36 670 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt)

D BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juni 2026

Op 2 juni jl. heb ik aan uw Kamer de Nota naar aanleiding van het verslag verzonden in verband met Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt).1

De maatregelen in het wetsvoorstel beogen een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt, zodat studenten beter opgeleid kunnen worden voor de arbeidsmarkt, nu en in de toekomst. Met het wetsvoorstel bieden we onderwijsinstellingen meer ruimte voor hybride en praktijkgerichte onderwijsvormen door aanpassing van de regels rondom de urennorm. Ook wordt het beter mogelijk om verkorte opleidingen aan te bieden voor studenten met relevante leer- of werkervaring. Studenten krijgen meer mogelijkheden om actuele en passende keuzedelen te volgen. En tot slot komt er meer ruimte voor het niet-bekostigd onderwijs om delen van opleidingen uit te voeren.

Het wetsvoorstel komt voort uit door mbo-instellingen en mbo-docenten ervaren knelpunten bij de aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Zij verzoeken mij om de wet per 1 augustus 2026 in werking te laten treden, zodat de onderwijsinstellingen in aankomend studiejaar 2026–2027 van de nieuwe maatregelen gebruik kunnen maken. Als deze datum niet gehaald wordt zou dit tot gevolg kunnen hebben dat de maatregelen pas een studiejaar later kunnen worden ingevoerd.

Om de datum van 1 augustus 2026 te kunnen halen, is het van belang dat uw Kamer de behandeling van dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces 2026 afrondt en over dit wetsvoorstel stemt. Ik realiseer me dat de Eerste Kamer een volle agenda heeft en de beoogde inwerkingtredingsdatum voor uw Kamer tot een krap tijdpad leidt. Ik waardeer dan ook zeer dat uw Kamer de vragen over dit wetsvoorstel al snel aan mij heeft gesteld, en ik zou het zeer op prijs stellen als uw Kamer wil kijken naar de mogelijkheden om de behandeling van het wetsvoorstel spoedig af te ronden. Ik dank u zeer voor uw begrip.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert


X Noot
1

Vergaderjaar 2025/26, 36 670. In deze nota zijn de vragen beantwoord van de leden van de fracties van BBB en D66 van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.


X Noot
1

Vergaderjaar 2025/26, 36 670. In deze nota zijn de vragen beantwoord van de leden van de fracties van BBB en D66 van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Naar boven