36 621 Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b)

Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID BUSHOFF

Ontvangen 27 mei 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel B, onder 1, wordt aan het voorgestelde derde lid toegevoegd «Het college vordert alleen geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget terug van een jeugdige of zijn ouders als de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de jeugdige of zijn ouders opzettelijk heeft plaatsgevonden. Bij de terugvordering houdt het college rekening met de situatie en financiële draagkracht van de jeugdige of zijn ouders».

II

In artikel II, onderdeel A, wordt aan het voorgestelde eerste lid toegevoegd «Het college vordert alleen geheel of gedeeltelijk de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening van een cliënt als de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden. Bij de terugvordering houdt het college rekening met de situatie en financiële draagkracht van de cliënt.».

Toelichting

Met het wetsvoorstel wordt voorgesteld om het dubbel opzetvereiste te laten vervallen in de Wmo 2015. Ook wordt de keus bij wie wordt teruggevorderd, aan het college gelaten. Dit betekent dat in het vervolg bij de zorgaanbieder of bij de cliënt kan worden teruggevorderd. De regering geeft in de toelichting aan dat het uitgangspunt dient te zijn dat slechts van de cliënt kan worden teruggevorderd indien sprake is van opzet, dit vermoeden deugdelijk is gemotiveerd, rekening wordt gehouden met de situatie van de cliënt en dat in de vordering rekening wordt gehouden met de draagkracht van de cliënt. Procedures zijn vaak ingewikkeld voor gewone mensen en een onopzettelijke fout is daarbij al snel gemaakt. Je kan niet van iedere cliënt verwachten dat die alle wettelijk regelingen zomaar begrijpt. Juist omdat het ook nog over jeugdigen kan gaan, is extra prudentie vereist. Gelet op de verregaande impact van een terugvordering op gewone mensen, is een zorgvuldige afweging en bescherming van mensen die onopzettelijke fouten zijn begaan, essentieel. Daarom acht de indiener het wenselijk expliciet wettelijk te verankeren dat het uitgangspunt dient te zijn dat slechts van de cliënt kan worden teruggevorderd indien sprake is van opzet, dit vermoeden deugdelijk is gemotiveerd, rekening wordt gehouden met de situatie van de cliënt en dat in de vordering rekening wordt gehouden met de draagkracht van de cliënt.

Bushoff

Naar boven