn er banken die wellicht een groot aantal rekeninghouders weten op te bouwen, maar dit kan ook betekenen dat klanten bijvoorbeeld tweede rekeninghouder bij deze bank zijn. Daarmee is het niet gezegd dat een bank die het aantal van 500.000 rekeninghouders behaalt, hiermee ook kapitaal vermogend is in de mate dat van hen een stortingsmogelijkheid redelijkerwijs te verwachten is.

Daarom wordt met dit amendement voorgesteld naast het criterium van 500.000 rekeninghouders ook een criterium aan te houden dat een bank in dat geval tenminste over een vermogen van 50 miljard beschikt alvorens zij verplicht wordt aan de stortingsmogelijkheid voor rekeninghouders te voldoen.

Van Berkel Van Eijk Inge van Dijk

Naar boven