36 708 Toeslagen

F VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 december 2025

De vaste commissie voor Financiën1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen over de voortgangsrapportage hersteloperatietoeslagen mei–augustus 2025 (21e VGR). Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 19 november 2025.

  • De antwoordbrief van 17 december 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan de Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen

Den Haag, 19 november 2025

In haar vergadering van 28 oktober 2025 heeft de vaste commissie voor Financiën besloten om met u in schriftelijk overleg te treden over de voortgangsrapportage van de hersteloperatie toeslagen van mei tot augustus 2025. Het lid van de fractie van 50PLUS wenst u de volgende vragen en opmerkingen voor te leggen. De leden van de fractie van JA21 sluiten zich graag bij de vragen aan.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie 50PLUS

De Staatssecretaris schrijft: «Met de financiële compensatie van gedupeerde ouders is de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) inmiddels vergevorderd: 97% van de aangemelde ouders heeft nu de uitkomst van de integrale beoordeling (IB). Via de schuldenaanpak zijn 98% van de publieke schulden en 99% van de in aanmerking komende private schulden afgehandeld. Ook heeft 98% van de kinderen en jongeren die in aanmerking komen voor de kindregeling een beschikking hiervoor ontvangen. Ook de afwikkeling van de regelingen voor ex-toeslagpartners en nabestaanden verloopt volgens planning.»2

Het lid van de fractie van 50PLUS vindt dat deze hoge percentages van de afhandeling van de integrale beoordeling, de schuldenaanpak en de kindregeling, op het eerste gezicht de indruk wekken dat de afwikkeling van de hersteloperatie toeslagen binnen afzienbare tijd, bijvoorbeeld nog één jaar, volledig afgerond kan worden. Hierover vraagt dit lid zich het volgende af:

  • 1. Kan de hersteloperatie toeslagen binnen één jaar vanaf heden volledig afgerond worden en zo nee, waarom niet precies?

  • 2. Kan, naast de opsomming van de hoge afhandelpercentages van de integrale beoordeling, de schuldenaanpak en de kindregeling, ook een opsomming worden gegeven van de afhandeling van beleidselementen die nog lang niet zijn afgerond en/of die als knelpunt kunnen worden gekenmerkt?

  • 3. Klopt de perceptie dat de hoge afhandelpercentages bij de integrale beoordeling, de schuldenaanpak en de kindregeling, betekenen dat de meer standaardzaken bijna allemaal zijn weggewerkt en dat vanaf heden (bijna) alle aandacht gericht kan worden op bijzondere gevallen met aanvullende schade? Wordt hier ook menskracht vrijgespeeld en/of heeft dit ook een capaciteitsverschuiving tot gevolg?

  • 4. Kan de afhandeling van de aanvullende schaderoutes niet fors versneld worden, als de «standaardzaken» grotendeels of geheel zijn afgehandeld? Indien nee, waarom niet?

De Staatssecretaris schrijft verder: «Een gezin dat van alle deelregelingen (exclusief aanvullende schade) gebruik heeft gemaakt, heeft in totaal gemiddeld voor circa € 117.500 aan financiële compensatie en ondersteuning ontvangen. Dit betreft de IB-compensatie, de schuldenaanpak en hulp vanuit de gemeente, inclusief ondersteuning via de kindregeling en ex-toeslagpartnerregeling».3

De regering heeft volgens het lid van de fractie van 50PLUS een gemiddelde uitgerekend voor de gezinnen die van alle deelregelingen gebruik hebben gemaakt van € 117.500 aan financiële compensatie en ondersteuning.

  • 5. Op hoeveel gezinnen is dit bedrag gebaseerd in de berekening?

  • 6. Wat was de hoogst gemeten waarde?

  • 7. Op welk totaalbedrag komt u uit als u het aantal gezinnen van de bedoelde populatie vermenigvuldigt met het bedrag van € 117.500?

  • 8. Wat is de verwachting of prognose, ten aanzien van een eventuele verdere oploop van dit gemiddelde?

  • 9. Is het genoemde gemiddelde van € 117.500 inclusief de Catshuisregeling van € 30.000 per gezin?

  • 10. Wat is tot op heden het gemiddelde bedrag per gezin, als ook de aanvullende schade wordt meegerekend?

  • 11. Wat is tot op heden het gemiddelde bedrag per gezin, als uitsluitend wordt gerekend met de gezinnen waarbij sprake is van aanvullende schade(routes)?

De commissie ziet uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoekt u deze, bij voorkeur binnen vier weken, aan de Eerste Kamer aan te bieden.

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën P. van Ballekom

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN – HERSTEL EN TOESLAGEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2025

Op 19 november 2025 heb ik het verzoek van uw Kamer ontvangen om in schriftelijk overleg te treden naar aanleiding van het verschijnen van de 21e Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen.

Onder dankzegging van uw inbreng zend ik u hierbij het verslag van het schriftelijk overleg, waarbij ik in zal gaan op de vragen en opmerkingen van het lid van de fractie van 50PLUS.

Ik vertrouw erop uw Kamer met bovenstaand verslag voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen, S.Th.P.H. Palmen-Schlangen

VERSLAG VAN SCHRIFTELIJK OVERLEG INZAKE DE 21E VOORTGANGSRAPPORTAGE HERSTELOPERATIE TOESLAGEN

II REACTIE VAN STAATSSECRETARIS

Het lid van de fractie van 50PLUS citeert de volgende passage uit de voortgangsrapportage: «Met de financiële compensatie van gedupeerde ouders is de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) inmiddels vergevorderd: 97% van de aangemelde ouders heeft nu de uitkomst van de integrale beoordeling (IB). Via de schuldenaanpak zijn 98% van de publieke schulden en 99% van de in aanmerking komende private schulden afgehandeld. Ook heeft 98% van de kinderen en jongeren die in aanmerking komen voor de kindregeling een beschikking hiervoor ontvangen. Ook de afwikkeling van de regelingen voor ex-toeslagpartners en nabestaanden verloopt volgens planning.»

Het lid van de fractie van 50PLUS vindt dat deze hoge percentages van de afhandeling van de integrale beoordeling, de schuldenaanpak en de kindregeling, op het eerste gezicht de indruk wekken dat de afwikkeling van de hersteloperatie toeslagen binnen afzienbare tijd, bijvoorbeeld nog één jaar, volledig afgerond kan worden.

Afronding van hersteloperatie binnen een jaar is niet haalbaar. Het kabinet heeft eerder aangegeven het financieel herstel eind 2027 af te kunnen ronden. Hoewel de verwachting is dat we eind 2026 van veel ouders hun financieel herstel hebben kunnen afronden, zal met name de afronding van aanvullende schade voor een deel van de mensen langer dan een jaar in beslag nemen.

Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat de hersteloperatie meer omvat dan financiële compensatie, bijvoorbeeld op het terrein van mentaal welzijn en brede ondersteuning door gemeenten. Ook hiervan is het niet de verwachting dat deze ondersteuning eind 2026 is afgerond. De Tweede Kamer heeft recentelijk een brief4 ontvangen met daarin de bestuurlijke afspraken die zekerheid en duidelijkheid geven over de toekomst van de Brede Ondersteuning. Hierin is onder andere opgenomen dat de uiterste aanmelddatum voor brede ondersteuning is bepaald op 1 september 2027. Ouders en jongeren die zich voor de brede ondersteuning hebben aangemeld, hebben na het opstellen van een Plan van Aanpak nog twee jaar lang recht op uitvoering en wijziging van dat plan.

Vervolgens vraagt het lid van de fractie van 50PLUS of, naast de opsomming van de hoge afhandelpercentages van de integrale beoordeling, de schuldenaanpak en de kindregeling, ook een opsomming kan worden gegeven van de afhandeling van beleidselementen die nog lang niet zijn afgerond en/of die als knelpunt kunnen worden gekenmerkt?

De hersteloperatie beweegt zich onmiskenbaar richting de laatste fase. Via de reguliere voortgangsrapportages wordt uw Kamer niet alleen periodiek geïnformeerd over de voortgang van de hersteloperatie, maar ook over de stappen die daarvoor nog nodig zijn.

Bezwaarafhandeling is nog een belangrijk aandachtspunt als het gaat om financieel herstel. Op dit moment lopen er nog 7.800 bezwaren tegen integrale beoordeling. Het streven is om deze eind 2026 te hebben afgerond.

En zoals hierboven aangeven verwacht het kabinet nog circa twee jaar nodig te hebben om alle ouders met aanvullende schade te compenseren.

Tevens vraagt het lid van de fractie van 50PLUS of de perceptie klopt dat de hoge afhandelpercentages bij de integrale beoordeling, de schuldenaanpak en de kindregeling, betekenen dat de meer standaardzaken bijna allemaal zijn weggewerkt en dat vanaf heden (bijna) alle aandacht gericht kan worden op bijzondere gevallen met aanvullende schade? Wordt hier ook menskracht vrijgespeeld en/of heeft dit ook een capaciteitsverschuiving tot gevolg?

Voor ouders die geen aanvullende schade hebben geleden, geldt dat zij na afronding van hun integrale beoordeling het traject van financiële compensatie hebben afgerond. De capaciteit die vrijkomt doordat integrale beoordelingen inmiddels nagenoeg zijn afgerond, zet UHT waar mogelijk in op andere onderdelen, zoals bezwaarafhandeling.

Tot slot vraag het lid van de fractie van 50PLUS of de afhandeling van de aanvullende schaderoutes niet fors versneld kan worden, als de «standaardzaken» grotendeels of geheel zijn afgehandeld? Indien nee, waarom niet?

Het kabinet zet bij de afhandeling van aanvullende schade in op vereenvoudiging en versnelling, conform het advies van de Commissie Van Dam. Er is begin deze maand gestart met het openstellen van de tweede schaderoute (MijnHerstel) naast de bestaande route van Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH). Bij beide schaderoutes wordt gewerkt met hetzelfde uniforme forfaitaire schadekader, dat SGH al sinds langere tijd gebruikt. Vaste, collectieve bedragen zijn gericht op erkenning zonder een precieze analyse te kunnen zijn waarin alle persoonlijke omstandigheden zijn verwerkt. Hiermee wordt het mogelijk de afhandeling van aanvullende schade te versnellen.

Het lid van de fractie van 50PLUS citeert ook de volgende passage uit de voortgangsrapportage: «Een gezin dat van alle deelregelingen (exclusief aanvullende schade) gebruik heeft gemaakt, heeft in totaal gemiddeld voor circa € 117.500 aan financiële compensatie en ondersteuning ontvangen. Dit betreft de IB-compensatie, de schuldenaanpak en hulp vanuit de gemeente, inclusief ondersteuning via de kindregeling en ex-toeslagpartnerregeling».

De regering heeft volgens het lid van 50PLUS een gemiddelde uitgerekend voor de gezinnen die van alle deelregelingen gebruik hebben gemaakt van € 117.500 aan financiële compensatie en ondersteuning.

Het lid van 50PLUS vraagt op hoeveel gezinnen dit bedrag is gebaseerd in de berekening?

Bij het bepalen van dit bedrag is uitgegaan van ca. 43.800 gedupeerde ouders en de hier aan verbonden kinderen en ex-partners.

Vervolgens vraagt het lid van 50PLUS wat de hoogst gemeten waarde is.

De uitgekeerde bedragen worden niet op BSN-nummer samengebracht per gedupeerde en zijn daardoor niet per gezin te herleiden. Het totale bedrag bestaat uit de direct aan de ouder betaalde bedragen na eerste toets en integrale beoordeling, betaling aan de kinderen en mogelijke ex-partners van de aanvrager, kwijtgescholden publieke schulden vanuit verschillende departementen, kwijtgescholden betalingsachterstanden op private schulden door SBN en hulp aan ouders via de gemeenten.

Ook vraagt het lid van 50PLUS op welk totaalbedrag we uitkomen als het aantal gezinnen van de bedoelde populatie wordt vermenigvuldigd met het bedrag van € 117.500?

Na afronding van alle regelingen gericht op financieel herstel en het verder helpen van ouders via gemeenten bedraagt de totale besteding 43.800 x € 117.500 = € 5,15 mld.

De komende jaren volgt nog de afhandeling van aanvullende schade voor gedupeerde ouders en ex-partners. Ook loopt in de komende jaren de ondersteuning aan gedupeerde ouders en kinderen via de gemeenten door en worden ouders en jongeren geholpen bij hun mentaal welzijn.

Voorts vraagt het lid van 50PLUS naar de verwachting of prognose, ten aanzien van een eventuele verdere oploop van dit gemiddelde.

In de meerjarige begrotingsreeks is er rekening mee gehouden dat, na afronding van het toekennen van aanvullende schade en de afronding van de brede ondersteuning via de gemeenten, het gemiddelde bedrag aan financiële compensatie per gedupeerd gezin uitkomt op ca. € 190.000.

En het lid van 50PLUS wil weten of het genoemde gemiddelde van € 117.500 inclusief de Catshuisregeling van € 30.000 per gezin is.

De betaling aan ouders in het kader van de Catshuisregeling is onderdeel van de € 117.500.

Ook vraagt het lid van 50 PLUS wat tot op heden het gemiddelde bedrag per gezin bedraagt, als ook de aanvullende schade wordt meegerekend.

In het bedrag van € 117.500 is de aanvullende betaling in het kader van aanvullende schade nog niet meegenomen. Zoals eerder ook is aangegeven brengen we niet alle bestedingen samen op BSN-nummer. Wel kunnen we aangeven dat in de meerjarige begrotingsreeks ruimte is opgenomen voor een totale ruimte aan financieel herstel per gedupeerd gezin van ca.

€ 190.000.

Tot slot vraagt het lid van 50PLUS wat tot op heden het gemiddelde bedrag per gezin is, als uitsluitend wordt gerekend met de gezinnen waarbij sprake is van aanvullende schade(routes).

Voor de gezinnen waarbij het traject van aanvullende schade is afgerond komt het totale bedrag aan financieel herstel tot op heden uit op ca. € 175.000. Bij deze gezinnen kan in de toekomst dit bedrag nog toenemen als er ook aanvullende schade aan een ex-partner wordt toegekend of als er nog middelen worden toegekend vanuit de brede ondersteuning vanuit de gemeenten.


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66), Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB), (GroenLinks-PvdA)

X Noot
2

Kamerstukken I, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, E, p. 1.

X Noot
3

Kamerstukken I, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, E, p. 2.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025/26, 36 708 nr. 61

Naar boven