36 703 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel)

36 704 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet)

36 855 Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf)

J1 MOTIE VAN HET LID KARIMI C.S.

Voorgesteld 14 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Grondwettelijk Hof van België prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verenigbaarheid van nationale maatregelen inzake gezinshereniging voor subsidiair beschermden met het Unierecht;

overwegende dat deze vragen onder meer betrekking hebben op:

  • de toelaatbaarheid van een onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden;

  • de verenigbaarheid van wachttijden en aanvullende voorwaarden met het recht op gezinsleven;

  • en de vraag of deze maatregelen, mede gelet op artikel 24 van het EU-Handvest van de grondrechten, leiden tot disproportionele en langdurige scheiding van gezinnen en onvoldoende recht doen aan het belang van het kind;

overwegende dat de beantwoording van deze vragen direct raakt aan de voorliggende Nederlandse wetgeving en dat het risico bestaat dat deze in strijd wordt bevonden met het Unierecht;

overwegende dat op grond van het Unierechtelijke loyaliteitsbeginsel, als bedoeld in artikel 4 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), lidstaten gehouden zijn zich te onthouden van maatregelen die de werking en het gezag van het Unierecht, waaronder lopende prejudiciële procedures, ondermijnen;

overwegende dat inwerkingtreding van deze maatregelen voorafgaand aan het arrest van het Hof van Justitie kan leiden tot rechtsonzekerheid en mogelijk onomkeerbare gevolgen voor betrokken gezinnen;

verzoekt de regering om de maatregelen inzake de beperking van gezinshereniging voor subsidiair beschermden in elk geval niet eerder in werking te laten treden dan drie maanden na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie naar aanleiding van deze prejudiciële vragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Karimi

Van der Goot

Janssen

Visseren-Hamakers

Huizinga-Heringa

Nicolaï


X Noot
1

De letter J heeft alleen betrekking op 36 703.


X Noot
1

De letter J heeft alleen betrekking op 36 703.

Naar boven