36 643 (R2202) Wijziging van de Paspoortwet in verband met de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart

E NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET TWEEDE VERSLAG

Ontvangen 1 juni 2026

Graag dank ik de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de tweede schriftelijke inbreng bij het voorstel van rijkswet, houdende wijziging van de Paspoortwet in verband met de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart. De leden van de BBB-fractie hebben enkele nadere vragen gesteld over de gevolgen van het wetsvoorstel voor gemeenten, de Friese taal en de consultatiereactie van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB). In deze nota naar aanleiding van het tweede verslag beantwoord ik de door de leden van de BBB-fractie gestelde vragen.

1. Gevolgen van het voorstel van rijkswet

De regering stelt dat de impact voor gemeenten zeer laag is en verwacht «(...) weinig tot geen extra kosten (...)».1

Gemeenten moeten wél zelf hun handboeken, opleidingsdocumenten en websites aanpassen. Kan de regering aan de leden van de fractie van de BBB toelichten waarom dit geen extra kosten met zich brengt?

De impact van het voorstel is samen met Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) nader onderzocht. Hieruit is gebleken dat de impact voor gemeenten zeer laag is. De gevolgen voor gemeenten zijn beperkt tot het zelf aanpassen van eigen communicatie waarin naar de Paspoortwet of daaronder liggende regelgeving wordt verwezen. Eigen communicatie waarin niet specifiek naar bepaalde artikelen uit de Paspoortwet wordt verwezen, hoeft niet te worden aangepast, omdat er geen inhoudelijke wijzigingen zijn. Het gaat dus alleen om communicatie waarin specifiek naar bepaalde artikelen wordt verwezen. Deze verwijzingen moeten aangepast worden. Voor zover het gaat om de Nederlandse identiteitskaart (NIK), moet voortaan naar de nieuwe Wet op de Nederlandse identiteitskaart en daaronder liggende regelgeving worden verwezen. Gemeenten worden hierin gefaciliteerd en ontvangen een omzettingstabel met daarin een overzicht van de artikelen vóór en na de inwerkingtreding van de voorgestelde regelgeving. Het is gebruikelijk dat bij een aanpassing in wetgeving eigen communicatie van gemeenten die specifiek naar de betreffende wetgeving verwijst, hierop moet worden aangepast. De kosten van deze aanpassingen worden door VNG en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) als zeer laag ingeschat, en van hen zijn ook geen signalen ontvangen dat dit problemen oplevert voor gemeenten.

De regering stelt dat de technische ICT-aanpassingen centraal door de leverancier in opdracht van het Rijk worden uitgevoerd. Brengt dit geen extra kosten voor gemeenten mee als dit leidt tot ICT-problemen aan de balie? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.

De kans dat deze wijzigingen tot ICT-problemen aan de balie gaan leiden zijn minimaal omdat die aanpassingen niet technisch van aard zijn. Een groot deel van de wijzigingen ten gevolge van het wetsvoorstel zijn enkel tekstuele aanpassingen in de gebruikershandleidingen. Deze worden door de leverancier onderhouden en aangeleverd aan de gemeenten. Dit zal niet tot technische problemen leiden, aangezien de software zelf niet geraakt wordt. Het andere deel van de tekstuele wijzigingen wordt meegenomen in de standaard ontwikkeling van de desbetreffende applicatie.

Decentrale overheden moeten hun belastingverordeningen straks baseren op de nieuwe Wet op de Nederlandse identiteitskaart. Brengt deze verandering extra kosten, voor bijvoorbeeld juridisch uitzoekwerk, mee? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.

Deze verandering brengt voor gemeenten geen extra kosten mee. Wat betreft de juridische grondslag voor de belastingverordeningen in de nieuwe situatie is in artikel II van het onderhavige wetsvoorstel een overgangsbepaling opgenomen. Daarin is geregeld dat belastingverordeningen en eilandverordeningen die op het moment van inwerkingtreding van het wetsvoorstel gebaseerd zijn op de Paspoortwet, vanaf inwerkingtreding van het wetsvoorstel ook berusten op de Wet op de Nederlandse identiteitskaart voor zover het de leges voor de NIK betreft. Gemeenten en openbare lichamen hoeven reeds vastgestelde verordeningen hier dus niet voor aan te passen. Gemeenten en openbare lichamen wijzigen hun belastingverordeningen periodiek om de tarieven aan te passen wanneer deze in verband met de jaarlijkse indexatie van de maximumleges gewijzigd zijn. Bij een eerstvolgende nieuwe vaststelling van de belastingverordening moeten zij dan dus wel, naast de Paspoortwet, ook naar de Wet op de Nederlandse identiteitskaart verwijzen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van de hiervoor aangehaalde omzettingstabel van artikelen. Gemeenten en openbare lichamen worden over de ontvlechting tijdig geïnformeerd. De regering verwacht dat gemeenten en openbare lichamen hiervoor geen juridisch uitzoekwerk hoeven te verrichten en dus geen andere kosten hoeven te maken dan de gebruikelijke kosten voor aanpassing van een belastingverordening. Ook hier zijn vanuit de VNG en de NVVB geen signalen ontvangen dat dit problemen of buitengewone kosten oplevert voor gemeenten.

2. Friese taal

De belemmering voor het Fries op het paspoort zit volgens de regering in het feit dat het Fries geen officiële landstaal van heel Nederland is. Op dit moment is het Fries wettelijk beschermd als officiële taal, maar uitsluitend binnen de provincie Fryslân via de Wet gebruik Friese taal. Kan het Fries dan wel op Friese paspoorten? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.

Bij de beantwoording van deze vraag wordt vooropgesteld dat aanpassingen in het model van het paspoort of de identiteitskaart geen onderwerp zijn van dit wetsvoorstel, noch worden er inhoudelijke wijzigingen in dit opzicht beoogd.

De regering onderschrijft het belang van het Fries als regionaal erkende taal. Zoals in de nota naar aanleiding van het eerste verslag is uiteengezet, mag volgens de standaarden van de International Civil Aviation Organisation (ICAO) alleen de officiële landstaal van de documentuitgevende staat op het document staan.2 Omdat de Friese taal niet de status heeft van officiële landstaal van Nederland, kan het Fries niet op het paspoort of de NIK worden opgenomen, ook niet op documenten die in de provincie Fryslân worden uitgegeven.

Daarbuiten is het Fries via Europese verdragen beschermd als een erkende regionale taal. Volgens de International Civil Aviation Organisation (ICAO)-standaarden, waar Nederland via EU-verordeningen aan gebonden is, mogen er op reisdocumenten alleen officiële landstalen worden opgenomen. Uit recent onderzoek van de regering is daarom geconcludeerd dat het toevoegen van het Fries niet uitvoerbaar is.3 De regering geeft aan dat er geen enkel ander EU-land is dat een regionale taal op identiteitsdocumenten vermeldt. Wanneer een land wel meerdere talen op het paspoort heeft staan, zoals Finland met het Fins en het Zweeds, komt dit omdat dit allebei officiële landstalen van dat land zijn. Om het Fries op de identiteitskaart te krijgen, zoals provincie Fryslân graag wil, zou de status dus in theorie veranderd moeten worden naar die van een officiële landstaal. Deze leden lezen graag een toelichting op de vragen of de regering daartoe bereid is en of dit juridisch haalbaar is.

De regering erkent het belang van het Fries als belangrijk onderdeel van het Nederlandse culturele erfgoed. Het Fries heeft dan ook een bijzondere wettelijke positie binnen Nederland, met bescherming en gebruiksmogelijkheden in onder meer het onderwijs, de rechtspraak en het openbaar bestuur in Fryslân. De regering ziet op dit moment echter geen aanleiding om stappen te zetten richting een wijziging van de status van het Fries naar officiële landstaal van Nederland. Daarbij ziet de regering het huidige stelsel, waarin ruimte bestaat voor bescherming en bevordering van regionale talen binnen de bestaande staatsrechtelijke verhoudingen als passend en toereikend.

3. Consultatiereactie NVVB

De Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) heeft nadrukkelijk gewaarschuwd voor inconsistenties tussen de identiteitskaart en de Basisregistratie Personen (BRP), maar de regering stelt kortweg dat daar «geen sprake» van is. Kan de regering aan deze leden aangeven of zij bereid is om hier navraag naar te doen bij de NVVB om mogelijk toekomstige problemen te voorkomen?

De vraag van de fractie van de BBB houdt verband met een opmerking die de NVVB heeft gemaakt over de consultatieversie van het wetsvoorstel. In de consultatieversie van dit wetsvoorstel werd rekening gehouden met het voorstel van rijkswet centrale voorziening.4 In dat wetsvoorstel was (onder meer) het schrappen van de geslachtsvermelding van de NIK opgenomen. Het schrappen van de geslachtsvermelding is nadien echter in een afzonderlijk wetsvoorstel ondergebracht, dat momenteel aanhangig is bij de Tweede Kamer.5 Daarbij is rekening gehouden met de opmerking van de NVVB. Deze opmerking van de NVVB raakt daarom het onderhavige wetsvoorstel niet meer, omdat dit enkel nog uitgaat van de momenteel geldende Paspoortwet. Met het onderhavige wetsvoorstel wijzigt inhoudelijk ook niets aan de geldende Paspoortwet. Dit wetsvoorstel leidt dus niet tot een inconsistentie van gegevens tussen een NIK en de BRP.

NVVB is van bovenstaande op de hoogte gebracht en deelt de conclusie dat de door de fractie van de BBB geschetste situatie in het kader van dit wetsvoorstel niet meer aan de orde is.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg


X Noot
1

Kamerstukken I, 2025/26, 36 643 (R2202), C.

X Noot
2

ICAO Document 9303.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1450, p. 13.

X Noot
4

Dit voorstel is uiteindelijk niet ingediend. Zie voor de consultatieversie: https://www.internetconsultatie.nl/biometrischegegevenspaspoortwet/b1.

X Noot
5

Kamerstukken II 2023/24, 36 587 (R2197), nr. 2.


X Noot
1

Kamerstukken I, 2025/26, 36 643 (R2202), C.

X Noot
2

ICAO Document 9303.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1450, p. 13.

X Noot
4

Dit voorstel is uiteindelijk niet ingediend. Zie voor de consultatieversie: https://www.internetconsultatie.nl/biometrischegegevenspaspoortwet/b1.

X Noot
5

Kamerstukken II 2023/24, 36 587 (R2197), nr. 2.

Naar boven