Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36670 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36670 nr. B |
Vastgesteld 2 juni 2026
Inleiding
De leden van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake verbetering van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt.
De leden van de fracties van de BBB en D66 hebben naar aanleiding hiervan de volgende vragen aan de regering.
Vragen van de leden van de fractie van de BBB
De leden van de fractie van de BBB hebben bij dit wetsvoorstel de volgende vragen aan de regering.
1. Hoe zorgt dit wetsvoorstel ervoor dat voor jongeren in hun eigen regio, stad en dorp hoogwaardige werkgelegenheid behouden blijft en wordt ontwikkeld? Kan de regering daarbij tevens aangeven om hoeveel werkgelegenheid het naar verwachting gaat?
2. Hoe biedt dit wetsvoorstel meer mogelijkheden voor om- en bijscholing? Kan de regering tevens aangeven om hoeveel mogelijkheden het naar verwachting gaat?
3. Kan de regering garanderen dat tijdens stages of andere werkactiviteiten die het gevolg zijn van de invoering van dit wetsvoorstel, het gebruik van het Nederlands de norm is? Hoe moeten onderwijsinstellingen hierop toezicht houden en waarborgen dat correct Nederlands wordt gebruikt en geleerd?
4. Hoe wil de regering voorkomen dat onderwijsinstellingen voor de invoering en uitvoering van deze wet op grote schaal externe partijen zullen inhuren?
5. De Afdeling advisering van de Raad van State geeft in haar nader rapport aan dat DUO heeft aangegeven dat invoering van deze wet uitvoerbaar is per augustus 2025.Wanneer is volgens DUO invoering van de wet inmiddels uitvoerbaar?2 Wanneer is volgens DUO invoering van de wet inmiddels uitvoerbaar?
6. Zowel door de Afdeling advisering van de Raad van State als tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is de zorg geuit dat in bepaalde regio’s het aanbod van verkorte opleidingen kan leiden tot verschraling van het reguliere aanbod. Indien uit evaluatie blijkt dat hiervan sprake is, kan de regering bij algemene maatregel van bestuur beperkingen stellen aan het soort en het aantal opleidingen dat als verkorte opleiding mag worden aangeboden, dan wel nader bepalen welke studenten voor toelating in aanmerking komen. De leden van de fractie van BBB achten de kans hierop in plattelandsgebieden reëel. Is de regering bereid deze evaluatie voor plattelandsgebieden niet na de voorgestelde vijf jaar, maar al na drie jaar uit te voeren?
7. Kan de regering garanderen dat invoering van dit wetsvoorstel niet leidt tot verlaging van de kwaliteit van het desbetreffende onderwijs? Welke maatregelen wil de regering treffen om dit te waarborgen en te monitoren?
8. Op welke wijze zal deze wet bijdragen aan verbetering van de leerresultaten in het desbetreffende onderwijs? Kan de regering tevens aangeven welke verbetering zij verwacht?
9. Kan de regering garanderen dat invoering van deze wet niet leidt tot minder door docenten begeleide onderwijsuren? Welke maatregelen wil de regering treffen om dit te waarborgen en te monitoren?
10. Richt dit wetsvoorstel zich uitsluitend op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo)? Zo nee, op welke andere onderwijsvormen richt het zich nog meer? Indien het wetsvoorstel zich niet richt op alle vormen van voortgezet en hoger onderwijs, waarom heeft de regering daarvoor gekozen?
11. Tijdens de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer werd gesteld dat bij bepaalde mbo-instellingen reeds 25% van de onderwijstijd uit stage bestaat en dat is geprobeerd dit aandeel te verhogen naar 40% van de onderwijstijd. Herkent de regering dit beeld? Hoe wil de regering voorkomen dat opleidingen als gevolg van dit wetsvoorstel in toenemende mate verworden tot werkplaatsen voor bedrijven of andere werkgevers en in mindere mate onderwijsinstellingen blijven?
Vragen van de leden van de fractie van D66
De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van de verschillende wijzigingen van de regels over de onderwijstijd in het beroepsonderwijs ter bevordering van de aansluiting op de arbeidsmarkt. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen aan de regering.
De invulling van de urennorm wordt op dit moment door instellingen als te rigide ervaren. De leden van de fractie van D66 achten het van belang dat instellingen meer ruimte en vertrouwen krijgen om te doen wat goed is voor studenten en docenten. Met dit wetsvoorstel beoogt de regering meer flexibiliteit te introduceren: voor een driejarige mbo-opleiding wordt het aantal flexibele uren verhoogd van 100 naar 250. Waarom heeft de regering gekozen voor 250 flexibele uren en niet voor een hoger of lager aantal? Kan de regering onderbouwen dat met 250 flexibele uren in drie jaar wordt voorzien in de behoefte aan meer flexibiliteit, zodanig dat geen behoefte meer zal bestaan om van de urennorm af te wijken? Waarom wordt die mogelijkheid niet behouden?
De leden van de fractie van D66 achten het van belang dat studenten in het mbo, hbo en wo gelijkwaardig worden behandeld. In het hbo en wo geldt geen minimale urennorm. Onderwijsactiviteiten binnen flexibele uren zijn daar derhalve reeds mogelijk. Hoe reflecteert de regering op het verschil in flexibiliteit tussen mbo, hbo en wo en de gevolgen daarvan voor de gelijkwaardige positie van het mbo binnen de waaier van onderwijs?
Deze leden lezen dat de wijzigingen niet worden doorgevoerd in Caribisch Nederland, maar onderdeel vormen van de grotere wetswijziging waarbij de Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES) in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) wordt geïncorporeerd. Zij achten het van belang dat studenten in Caribisch Nederland dezelfde mogelijkheden hebben als studenten in Europees Nederland en dat hun diploma’s gelijkwaardig zijn. Wat is de stand van zaken van deze wetswijziging en welk tijdpad voorziet de regering?
De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zien de beantwoording van de vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen de nota naar aanleiding van het verslag graag uiterlijk 30 juni 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rietkerk
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Karaaslan(D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Afdeling advisering van de Raad van State, advies W05.24.00088/I, zie www.raadvanstate.nl/adviezen/@143281/w05-24-00088/.
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Karaaslan(D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Afdeling advisering van de Raad van State, advies W05.24.00088/I, zie www.raadvanstate.nl/adviezen/@143281/w05-24-00088/.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36670-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.