36 677 Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie

Nr. 18 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID CLAASSEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 17

Ontvangen 19 mei 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel A, subonderdeel 4, komt te luiden:

4. De begripsbepaling «embryo» komt te luiden:

embryo:

cel of samenhangend geheel van cellen, ontstaan door samensmelting van een in het menselijk lichaam ontstane eicel en ten minste een in het menselijk lichaam ontstane zaadcel;.

II

In artikel I, onderdeel B, vervalt subonderdeel 4.

III

Artikel I, onderdeel H, vervalt.

IV

Artikel I, onderdeel I, vervalt.

V

Artikel I, onderdeel O, vervalt.

VI

Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

Het voorstel van wet houdende Regels voor handelingen met lichaamsmateriaal, welke worden verricht voor andere doeleinden dan geneeskundige behandeling of diagnostiek van de donor (Wet zeggenschap lichaamsmateriaal) (Kamerstukken 35 844) wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

intact embryomodel:

entiteit met een menselijk nucleair genoom, waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat, als ontwikkeling tot en met de gastrulatie zou plaatsvinden, dezelfde essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling ontstaan als bij een embryo als bedoeld in artikel 1 van de Embryowet en die het resultaat is van:

  • 1°. het samensmelten van een of meer in vitro geproduceerde geslachtscellen met een of meer in het menselijk lichaam geproduceerde geslachtscellen;

  • 2°. het samensmelten van in vitro geproduceerde geslachtscellen;

  • 3°. het samenbrengen van pluripotente stamcellen; of

  • 4°. celkerntransplantatie.

B

In artikel 6, eerste lid, wordt onder verlettering van onderdeel b tot c een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • b. een intact embryomodel.

C

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende

Artikel 5a verbodsbepalingen in verband met het tot stand brengen van intacte embryomodellen

Onverminderd artikel 5 is het verboden:

  • a. een intact embryomodel te gebruiken voor het tot stand brengen van een zwangerschap;

  • b. een intact embryomodel dat tot stand wordt gebracht door het samenbrengen van pluripotente stamcellen, zich te laten ontwikkelen langer dan veertien dagen gerekend vanaf het moment waarop de pluripotente stamcellen nadat zij zijn samengebracht, een zichzelf organiserende structuur vormen minus de in het in artikel 23a, eerste lid, bedoelde onderzoeksprotocol geschatte ontwikkelingsleeftijd op het hiervoor genoemde moment, of andere intact embryomodel zich langer dan veertien dagen te laten ontwikkelen, gerekend vanaf het moment van samensmelting;

  • c. uit een intact embryomodel in kweek gebrachte cellen te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor toestemming is verleend;

  • d. een intact embryomodel in te brengen in een dier.

D

Aan artikel 42 wordt voor de punt aan het slot toegevoegd «, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk betreffende intacte embryomodellen, en de toetsing door de CCMO.»

Toelichting

De indiener acht het wetsvoorstel onvolkomen op twee punten. In de eerste plaats wordt onderzoek met materiaal dat is ontstaan uit pluripotente stamcellen, en dat zich niet kan doorontwikkelen tot een mens, onderworpen aan hetzelfde regime als onderzoek met menselijke embryo’s die zijn ontstaan door samensmelting van eicel en zaadcel. Daarmee wordt onderzoek dat juist géén menselijk leven beëindigt onnodig geremd, terwijl het regime van de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl) voor dit type materiaal beschikbaar is en specifiek voor lichaamsmateriaal is ontworpen. In de tweede plaats hanteert het wetsvoorstel een open einde door iedere «andere wijze van tot stand brengen» onder de embryodefinitie te brengen, waardoor de definitie zichzelf uitbreidt naarmate de wetenschap vordert, zonder dat de wetgever zich daarover opnieuw uitspreekt.

Het amendement adresseert beide gebreken in onderlinge samenhang. Het beperkt de definitie van embryo tot de cel of het samenhangend geheel van cellen, ontstaan door samensmelting van een in het menselijk lichaam ontstane eicel en ten minste een in het menselijk lichaam ontstane zaadcel; aan deze categorie blijft het volledige Embryowetregime onverkort verbonden. Modelembryo’s worden niet langer onder de Embryowet gebracht maar onder de Wzl, met aanvullende waarborgen die in een afzonderlijke bepaling van de Wzl worden vastgelegd: een categorisch verbod op iedere reproductieve toepassing, een maximale ontwikkelingstermijn van veertien dagen, een gebruiksbeperking voor uit het embryomodel in kweek gebrachte cellen, en een verbod op het inbrengen in een dier. Toekomstige ontstaanswijzen die onder het embryomodelbegrip zouden moeten vallen, vergen een afzonderlijke afweging door de wetgever; een open delegatiegrondslag wordt door indiener uitdrukkelijk niet wenselijk geacht, in lijn met het uitgangspunt dat het primaat bij de wetgever ligt.

Deze opzet doet recht aan de bijzondere positie van Nederland als ethisch verantwoord én wetenschappelijk prominent land voor voortplantings- en stamcelonderzoek. Zij verzwakt de bescherming van menselijk leven niet en versterkt tegelijk de werkbaarheid van de wet voor onderzoekers die met modelembryo’s werken. Zij sluit aan bij de internationale wetenschappelijke standaard, die voor stamcel-gebaseerde embryomodellen een gefaseerde toetsingssystematiek hanteert en die nergens overgaat tot uniforme gelijkstelling met klassieke embryo’s.

Claassen

Naar boven