36 615 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 18 VERSLAG OVER HET BURGERINITIATIEF STOP DE POSTCODE LOTERIJ

Vastgesteld 2 juli 2026

Inleiding

Dit verslag bevat de beoordeling van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven (hierna: de commissie) van de ontvankelijkheid van het burgerinitiatief Stop de Postcode Loterij. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het burgerinitiatief, de ontvankelijkheid, het oordeel van de commissie en tot slot het voorstel van de commissie aan de Kamer. Het voorstel van het burgerinitiatief is bijgevoegd.

Het burgerinitiatief

Het burgerinitiatief Stop de Postcode Loterij is op 12 mei 2026 door initiatiefnemer Rick Broers aangeboden aan de commissie.

De huidige opzet van de Postcode Loterij maakt volgens de initiatiefnemer gebruik van mechanismen die inspelen op angst om kansen mis te lopen en andere psychologische prikkels. Deze vormen van gedragsbeïnvloeding zijn momenteel slechts beperkt gereguleerd binnen de bestaande kansspelwetgeving.

Volgens de initiatiefnemer moeten binnen de Nederlandse kansspelwetgeving aanvullende regels worden opgenomen, die consumenten beschermen tegen dergelijke mechanismen. Deze regelgeving dient zich te richten op het beperken van systemen en marketingstrategieën die inspelen op verliesaversie, sociale druk en het gevoel van gemiste kansen.

De initiatiefnemer stelt voor om:

  • 1. de Wet op de kansspelen aan te passen door het invoeren van een verbod op systemen waarbij niet-deelnemers achteraf kunnen vaststellen dat zij een prijs hebben misgelopen. Volgens de initiatiefnemer mogen kansspelen geen prijzen toekennen op basis van kenmerken die deelnemers delen met niet-deelnemers, zoals postcode, achternaam of andere indirect identificerende gegevens, waardoor achteraf kan worden vastgesteld dat een niet-deelnemer een prijs is misgelopen.

  • 2. fear-of-missing-out-versterkende communicatie te beperken door duidelijke grenzen te stellen aan communicatie die inspeelt op het gevoel van «iets mislopen». Reclame voor kansspelen mag daarom geen nadruk leggen op situaties waarin prijzen vallen in de directe omgeving van consumenten of waarin gesuggereerd wordt dat niet-deelnemers concreet een kans hebben gemist. Kansspelen moeten worden gepresenteerd als individuele deelname aan een kansspel en niet als een collectieve gebeurtenis waarbij niet-deelnemers expliciet worden geconfronteerd met gemiste kansen.1

Dit burgerinitiatief richt zich volgens de initiatiefnemer niet op het beëindigen van de Postcode Loterij als geheel, maar op het hervormen van het huidige systeem en het voorkomen van vergelijkbare constructies bij andere loterijen in de toekomst.

Ontvankelijkheid

De commissie heeft onderzocht of het burgerinitiatief voldoet aan de daaraan door de Kamer gestelde procedurele en inhoudelijke vereisten. De vereisten staan vermeld in artikel 4 van de Regeling van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven (hierna: de Regeling).2

De belangrijkste procedurele vereisten gaan over de aangeleverde steunbetuigingen. Voor de inhoudelijke beoordeling kijkt de commissie met name naar het zogenaamde tweejaarscriterium. Dit houdt in dat een burgerinitiatief niet betrekking kan hebben op een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief door de Kamer een besluit is genomen, tenzij er voldoende concrete nieuwe feiten en omstandigheden zijn die de Kamer bij de eerdere besluitvorming niet bekend waren (artikel 4, derde lid, onder c van de Regeling).

Ten aanzien van het aantal steunbetuigingen constateert de commissie dat het burgerinitiatief is voorzien van de minimaal vereiste 40.000 steunbetuigingen: in totaal zijn er 43.296 steunbetuigingen aangeleverd. De steunbetuigingen zijn door middel van een aselecte steekproef gecontroleerd.

Ten aanzien van het tweejaarscriterium wat betreft het eerste voorstel van het burgerinitiatief constateert de commissie dat onderwerpen, die de Wet op de kansspelen raken, diverse keren in algemene zin aan de orde zijn gesteld in de Kamer. Dit betreft vooral het onderwerp «online kansspelen», dat onder meer tijdens een commissiedebat over kansspelen op 27 maart 2025 is besproken.3 In de periode december 2025 tot en met april 2026 is een tweetal brieven van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid naar de Kamer gestuurd over online kansspelen, risico’s op gokschade en onderzoeken over kansspelen.4 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft besloten beide brieven te agenderen voor het commissiedebat Kansspelen d.d. 3 september 2026.

Wat betreft het tweede voorstel van het burgerinitiatief is tijdens voornoemd commissiedebat over kansspelen op 27 maart 2025 ook gesproken over kansspelreclame en de effecten daarvan.5

Tijdens een tweeminutendebat Kansspelen op 8 april 2025 zijn enkele moties ingediend door Kamerleden.6 Deze moties gaan voornamelijk over online kansspelen, illegale gokapps, gokschade, het verbod op gokken met geleend geld alsmede het bestrijden en onderdrukken van reclame voor illegale kansspelen.

In besluitvormende zin zijn moties door de Kamer aangenomen die zijn ingediend tijdens het voornoemde tweeminutendebat Kansspelen. Dit zijn voornamelijk de moties op het gebied van online kansspelen en raken niet of onvoldoende aan het onderwerp van het burgerinitiatief. Daarnaast is door de Kamer op 18 juni 2024 een gewijzigde motie aangenomen van het lid Zeedijk c.s. over het uitzonderen van een verplichte bedenktijd bij verkoop aan de deur en donateurverwerving voor ideële of charitatieve instellingen en loterijen, die afdragen aan goede doelen.7 Ook is op 4 juni 2024 een subamendement van het lid Postma aangenomen op het amendement van het lid Flach over het uitzonderen van loterijen en uitgevers van kranten en tijdschriften van het verbod om contact op te nemen.8 Deze onderwerpen betreffen de wijze van en procedures rondom werving van nieuwe leden van onder meer loterijen.

Over de andere in artikel 4, derde lid, van de Regeling vermelde inhoudelijke vereisten (onderdelen a, b, d en e) heeft de commissie geen opmerkingen.

Oordeel van de commissie

Op basis van haar onderzoek is de commissie van oordeel dat wordt voldaan aan de procedurele en inhoudelijke vereisten voor een burgerinitiatief.

Over het eerste voorstel van het burgerinitiatief zijn de afgelopen twee jaar geen besluiten genomen door de Kamer. Wat betreft het tweede voorstel van het burgerinitiatief wijst de commissie de Kamer erop dat in de afgelopen twee jaar een motie en een subamendement door de Kamer zijn aangenomen die raken aan dit tweede voorstel. De commissie meent echter dat de strekking van het tweede voorstel van het burgerinitiatief veel ruimer is dan wat in de motie en het subamendement aan de orde is gesteld. In de weging van deze motie en het subamendement heeft de commissie het gegeven dat de strekking van het tweede voorstel in het burgerinitiatief ruimer is dan de strekking van de motie en het subamendement, de doorslag laten geven.

De commissie is daarom van oordeel dat het burgerinitiatief Stop de Postcode Loterij ontvankelijk kan worden verklaard.

Voorstel aan de Kamer

De commissie stelt de Kamer voor het burgerinitiatief Stop de Postcode Loterij in behandeling te nemen en in handen te stellen van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid.

De voorzitter van de commissie, Huidekooper

De griffier van de commissie, Huls


X Noot
2

Artikel 4. Vereisten burgerinitiatief

  • 1 Een burgerinitiatief kan slechts worden ingediend of ondersteund door natuurlijke personen die gerechtigd zijn tot verkiezing van de leden van de Tweede Kamer.

  • 2. Een burgerinitiatief dient te zijn ondertekend door de initiatiefnemers, en ten minste te bevatten:

    • a. de naam, geboortedatum en nationaliteit, en het adres van de initiatiefnemers;

    • b. een bijlage waaruit blijkt dat ten minste 40.000 andere personen in het jaar voorafgaand aan de datum waarop het burgerinitiatief door de commissie ontvangen is hun steun aan het voorstel hebben gegeven onder vermelding van hun naam, adres, geboortedatum en nationaliteit, alsmede de datum waarop zij hun steun hebben gegeven; en

    • c. een nauwkeurige omschrijving en motivering van het voorstel aan de Kamer om een onderwerp te behandelen.

  • 3. Een burgerinitiatief kan niet betrekking hebben op:

    • a. een aangelegenheid van een decentrale overheid;

    • b. een vraag over, klacht over, of bezwaar tegen het regeringsbeleid;

    • c. een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief door de Kamer een besluit is genomen, tenzij er voldoende concrete nieuwe feiten en omstandigheden zijn die de Kamer bij de eerdere besluitvorming niet bekend waren;

    • d. belastingen en begrotingen;

    • e. zaken die in strijd zijn met de Grondwet of de goede zeden.

X Noot
3

Kamerstuk 24 557, nr. 271.

X Noot
4

Brief Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 17 april 2026 over «Monitoringsrapportage online kansspelen voorjaar 2026» en onderzoek «Risico’s op gokschade: een rangorde van gokproducten» (Kamerstuk 24 557, nr. 281); Brief Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 17 december 2025 over onderzoeken kansspelen (Kamerstuk 24 557, nr. 278).

X Noot
5

Kamerstuk 24 557, nr. 271.

X Noot
6

Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 73, item 25.

X Noot
7

Kamerstuk 27 879, nr. 100.

X Noot
8

Kamerstuk 36 378, nr. 86.

Naar boven