Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36708 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36708 nr. C |
Vastgesteld 24 juni 2025
De vaste commissie voor Financiën1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen over kabinetsreactie op advies van de Commissie-Van Dam «Minder beloven, meer doen». Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 20 mei 2025.
• De antwoordbrief van 23 juni 2025.
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus
Aan de Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen
Den Haag, 20 mei 2025
De commissie voor Financiën heeft met belangstelling kennisgenomen van het rapport «Minder beloven, meer doen» van de Commissie-Van Dam alsmede van uw kabinetsreactie.2 De leden van de fracties van ChristenUnie en 50PLUS hebben naar aanleiding hiervan nog enkele vragen.
De commissie schrijft dat afhandeling, met de huidige organisatie en doorlooptijden, vijftien tot twintig jaar gaat duren, zo lezen de leden van de ChristenUnie-fractie. In de kabinetsreactie herhaalt u de ambitie om de compensatie van ouders in 2027 af te ronden, maar dit «betekent geenszins dat op dat moment alle inspanningen op het gebied van herstel eindigen». Is deze deadline van 2027 volgens u dan nog steeds realistisch?
In uw kabinetsreactie leest het lid van de 50PLUS-fractie op pagina 1 dat de publieke schulden zijn kwijtgescholden. Kan het zijn voorgekomen dat een bepaalde groep mensen relatief veel meer schadevergoeding toegewezen hebben gekregen dan gemiddeld, vanwege de aanwezigheid van een relatief groot bedrag aan publieke schulden? In hoeverre is het genoemde gemiddelde schadebedrag van € 40.700,- sprekend voor de schadegevallen, als de kwijtschelding van publieke schulden hiervan geen deel uitmaakt? Of maakt de kwijtschelding van publieke schulden wel deel uit van dit gemiddelde bedrag?
In uw kabinetsreactie staat:
«Het kabinet ziet vier grote thema’s waarop een doorbraak noodzakelijk is; de aanvullende schaderoutes, dossiers & bezwaren, brede ondersteuning en intensieve ondersteuning».
Bestaat bij deze vier thema's niet een zeker risico dat de doelgroep(en) vormen van ambtelijke en financiële aandacht krijgen die ver uitstijgen boven wat burgers kunnen verwachten die niet met de toeslagenaffaire te maken hebben gehad? Hoe wordt de proportionaliteit op dit punt geborgd zo vraagt het lid van de 50PLUS-fractie.
In uw kabinetsreactie staat:
«De inzet is om in overleg met de ouder of vertegenwoordiger er samen uit te komen. Hiervoor kan het soms nodig zijn een stap vooruit te zetten, in plaats van vast te houden aan het uitlopen van het bezwaarproces. Deze meer «responsieve» bezwaarbehandeling wordt op zo kort mogelijke termijn in de praktijk gebracht.»
Is dit wat betreft de regering een vorm van schikken met gedupeerden? Leidt deze specifieke inzet tot definitieve afhandeling of gaat het slechts om een stap in het proces?
In uw kabinetsreactie staat:
«Als een beslistermijn door UHT wordt overschreden, kan de ouder UHT in gebreke stellen zodat een bestuurlijke dwangsom wordt verbeurd en bij de rechtbank een beroep tegen niet tijdig beslissen (BNTB) indienen. Degenen die zo’n beroep instellen, worden eerder door UHT geholpen dan ouders die al (veel) langer geleden een aanvraag hebben ingediend maar geen BNTB hebben ingediend. Dit heeft een ontwrichtend effect op de hersteloperatie.»
Wanneer is dit fenomeen binnen de hersteloperatie toeslagen voor het eerst openlijk gemeld door de regering? Hoe lang heeft dit kunnen doorgaan zonder dat er werd ingegrepen? Hoeveel is in dit verband totaal betaald aan dwangsommen?
In uw kabinetsreactie staat:
«Het kabinet benadrukt dat SGH in anderhalf jaar tijd een indrukwekkende groei heeft doorgemaakt. SGH is een groeiende, lerende organisatie die een steeds grotere rol en verantwoordelijkheid verdient en heeft gekregen in de hersteloperatie. Het kabinet heeft er vertrouwen in dat SGH en het Ministerie van Financiën deze groei kunnen doorzetten.»
Het lid van de 50PLUS-fractie acht deze opmerkingen enigszins verwarrend omdat het gaat om een organisatie die na het toeslagenherstel geen vaste taken heeft. Het klopt toch dat de stichting SGH na de afwikkeling van het toeslagenherstel weer voortvarend kan worden afgeschaald en opgeheven? Indien dat niet klopt, waarom niet?
In uw kabinetsreactie staat:
«Ook wordt ingezet op het gezamenlijke werven van Luisterend Schrijvers.»
Wat zijn de financiële arbeidsvoorwaarden voor een luisterend schrijver en wat zijn (op dit moment) de functie-eisen? Hoeveel luisterend schrijvers moeten er nog worden aangetrokken en hoeveel van de luisterend schrijvers op dit moment zijn gepensioneerden?
In uw kabinetsreactie staat:
«Het kabinet ziet, net als de commissie, dat er gezinnen zijn die problemen op verschillende leefgebieden hebben en als gevolg daarvan de regie kwijt zijn. Het gaat naar de inschatting van de commissie om 2.000 tot 3.000 gezinnen.»
Het is volgens het aan het woord zijnde lid niet mogelijk om te bepalen of een deel van deze doelgroep ook zonder de toeslagenaffaire en de hersteloperatie «de regie zou zijn kwijtgeraakt». Kan de regering echter wel erkennen dat dit aan de orde kan zijn en kunt u deze speciale aandacht dan ook verantwoorden jegens alle andere gezinnen in Nederland die om een of andere reden «de regie over hun leven» zijn kwijtgeraakt?
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, W.T. van Ballekom
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2025
Op 20 mei jl. hebben de leden van de fracties ChristenUnie en 50PLUS (kenmerk 175884.04U) vragen gesteld over het adviesrapport van de Commissie Van Dam «Minder beloven, meer doen» en de kabinetsreactie. Bijgaand treft u mijn beantwoording.
Ambitie om herstel in 2027 af te ronden
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de commissie schrijft dat afhandeling, met de huidige organisatie en doorlooptijden, vijftien tot twintig jaar gaat duren. In de kabinetsreactie herhaalt u de ambitie om de compensatie van ouders in 2027 af te ronden, maar dit «betekent geenszins dat op dat moment alle inspanningen op het gebied van herstel eindigen». De leden vragen of deze deadline van 2027 dan nog steeds realistisch is?
Reactie kabinet
Ondanks de demissionaire status van het kabinet, is alle inzet erop gericht om ouders in 2027 financieel gecompenseerd te hebben. Nog dit jaar zal voor alle ouders de Integrale Beoordeling (IB) afgerond zijn. Daarmee is de belangrijkste stap voor de financiële compensatie van ouders gezet. Naast het financieel herstel is ondersteuning bij het weer oppakken van het leven een essentieel onderdeel van de hersteloperatie voor gedupeerde toeslagenouders en voor de kinderen en ex-toeslagpartners van deze herstelgerechtigden.
Op dit moment wordt hard gewerkt aan een aantal van de door de Commissie Van Dam voorgestelde aanpassingen in het bieden van herstel, onder andere in het schadestelsel. Daarmee blijft de ambitie om in 2027 voor alle ouders (financiële) compensatie te realiseren wat dit kabinet betreft onveranderd.
Schuldenaanpak
In de kabinetsreactie leest het lid van de 50PLUS-fractie op pagina 1 dat de publieke schulden zijn kwijtgescholden. Daarbij worden de volgende vragen gesteld; Kan het zijn voorgekomen dat een bepaalde groep mensen relatief veel meer schadevergoeding toegewezen hebben gekregen dan gemiddeld, vanwege de aanwezigheid van een relatief groot bedrag aan publieke schulden? In hoeverre is het genoemde gemiddelde schadebedrag van € 40.700,- sprekend voor de schadegevallen, als de kwijtschelding van publieke schulden hiervan geen deel uitmaakt? Of maakt de kwijtschelding van publieke schulden wel deel uit van dit gemiddelde bedrag?
Reactie kabinet
De schuldenaanpak is bedoeld om zoveel mogelijk te voorkomen dat gedupeerde ouders de compensatie van UHT moeten gebruiken om openstaande achterstanden uit de periode van de toeslagenaffaire op te lossen. Kwijtgescholden publieke schulden en afgeloste betalingsachterstanden op private schulden maken geen onderdeel uit van het uitgekeerde bedrag dat een ouder ontvangt uit de integrale beoordeling.
Een gezin dat van alle deelregelingen in de hersteloperatie (exclusief aanvullende schade) gebruik heeft gemaakt, heeft in totaal gemiddeld voor circa € 117.500 aan financiële compensatie en ondersteuning ontvangen. Dit betreft de IB-compensatie, de schuldenaanpak en hulp vanuit de gemeente, inclusief ondersteuning via de kindregeling en ex-toeslagpartnerregeling.
Proportionaliteit
In de kabinetsreactie staat: «Het kabinet ziet vier grote thema’s waarop een doorbraak noodzakelijk is; de aanvullende schaderoutes, dossiers & bezwaren, brede ondersteuning en intensieve ondersteuning.» Bestaat bij deze vier thema's niet een zeker risico dat de doelgroep(en) vormen van ambtelijke en financiële aandacht krijgen die ver uitstijgen boven wat burgers kunnen verwachten die niet met de toeslagenaffaire te maken hebben gehad? Hoe wordt de proportionaliteit op dit punt geborgd zo vraagt het lid van de 50PLUS-fractie.
Reactie kabinet
Door hard en vooringenomen handelen rondom de kinderopvangtoeslag zijn tienduizenden ouders en kinderen door de overheid in de problemen gekomen. Het is een speerpunt van het kabinet om erkenning te geven en herstel te bieden voor het onrecht dat is aangedaan. Uitgangspunt hiervoor is de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Hierin is opgenomen dat gedupeerde ouders ruimhartig worden gecompenseerd. Het advies van de commissie Van Dam dat op vier thema’s een doorbraak nodig is, komt voort uit gesignaleerde knelpunten die het herstel in de weg staan en/of ernstig vertragen. Extra aandacht hiervoor is nodig om zo deze ouders en hun gezinnen het onrecht voorbij te helpen.
Het kabinet erkent dat het daarbij belangrijk is om oog te houden voor de proportionaliteit van de verschillende herstelregelingen. Daarom blijft het kabinet streven naar compensatie die uitlegbaar is naar zowel de herstelgerechtigden als de samenleving.
Bezwaarproces
In uw kabinetsreactie staat: «De inzet is om in overleg met de ouder of vertegenwoordiger er samen uit te komen. Hiervoor kan het soms nodig zijn een stap vooruit te zetten, in plaats van vast te houden aan het uitlopen van het bezwaarproces. Deze meer «responsieve» bezwaarbehandeling wordt op zo kort mogelijke termijn in de praktijk gebracht.» Het lid van de 50PLUS-fractie vraagt of dit wat betreft de regering een vorm is van schikken met gedupeerden. Leidt deze specifieke inzet tot definitieve afhandeling of gaat het slechts om een stap in het proces?
Reactie kabinet
De responsieve bezwaarbehandeling houdt in dat op basis van een gesprek met de ouder een aanpak wordt gekozen die het beste aansluit bij de behoeften. Het beantwoorden van vragen van de ouder kan in sommige gevallen voldoende zijn en ook een inhoudelijke behandeling van het bezwaar (al dan niet met een advies van de BAC) kan een uitkomst zijn.
Wanneer in overleg met de ouder of vertegenwoordiging er samen tot overeenstemming wordt gekomen, kan dat een vorm van schikking zijn. Het streven is om daarbij zoveel mogelijk te komen tot finale kwijting, om het proces in één keer op een goede manier af te ronden.
In de behandeling van bezwaren tegen de integrale beoordeling door middel van mediation kan de aanvullende schade worden meegenomen in de vaststellingsovereenkomst (VSO). In die gevallen leidt de schikking tot afronding van het proces. Ook in de behandeling van aanvullende schade is finale kwijting het uitgangspunt, wat betekent dat wanneer ouders een VSO sluiten over de aanvullende schade, zij een eventueel bezwaar op de integrale beoordeling intrekken.
Overschrijding beslistermijnen
In uw kabinetsreactie staat: «Als een beslistermijn door UHT wordt overschreden, kan de ouder UHT in gebreke stellen zodat een bestuurlijke dwangsom wordt verbeurd en bij de rechtbank een beroep tegen niet tijdig beslissen (BNTB) indienen. Degenen die zo’n beroep instellen, worden eerder door UHT geholpen dan ouders die al (veel) langer geleden een aanvraag hebben ingediend maar geen BNTB hebben ingediend. Dit heeft een ontwrichtend effect op de hersteloperatie.» Het lid van de 50PLUS-fractie vraagt wanneer dit fenomeen binnen de hersteloperatie toeslagen voor het eerst openlijk gemeld is door de regering. Hoe lang heeft dit kunnen doorgaan zonder dat er werd ingegrepen? Hoeveel is in dit verband totaal betaald aan dwangsommen?
Reactie kabinet
In de 9e voortgangsrapportage (VGR) (Kamerstukken II, 2020–2021, 31 066, nr. 932) is uw Kamer geïnformeerd over het feit dat in de hersteloperatie toeslagen dwangsommen zijn verschuldigd bij niet tijdig beslissen. Sindsdien worden de Kamers via de voortgangsrapportages op de hoogte gehouden over de verschuldigde dwangsommen. Daarna is in de 19e VGR (Kamerstukken II, 2024–2025, 31 066, nr. 1462) uw Kamer geïnformeerd over het feit dat er op peildatum 31 december 2024 ruim 48 miljoen euro aan dwangsommen voor ingebrekestellingen en ruim 57 miljoen euro aan dwangsommen voor BNTB’s is betaald. Inmiddels is het totaal bedrag aan uitgekeerde dwangsommen de 110 miljoen euro ruim gepasseerd.
Daarbij heb ik uw Kamer ook geïnformeerd over het pakket aan maatregelen dat het kabinet neemt om in te zetten op snellere afhandeling van aanvragen en bezwaren door UHT. De realiteit is echter dat er géén eenvoudige oplossing is die ervoor zou zorgen dat alle aanvragen en bezwaren binnen de wettelijke beslistermijn worden afgehandeld.
In navolging van het advies van de commissie Van Dam om te prioriteren in de afhandeling van de bezwarenvoorraad, geef ik de prioriteit aan bezwaren die ingaan op de vraag of ouders al dan niet gedupeerd zijn. Daarbinnen geef ik voorrang aan de bezwaarzaken waarin het gaat om mensen die geen kinderen hebben en waarbij ook geen kinderopvangtoeslag aan de orde is. Het kabinet vindt het namelijk zeer onwenselijk dat bijvoorbeeld mensen zonder kinderen met een BNTB aanspraak kunnen maken op een bestuurlijke dwangsom.
Ik heb de capaciteit voor de behandeling van de geprioriteerde bezwaren uitgebreid. Dit betekent in de praktijk wel dat andere bezwaarzaken soms langer moeten wachten, ook als de wettelijke beslistermijn al is overschreden en dwangsommen moeten worden uitgekeerd.
Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH)
In uw kabinetsreactie staat: «Het kabinet benadrukt dat SGH in anderhalf jaar tijd een indrukwekkende groei heeft doorgemaakt. SGH is een groeiende, lerende organisatie die een steeds grotere rol en verantwoordelijkheid verdient en heeft gekregen in de hersteloperatie. Het kabinet heeft er vertrouwen in dat SGH en het Ministerie van Financiën deze groei kunnen doorzetten.» Het lid van de 50PLUS-fractie acht deze opmerkingen enigszins verwarrend omdat het gaat om een organisatie die na het toeslagenherstel geen vaste taken heeft. Het klopt toch dat de stichting SGH na de afwikkeling van het toeslagenherstel weer voortvarend kan worden afgeschaald en opgeheven? Indien dat niet klopt, waarom niet?
Daarnaast staat in uw kabinetsreactie: «Ook wordt ingezet op het gezamenlijke werven van Luisterend Schrijvers.» Het lid van de 50PLUS-fratie vraagt wat de financiële arbeidsvoorwaarden voor een luisterend schrijver zijn en wat (op dit moment) de functie-eisen zijn. Hoeveel luisterend schrijvers moeten er nog worden aangetrokken en hoeveel van de luisterend schrijvers op dit moment zijn gepensioneerden?
Reactie kabinet
De Staat wil recht doen aan ouders waarvan gedupeerdheid is vastgesteld in de zin van de Wet hersteloperatie toeslagen, door vergoeding van de aannemelijk gemaakte materiele en immateriële schade van de gedupeerde KOT- aanvrager.
Het Ministerie van Financiën heeft op 16 juli 2024 een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten met SGH, waarin is vastgelegd hoe SGH de SGH-route uitvoert binnen de kaders van de Wet hersteloperatie toeslagen en in lijn met de uitgangspunten van het civiele letselschaderecht. De DVO is op 16 juli 2024 ingegaan en is aangegaan voor onbepaalde tijd. In de bekostiging vanuit het ministerie is voorzien dat SGH een tijdelijke organisatie is. SGH kan na de afwikkeling van financiële compensatie voor wat betreft die taak afgeschaald worden, maar SGH gaat zelf over het al dan niet afschalen of opheffen van hun stichting.
Een luisterend schrijver werkt op vrijwillige basis en ontvangt hiervoor geen vergoeding. De gestelde functie-eisen zijn door SGH op haar website omschreven als; «Je maakt als mens gemakkelijk, gelijkwaardig en respectvol verbinding. Je stelt je open en bent nieuwsgierig naar degene om wie het gaat. Je kunt diep, onbevangen en zonder (voor)oordelen luisteren. Je hoeft geen professioneel schrijver te zijn. Je durft door te vragen en kunt tegen een stootje.»
Op dit moment zijn er ruim 8.000 Luisterend Schrijvers. Voor de huidige instroom is dit ruim voldoende capaciteit. De leeftijden van de Luisterend Schrijvers worden niet bijgehouden door SGH. Het is daarom niet bekend hoeveel van de luisterend schrijvers op dit moment gepensioneerden zijn.
Gezinnen die de regie zijn kwijtgeraakt
In uw kabinetsreactie staat: «Het kabinet ziet, net als de commissie, dat er gezinnen zijn die problemen op verschillende leefgebieden hebben en als gevolg daarvan de regie kwijt zijn. Het gaat naar de inschatting van de commissie om 2.000 tot 3.000 gezinnen.» Het is volgens het lid van de fractie 50PLUS niet mogelijk om te bepalen of een deel van deze doelgroep ook zonder de toeslagenaffaire en de hersteloperatie «de regie zou zijn kwijtgeraakt». Kan de regering echter wel erkennen dat dit aan de orde kan zijn en kunt u deze speciale aandacht dan ook verantwoorden jegens alle andere gezinnen in Nederland die om een of andere reden «de regie over hun leven» zijn kwijtgeraakt?
Reactie kabinet
Het gaat hier om gezinnen voor wie het voor de toeslagenaffaire al lastig was om grip te houden op hun leven en waarbij de toeslagenproblematiek dit vervolgens totaal onmogelijk heeft gemaakt. Het kabinet wil de belofte om gedupeerde ouders en hun gezinnen het onrecht voorbij te helpen gestand doen. Daarom is voor deze gezinnen extra aandacht en inzet noodzakelijk. Het kabinet ziet grote voordelen in een integrale aanpak van problemen van deze gezinnen, waarbij in één plan van aanpak alle herstelbehoeften worden samengebracht en parallel worden opgepakt. Het gaat hierbij niet om een aparte route of regeling, maar om een speciale groep binnen de brede ondersteuning, waarvoor we zoveel mogelijk op één plek alle mogelijkheden samenbrengen die er binnen en buiten de hersteloperatie zijn. Zie voor het overige ook het antwoord op vraag 3.
Tot slot
Zoals in de kabinetsreactie aangegeven, wordt er hard gewerkt om invulling te geven aan verschillende aanbevelingen van de commissie Van Dam.
De volgende voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen (over de periode januari tot en met april 2025) wordt begin juli 2025 aan de beide Kamers aangeboden. Daarin zal ik uw Kamer verder informeren over de voortgang van de plannen uit de kabinetsreactie.
De Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen, S.Th.P.H. Palmen-Schlangen
Samenstelling:
Kemperman (Fractie-Kemperman), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van Wijk (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Karimi (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Vogels (VVD), Bovens (CDA), Bakker-Klein (CDA), Aerdts (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Apeldoorn (SP), Holterhues (ChristenUnie), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36708-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.