Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36692 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36692 nr. B |
Vastgesteld 2 juni 2026
Inleiding
De leden van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en voortgezet onderwijs.
De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, de BBB, D66, het CDA en de ChristenUnie hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen aan de regering.
Vragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA constateren dat uit de wetenschapstoets van de wet blijkt dat er sterke twijfels bestaan over de effectiviteit en gepastheid van de gekozen instrumenten voor het realiseren van het bestuurlijke doel, namelijk het verbeteren van de total cost of ownership.2 Zo wordt gevreesd dat door het ontbreken van heldere definities van basiskwaliteit en vereiste prestatieniveaus, het overzicht van het huidige onderwijshuisvestingsbestand niet eenduidig zal zijn, waardoor het moeilijk of zelfs onmogelijk zal zijn de effectiviteit van het beleid te analyseren. Tegelijkertijd bevat het wetsvoorstel geen evaluatiebepaling, ondanks het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) hierover. Hoe worden de effecten van het wetsvoorstel in kaart gebracht? Hoe reflecteert de regering op de zorgen die in de wetenschapstoets zijn gearticuleerd in relatie tot de mogelijkheden om de uitvoering en effecten van de wet te monitoren en te evalueren? Indien blijkt dat de data onvoldoende basis bieden voor een betekenisvolle vergelijking, wat betekent dat dan voor de beoordeling van de effectiviteit van de wet? De leden zien graag een reflectie van de regering op dit punt.
Daarnaast hebben deze leden nog een aantal vragen. Kan de regering aangeven wat de gevolgen waren van de opheffing van het eerdere investeringsverbod in het voortgezet onderwijs? Worden dezelfde gevolgen verwacht bij het opheffen van het investeringsverbod voor het primair onderwijs en hoe kunnen gemeenten en scholen hierop anticiperen?
Een andere zorg betreft de mogelijke toename van ongelijkheid. Op welke manier wordt voorkomen dat deze aanpak leidt tot vergroting van ongelijkheid, in de eerste plaats tussen scholen met meer middelen en daarnaast tussen gemeenten met verschillend beleid ten aanzien van onderwijshuisvesting?
Hoe reflecteert de regering op de zorgen dat het voorstel zal leiden tot aanzienlijk meer bureaucratie in de vorm van een toename van plandocumenten en overlegstructuren en daarmee tot een toename van de bestuurlijke druk?
Het kabinet heeft aangegeven het niet nodig te vinden de budgetten voor de uitvoering van dit voorstel naar aanleiding van input uit de internetconsultatie verder te verhogen. Kan de regering dit onderbouwen? Welke mogelijke instrumenten ziet de regering voor gemeenten en scholen wanneer zou blijken dat de nieuwe aanpak onevenredige budgettaire gevolgen heeft?
Vragen van de leden van de fractie van de BBB
De leden van de fractie van BBB vernemen graag de reactie van de regering op de kritische punten uit de wetenschapstoets op dit wetsvoorstel.3
Vragen van de leden van de fractie van D66
De leden van de fractie van D66 merken op dat een veilig en gezond schoolgebouw een voorwaarde is om goed onderwijs te kunnen geven en goed te kunnen leren. Deze leden onderschrijven het belang van een effectieve aanpak om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting nu en in de toekomst op peil te brengen. Zij hebben nog enkele vragen over het voorliggende wetsvoorstel.
Eén van de doelen van deze wet is het versterken van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen en gemeenten voor goede onderwijshuisvesting. Nu bestaat er voor schoolbesturen een prikkel om weinig te investeren in duurzaam onderhoud en voor gemeenten een prikkel om weinig te investeren in duurzame nieuwbouw. De regering verwacht deze prikkels te verminderen door schoolbesturen in het primair onderwijs onder meer de mogelijkheid te geven te investeren in nieuwbouw of renovatie. Kan de regering deze verwachting onderbouwen, bijvoorbeeld aan de hand van ervaringen met het verruimen van de investeringsmogelijkheden in het voortgezet onderwijs?
In de memorie van toelichting lezen de leden van de D66-fractie dat gemeenten geen aanspraak kunnen maken op de overschotten van schoolbesturen door bevoegde gezagsorganen te verplichten te investeren in voorzieningen voor onderwijshuisvesting waarvoor gemeenten primair verantwoordelijk zijn.4 Deze leden begrijpen dat gemeenten schoolbesturen daartoe niet formeel kunnen dwingen, maar vrezen dat gemeenten informeel druk kunnen uitoefenen op schoolbesturen om overschotten aan te wenden voor onderwijshuisvesting. Deze leden vrezen dat dergelijke investeringen ten koste kunnen gaan van investeringen in de onderwijskwaliteit. Elke euro kan immers maar één keer worden uitgegeven. Graag ontvangen zij een reflectie van de regering hierop.
In een eerdere versie van het wetsvoorstel was een zorgplicht voor het binnenklimaat opgenomen. Deze zorgplicht is na advies van het Adviescollege toetsing regeldruk en de internetconsultatie uit het wetsvoorstel gehaald, omdat deze verplichting financieel niet uitvoerbaar en niet handhaafbaar werd geacht. Bovendien werd gesteld dat de voorgestelde verplichting weinig toevoegt ten opzichte van de reeds geldende wet- en regelgeving, omdat normen voor het binnenklimaat al zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat van toepassing is op verbouw en nieuwbouw, en in de Arbowetgeving, die van toepassing is op bestaande bouw. Feit is echter dat ondanks deze normen niet alle scholen beschikken over een gezond binnenklimaat en dat leerlingen daardoor minder goed kunnen leren.5 Kan de regering uitleggen waarom de huidige wet- en regelgeving wel (financieel) uitvoerbaar en handhaafbaar wordt geacht, maar kennelijk niet wordt nageleefd? Welke aanvullende maatregelen neemt de regering om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het binnenklimaat daadwerkelijk wordt verbeterd en dat gemeenten en de Inspectie daarop effectief handhaven?
Eén van de aanbevelingen van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderhuisvesting funderend onderwijs luidt: «Gebruik het IHP voor een meer total-cost-of-ownership-benadering en leg daar een minimumvariant en -proces in vast».6 De onderzoekers adviseren in ieder geval de volgende onderdelen vast te leggen: samenwerking, programmatische uitgangspunten, analyse van behoefte en kwaliteit, gebouwareaal, normen voor bouwkosten, meerjarenbudget, programmering, planning en monitoring. Kan de regering voor elk van deze onderdelen afzonderlijk aangeven of het advies wordt overgenomen en een motivering geven indien daarvan wordt afgeweken? De onderzoekers adviseren daarnaast het minimale proces in het wetsvoorstel vast te leggen: een overlegcyclus over uitgangspunten, programmering, voortgang, evaluatie en afspraken over escalatie. Kan de regering ook voor elk van deze processtappen aangeven of het advies wordt overgenomen en een motivering geven indien daarvan wordt afgeweken?
In de nota naar aanleiding van het verslag lezen deze leden: «Hoewel de energieprestaties van een deel van de schoolgebouwen nu al aan het door de EPBD IV-richtlijn [Energy Performance of Buildings Directive] vereiste niveau voldoet, zal dit niveau voor een deel van de schoolgebouwen zeker extra maatregelen vragen. Het is belangrijk dat gemeenten hier in de IHP’s rekening mee houden».7 Hoe weten gemeenten of zij aan de richtlijn (zullen) voldoen en hoe zorgt de regering ervoor dat gemeenten over voldoende middelen beschikken om aan de richtlijn te voldoen?
Middels een nota van wijziging is een evaluatiebepaling aan het wetsvoorstel toegevoegd. Aan de hand van welke indicatoren zal de wet worden geëvalueerd en welke data zal de regering daarvoor verzamelen? Met andere woorden: wanneer heeft deze wet volgens de regering succesvol bijgedragen aan de kwaliteit van de onderwijshuisvesting?
Vragen van de leden van de fractie van het CDA
De leden van de fractie van het CDA constateren allereerst dat de regeldruk voor school- en gemeentebesturen toeneemt als gevolg van dit wetsvoorstel. Zij vragen zich af of scholen en gemeenten over voldoende middelen beschikken dan wel ontvangen om deze extra regeldruk aan te kunnen en de nieuwe verplichtingen uit te voeren.
Verder stellen deze leden vast dat er meerdere eisen gelden op het gebied van duurzaamheid bij de bouw van nieuwe schoolgebouwen.8 Hoe verhouden de bestaande duurzaamheidsdoelen voor schoolgebouwen zich tot de nieuwe regeldruk die uit dit wetsvoorstel voortvloeit? In hoeverre beïnvloeden de duurzaamheidsdoelen de uitvoering van deze wet?
Deze leden constateren voorts dat verduurzaming van schoolgebouwen kostbaar is voor gemeenten en scholen en dat de benodigde middelen hiervoor vaak niet of nauwelijks beschikbaar zijn. Daarbij bestaat de mogelijkheid verder te gaan dan de BENG-eis en volledig energieneutraal te bouwen. Hoe wenselijk acht de regering deze stap? In hoeverre biedt dit wetsvoorstel scholen en gemeenten ruimte om de technische levensduur van gebouwen te verlengen tot bijvoorbeeld zestig jaar? Acht de regering dit gerechtvaardigd, zodat de investering in een volledig energieneutraal gebouw over een langere periode kan worden afgeschreven? Hoe reflecteert de regering hierop vanuit het oogpunt van de uitvoerbaarheid van deze wet en de duurzaamheidsdoelstellingen?
De leden van de CDA-fractie constateren dat onderwijshuisvesting een taak van lokale overheden is. Zij kunnen het best bepalen hoe ruimtes kunnen worden benut en of meerdere functies mogelijk zijn naast onderwijs. Kan de regering vanuit het subsidiariteitsbeginsel de noodzaak onderbouwen van landelijke verplichtingen voor gemeenten en scholen en toelichten hoe deze bijdragen aan de uitvoering van de huisvestingsdoelen?
Tot slot vragen deze leden de regering naar het multifunctioneel gebruik van onderwijsgebouwen. In hoeverre verplicht dit wetsvoorstel gemeenten en scholen aan te geven of sprake is van multifunctioneel gebruik? Op welke wijze is de regering voornemens deze gegevens te gebruiken bij de uitvoering van deze wet?
Vragen van de leden van de fractie van de ChristenUnie
De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en stellen daarbij graag de volgende vragen.
1. Hoe is de regering voornemens verdere uitvoering te geven aan de maatregelen die voortvloeien uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting, waarvan dit wetsvoorstel onderdeel uitmaakt?
2. Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor schoolbesturen om overschotten op hun lumpsumbekostiging te gebruiken voor investeringen in onderwijshuisvesting. Hoe voorkomt de regering dat deze investeringen ten koste gaan van de onderwijskwaliteit? Met andere woorden: hoe borgt de regering dat deze investeringen daadwerkelijk worden gedaan met overschotten en niet met middelen die beter een andere bestemming hadden kunnen of moeten krijgen? Worden hierover met schoolbesturen en/of onderwijskoepels concrete afspraken gemaakt?
3. Heeft de regering overwogen schoolbesturen de ruimte te bieden de bedoelde overschotten aan te wenden voor andere doeleinden, zoals verbetering van de onderwijskwaliteit, aangezien het gemeentebestuur wettelijk verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting en met dit wetsvoorstel een vermenging van verantwoordelijkheden zou kunnen ontstaan? De Afdeling advisering van de Raad van State merkte in dit verband op dat investeringen door een schoolbestuur «in de plaats kunnen gaan komen» van investeringen door het gemeentebestuur. Hoe beoordeelt de regering dit risico?
4. In de door Parlement & Wetenschap uitgevoerde wetenschapstoets wordt gesteld dat het wetsvoorstel «ondoelmatig» zal zijn, omdat de maatregelen in het wetsvoorstel naar verwachting zullen bijdragen aan een toename van «bestuurlijke drukte», maar niet noodzakelijk bijdragen aan de oplossing voor het probleem.9 Kan de regering daarop reageren en toelichten waarom zij het wetsvoorstel desondanks doelmatig acht?
5. In de bedoelde wetenschapstoets wordt ook geconcludeerd dat het probleem dat met dit wetsvoorstel geadresseerd wordt enkel op te lossen zou zijn als er een «systeemkeuze» gemaakt zou worden.10 Kan de regering toelichten of zij een dergelijke keuze heeft overwogen en uiteenzetten waarom een dergelijke keuze vooralsnog niet is gemaakt?
6. Uit de toelichting op het wetsvoorstel volgt dat het voorliggende voorstel niet bedoeld is als totaaloplossing voor de uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting, maar als een eerste stap in die richting. Kan de regering aangeven welke andere concrete stappen momenteel worden voorbereid en welk tijdpad daaraan is gekoppeld?
De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zien de antwoorden van de regering met belangstelling tegemoet en ontvangen de nota naar aanleiding van het verslag graag uiterlijk 30 juni 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rietkerk
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Karaaslan(D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf.
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf.
Universiteit Maastricht, Slechte lucht in klaslokaal heeft aantoonbaar effect op leerprestaties, 9 december 2022, zie https://www.maastrichtuniversity.nl/nl/nieuws/slechte-lucht-klaslokaal-heeft-aantoonbaar-effect-op-leerprestaties.
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf, p. 5.
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf, p. 6.
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Karaaslan(D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf.
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf.
Universiteit Maastricht, Slechte lucht in klaslokaal heeft aantoonbaar effect op leerprestaties, 9 december 2022, zie https://www.maastrichtuniversity.nl/nl/nieuws/slechte-lucht-klaslokaal-heeft-aantoonbaar-effect-op-leerprestaties.
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf, p. 5.
Parlement & Wetenschap, Wetenschapstoets Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, 26 maart 2025, zie https://parlementenwetenschap.nl/wp-content/uploads/2025/04/260326-Wetenschapstoets_planmatige_aanpak_onderwijshuisvesting.pdf, p. 6.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36692-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.