36 602 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2025)

W VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 13 februari 2025

De leden van de vaste commissie voor Financiën1 hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 13 december 2024 over de gevolgen van de motie Van Dijk c.s. voor overgangsrecht btw op cultuur.2

Naar aanleiding hiervan is op 21 januari 2025 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Financiën.

De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane heeft op 11 februari 2025 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, De Man

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Aan de Staatssecretaris van Financiën

Den Haag, 21 januari 2025

De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief d.d. 13 december 2024 over de gevolgen van de motie Van Dijk c.s. voor overgangsrecht btw op cultuur.3 De leden van de fracties van D66 en de PvdD hebben naar aanleiding van deze brief een aantal vragen. De leden van de ChristenUnie-fractie sluiten zich bij de gestelde vragen aan. De leden van de Volt-fractie sluiten zich aan bij de door de PvdD gestelde vragen.

Vragen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie zijn tevreden met het feit dat de btw-verhogingen op cultuur, boeken, media en sport niet zullen ingaan net als met uw toezegging dat het overgangsrecht voor deze categorieën, zoals beschreven in het Belastingplan 2025, geschrapt wordt. Deze leden danken u voor uw inzet en behulpzaamheid bij dit onderwerp.

Over uw brief hebben de leden van de D66-fractie echter nog wel een aantal vragen ter verduidelijking. In deze brief wordt benoemd dat een alternatieve dekking voor de btw-verhoging op cultuur, media en sport gevonden gaat worden.

  • 1. Kunt u bevestigen dat de btw-verhoging niet zal ingaan voor de volgende categorieën: boeken en periodieken (waaronder boeken, schoolboeken, en dagbladen, weekbladen, tijdschriften, elektronische nieuwsbrieven en andere periodieken)?

  • 2. Kunt u eveneens bevestigen dat het overgangsrecht wordt geschrapt voor de hierboven genoemde categorieën, te weten boeken en periodieken?

Vragen van de leden van de PvdD-fractie

De leden van de PvdD-fractie lezen in uw brief:

«Het wettelijke overgangsrecht blijft onderdeel van het Belastingplan 2025, maar in een beleidsbesluit van de Staatssecretaris wordt – vooruitlopend op wetgeving (bijvoorbeeld het Belastingplan 2026) – goedgekeurd dat het verlaagde btw-tarief, in tegenstelling tot wat er in de wet staat, mag worden toegepast op vooruitbetalingen en de verkoop van tickets voor culturele prestaties die plaatsvinden in 2026».4

  • 1. Zien de leden van de PvdD-fractie het goed dat iets wordt goedgekeurd dat in strijd is met de wet?

  • 2. Heeft die goedkeuring enig rechtsgevolg, zo ja welk?

  • 3. Wat is de rechtspositie van een instelling die het verlaagde Btw-tarief toepast indien een wijziging van de wettelijke verplichtingen nadien uitblijft?

  • 4. Is de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd om te beoordelen of het vaststellen van het «beleidsbesluit» rechtmatig kan geschieden? Zo ja, wat is het oordeel? Zo nee, waarom is dat niet gebeurd en is het kabinet bereid om die vraag alsnog aan de Afdeling voor te leggen?

De leden van de vaste commissies voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Ballekom

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN – FISCALITEIT, BELASTINGDIENST EN DOUANE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2025

Hierbij bied ik u mijn reactie aan op de vragen en opmerkingen van de fracties van D66 en PvdD van 21 januari 2025 (uw kenmerk: 175799.15U) over de brief over de gevolgen van de motie Van Dijk c. s. voor overgangsrecht btw op cultuur (36 602, T).

De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, T. van Oostenbruggen

Antwoorden op Kamervragen van de leden van de D66-fractie over het goedkeurend beleidsbesluit inzake het gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing van bepaalde tabelposten van het verlaagde btw-tarief (ingezonden 21 januari 2025).

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat de btw-verhoging niet zal ingaan voor de volgende categorieën: boeken en periodieken (waaronder boeken, schoolboeken, en dagbladen, weekbladen, tijdschriften, elektronische nieuwsbrieven en andere periodieken)?

Antwoord 1

Bij de behandeling van het Belastingplan 2025 in de Tweede Kamer is de motie Van Dijk c.s.5 aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om vóór de Voorjaarsnota in overleg met de Kamer een alternatieve invulling voor de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport te presenteren. Het kabinet kan bevestigen dat de door de leden van de D66-fractie genoemde categorieën onder de reikwijdte van de motie vallen. Het kabinet ziet de motie als een verplichting om in overleg met de Kamer te zoeken naar een alternatieve invulling voor de verhoging van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport. Indien er in de Kamer geen draagvlak is voor een alternatieve dekking, zal het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport per 1 januari 2026 conform het Hoofdlijnenakkoord en het Belastingplan 2025 naar 21% gaan.

Vraag 2

Kunt u eveneens bevestigen dat het overgangsrecht wordt geschrapt voor de hierboven genoemde categorieën, te weten boeken en periodieken?

Antwoord 2

Het Belastingplan 2025 bevat een overgangsregeling voor betalingen c.q. overdrachten van vouchers in 2025 die betrekking hebben op leveringen en diensten waarvoor per 1 januari 2026 is voorzien in de afschaffing van het verlaagde btw-tarief, waaronder de door de leden van de D66-fractie genoemde categorieën. De overgangsregeling heeft tot gevolg dat op bijvoorbeeld de betaling voor een boek in 2025 dat pas wordt geleverd in 2026 het algemene tarief van (21%) moet worden toegepast. Het nu toepassen van deze overgangsregeling zou op onbegrip stuiten aangezien de berichtgeving over de motie Van Dijk c.s. heeft geleid tot de breed gedragen verwachting dat de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport (hierna: culturele prestaties) niet doorgaat. Om die reden is de overgangsregeling via een goedkeuring tijdelijk opgeschort tot en met 30 juni 2025, ook voor de door de leden van de D66-fractie genoemde categorieën. Zo is er voldoende tijd om in overleg met het parlement tot een alternatieve invulling te komen.

Antwoorden op Kamervragen van de leden van de PvdD-fractie over het goedkeurend beleidsbesluit inzake het gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing van bepaalde tabelposten van het verlaagde btw-tarief (ingezonden 21 januari 2025)

Vraag 1

Zien de leden van de PvdD-fractie het goed dat iets wordt goedgekeurd dat in strijd is met de wet?

Antwoord 1

Ja. Het «Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting» is een zogenoemd goedkeurend beleidsbesluit.6 Dat is een besluit waarbij expliciet wordt goedgekeurd dat – vooruitlopend op wetgeving – wordt gehandeld op een wijze die niet in overeenstemming is met de dan geldende wettelijke voorschriften. Dergelijke beleidsbesluiten worden enkel gepubliceerd in gevallen waarbij het kabinet meent dat strikte toepassing van de wettelijke voorschriften tot maatschappelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Een goedkeurend beleidsbesluit beoogt uitsluitend in het voordeel van de belastingplichtige of toeslaggerechtigde uit te pakken.

De maatschappelijk onaanvaardbare gevolgen zijn in dit geval gelegen in het feit dat het Belastingplan 2025 met daarin de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport (en logies) is aangenomen. De fiscale gevolgen hiervan gaan in per 1 januari 2026, terwijl bij de behandeling van het Belastingplan 2025 in de Tweede Kamer de motie Van Dijk c.s.7 is aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om in overleg met de Kamer een alternatieve invulling voor de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport te presenteren. Het kabinet ziet de motie als een verplichting om in overleg met de Kamer met een alternatief te komen. Het Belastingplan 2025 bevat een overgangsregeling voor betalingen en overdrachten van vouchers in 2025 die betrekking hebben op leveringen en diensten waarvan per 1 januari 2026 de afschaffing van het verlaagde btw-tarief is voorzien, waaronder dus cultuur, media en sport. Zonder een goedkeurend beleidsbesluit zou de overgangsregeling tot gevolg hebben dat op bijvoorbeeld de verkoop van een concertticket in 2025 voor een concert dat feitelijk plaatsvindt in 2026 het algemene btw-tarief (21%) moet worden toegepast. Dit zou op onbegrip stuiten aangezien de berichtgeving over de motie heeft geleid tot de breed gedragen verwachting dat de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport (hierna: culturele prestaties) niet doorgaat. Om die reden is het overgangsrecht via een goedkeuring tijdelijk opgeschort. Naar het oordeel van het kabinet bestaat hiervoor een breed maatschappelijk en politiek draagvlak.

Vraag 2

Heeft die goedkeuring enig rechtsgevolg?

Antwoord 2

Goedkeurende beleidsbesluiten zijn voor de tot de doelgroep behorende belastingplichtigen begunstigend van aard. Belastingplichtigen kunnen zich beroepen op genoemd goedkeurend beleidsbesluit om – in afwijking van de per 1 januari 2025 inwerking getreden overgangsregeling – het verlaagde btw-tarief toe te passen op betalingen in 2025 voor culturele prestaties die in 2026 plaatsvinden. De goedkeuring werkt daarmee in het voordeel van de ondernemers (en consumenten) in de betrokken sectoren en heeft in die zin een voordelig rechtsgevolg.

Vraag 3

Wat is de rechtspositie van een instelling die het verlaagde btw-tarief toepast indien een wijziging van de wettelijke verplichtingen nadien uitblijft?

Antwoord 3

Het goedkeurend beleidsbesluit geldt tot 1 juli 2025. In die periode kunnen belastingplichtigen een rechtsgeldig beroep doen op de goedkeuring en het verlaagde btw-tarief toepassen op betalingen voor culturele prestaties die in 2026 plaatsvinden. De inspecteur is gebonden aan deze goedkeuring. Indien het kabinet er in overleg met de Kamer niet in slaagt om te komen tot een alternatief voor de btw-verhoging op culturele prestaties, wordt hierop niet teruggekomen. Het verlaagde btw-tarief is (en blijft) correct toegepast op betalingen in de periode tot 1 juli 2025, voor culturele prestaties die in 2026 plaatsvinden.

Vraag 4

Is de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd om te beoordelen of het vaststellen van het «beleidsbesluit» rechtmatig kan geschieden? Zo ja, wat is het oordeel? Zo nee, waarom is dat niet gebeurd en is het kabinet bereid om die vraag alsnog aan de Afdeling voor te leggen?

Antwoord 4

Nee. De Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft de Grondwettelijke taak advies te geven bij onder meer alle wetsvoorstellen die de regering naar de Tweede Kamer stuurt en bij alle ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede bij voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal.8 Het treffen van een goedkeurend beleidsbesluit op de terreinen van Belastingen, Toeslagen en Douane is daarentegen een bevoegdheid die aan de Staatssecretaris van Financiën toekomt. De Afdeling heeft daarbij geen (Grondwettelijke) taak. Dergelijke beleidsbesluiten worden enkel getroffen in gevallen waarbij het kabinet meent dat strikte toepassing van de wettelijke voorschriften tot maatschappelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het kabinet hanteert sinds 12 december 2023 het op die datum gepubliceerde afwegingskader om te bezien of dat het geval is.9 Dat kader is op advies van de Afdeling ontwikkeld naar aanleiding van verschillende adviezen van de Afdeling waarin zij aangaf van mening te zijn dat terughoudender moet worden omgegaan met de inzet van goedkeurende beleidsbesluiten. Naar de mening van het kabinet voldoet het goedkeurend «Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting» om de redenen genoemd in de reactie op vraag 1 aan het afwegingskader, zodat de tijdelijke opschorting van het overgangsrecht aanvaardbaar is. Mede om deze reden is het niet opportuun om het goedkeurend beleidsbesluit alsnog ter advisering voor te leggen aan de Afdeling. De Afdeling heeft overigens eerder haar waardering uitgesproken over het feit dat het kabinet is gekomen tot een afwegingskader waarin zowel voorwaarden voor het inzetten van een goedkeurend beleidsbesluit als waarborgen voor onder meer de parlementaire betrokkenheid zijn vastgesteld.10


X Noot
1

Samenstelling:

Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van Wijk (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Karimi (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Geerdink (VVD), Vogels (VVD), Bovens (CDA), Bakker-Klein (CDA), Aerdts (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Apeldoorn (SP), Holterhues (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/2025, 36 602, T.

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/2025, 36 602, T.

X Noot
4

Kamerstukken I 2024/2025, 36 602, T, p. 2.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 602, nr. 140.

X Noot
6

Besluit van 13 december 2024, nr. 2024-33245.

X Noot
7

Kamerstukken II, 2024/2025, 36 602 nr. 140.

X Noot
8

Artikel 73, eerste lid van de Grondwet.

X Noot
9

Kamerstukken II, 2023–2024, 31 066, nr. 1329

X Noot
10

Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 9 september 2024.

Naar boven