36 677 Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie

Nr. 12 AMENDEMENT VAN DE LEDEN DIEDERIK VAN DIJK EN BIKKER

Ontvangen 15 april 2026

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In de met artikel I, onderdeel A, subonderdeel 4, voorgestelde begripsbepaling «embryo» vervalt onderdeel 5° onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel 4°.

II

In artikel I, onderdeel O, wordt na subonderdeel 2 een subonderdeel ingevoegd, luidende:

2a. Aan het eerste lid (nieuw) wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • i. een embryo tot stand te brengen op een andere wijze dan genoemd in artikel 1.

Toelichting

De regering stelt voor om in de nieuwe definitie van het begrip embryo een opsomming te geven van de mogelijke ontstaanswijzen van embryo’s. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de ontstaanswijze van «klassieke embryo’s» en embryoachtige structuren. Voor deze tweede categorie worden vijf mogelijke ontstaanswijzen opgesomd. Als vijfde mogelijkheid wordt «een andere wijze van tot stand brengen» genoemd. De indieners vinden een dergelijke open-einde-formulering onwenselijk. Hiermee komen immers alle nu nog onbekende manieren om embryo’s tot stand te brengen direct onder het bereik van de Embryowet, zonder verdere betrokkenheid van de wetgever. De indienersvinden dat als er een nieuwe ontstaanswijze van embryo’s wordt uitgevonden de wetgever een expliciete keuze moet maken of, en zo ja hoe deze in de Embryowet wordt opgenomen. Dit amendement schrapt daarom de zinsnede «een andere wijze van tot stand brengen». Daarnaast wordt elke andere wijze van tot stand brengen van embryo’s dan reeds in de begripsbepaling expliciet verboden.

D. van Dijk Bikker

Naar boven