Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36602 nr. AA |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36602 nr. AA |
Vastgesteld 23 juni 2025
De vaste commissie voor Financiën1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane over nadere analyse gevolgen afschaffen van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 20 mei 2025.
• De antwoordbrief van 18 juni 2025.
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus
Aan de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane
Den Haag, 20 mei 2025
De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van het afschrift van uw Tweede Kamerbrief d.d. 3 april 2025 over de nadere analyse van de gevolgen van het afschaffen van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen.2 De leden van de fracties van D66 en 50PLUS hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen aan u en aan de Minister van Klimaat en Groene Groei. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, PvdD, ChristenUnie en Volt sluiten zich aan bij de vragen van de D66-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, en van de bijbehorende rapporten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over de gevolgen van de versobering en afschaffing van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen. Deze leden constateren dat uit de analyses een fors negatief effect blijkt op de inleg in groenfondsen, met een verwachte daling van 30–37% in 2025 en een volledige beëindiging van het ingelegd vermogen in 2027.3 Daarmee komt de uitvoering van innovatieve en risicovolle groene projecten ernstig onder druk te staan. De Regeling groenprojecten, die door de sector en wetenschappelijke experts wordt gezien als een effectief beleidsinstrument met maatschappelijke meerwaarde, dreigt hierdoor zijn functie te verliezen. Ook valt op dat de maatregel onverwacht kwam voor groenbanken en -fondsen, wat volgens hen afbreuk doet aan het vertrouwen in de overheid als betrouwbare partner in het duurzaamheidsbeleid. Daarnaast dreigt waardevolle expertise verloren te gaan, worden groene projecten uitgesteld of afgeblazen, en komt een bewezen vorm van burgerparticipatie via groen beleggen te vervallen. Over de brief hebben de leden van de D66-fractie een aantal vragen, waarbij zij verzoeken dat de Minister van Klimaat en Groene Groei de vragen 2, 3 en 4 mede zal beantwoorden.
1. Hoe verhoudt de afschaffing van deze fiscale faciliteiten zich tot de Nederlandse én Europese doelstellingen voor duurzame financiering, energietransitie en klimaatadaptatie? De RVO stelt dat het signaal haaks staat op deze ambities. Erkent u dat hier sprake is van een beleidsinconsistentie?
2. Kunnen u en de Minister van Klimaat en Groene Groei aangeven wat het effect is van deze afbouw op het bereiken van de klimaatdoelstellingen?
3. Op welke wijze wordt geborgd dat het Nederlandse beleid bijdraagt aan de Europese ambitie om kapitaalstromen te heroriënteren naar duurzame investeringen, zoals genoemd in het Draghi-rapport? Is de afschaffing van de regeling daar niet strijdig mee? Graag vragen de leden om uw reflectie en de reflectie van de Minister van Klimaat en Groene Groei op dit punt.
4. Groen beleggen wordt door banken en experts aangeduid als een unieke vorm van burgerparticipatie. Door de plotselinge wijziging ervaren zij de overheid als onbetrouwbaar. Hoe beoordelen u en de Minister van Klimaat en Groene Groei het risico dat burgers en financiële instellingen het vertrouwen in duurzaam fiscaal beleid verliezen?
5. Zijn er plannen om op een andere wijze innovatieve, groene projecten financieel te blijven ondersteunen zodra de Regeling groenprojecten vervalt? Zo ja, kunnen deze alternatieven dezelfde effectiviteit en schaal realiseren?
6. Uit het rapport blijkt dat het krimpen van groenbanken leidt tot verlies aan specialistische kennis en expertise. De aan het woord zijnde leden van de D66-fractie vrezen dat dit negatieve gevolgen heeft voor de financierbaarheid van duurzame projecten. Wordt dit effect meegenomen in bredere arbeidsmarktramingen, en welke maatregelen overweegt het kabinet om deze kennisinfrastructuur te behouden?
7. De daadwerkelijke gevolgen worden pas later zichtbaar. Is het kabinet bereid om, mede op verzoek van de Kamer, periodiek te rapporteren over de ontwikkeling van het ingelegd vermogen, het aantal groenverklaringen en de impact op duurzame investeringen?
8. Tot slot vragen de leden van de D66-fractie of het kabinet bereid is om, in het licht van deze bevindingen, de afschaffing per 2027 te heroverwegen of op zijn minst uit te stellen totdat er een volwaardig alternatief instrumentarium beschikbaar is.
Vragen en opmerkingen van het lid van de 50PLUS-fractie
Het lid van de 50PLUS-fractie leest in de brief en in de analyse: «Het vermogen dat spaarders en beleggers in groenfondsen inleggen wordt per direct veel lager en gaat per 1 januari 2027 naar € 0».
9. Waarom gaat het naar nihil, zo vraagt het lid van de 50PLUS-fractie. Bij het vervallen van bijvoorbeeld fiscale voordelen op de aankoop van elektrische auto’s gaat de verkoop toch ook niet naar Nihil als de fiscale voordelen vervallen?
10. Hebben de fiscale faciliteiten voor groen beleggen helemaal geen generieke aanjagende effecten gehad op groene beleggingen, opdat deze financiële producten nu meer op eigen benen kunnen staan en opereren? Zegt u hier dat er zonder de fiscale faciliteiten voor groen beleggen helemaal geen «groene beleggingen» meer zullen plaatsvinden? Zegt dit volgens u iets over de kwaliteit en het ontwerp van deze arrangementen en/of van de onderliggende beleggingsmogelijkheden?
11. Erkent u dat het mogelijk is, of moet zijn, om (fiscale) arrangementen te ontwerpen die niet alleen tijdelijk bijdragen aan stimulering maar die ook, tenminste voor een deel, beklijven nadat de fiscale voordelen weer zijn afgeschaft?
Het lid van de 50PLUS-fractie beoordeelt de faciliteiten voor groen beleggen juist als ongewenst, als de beleggingen in kwestie helemaal afhankelijk zijn van de fiscale voordelen. Het lid had niet verwacht dat de arrangementen voor groen beleggen de allesbepalende en doorslaggevende factor zouden zijn en acht dit ook ongewenst.
12. Erkent u dat de arrangementen voor groen beleggen een bepaalde vraag hebben gecreëerd in plaats van slechts gestimuleerd?
13. Hebben de (fiscale) arrangementen voor groen beleggen helemaal niet bijgedragen aan een beter aanbod van beleggingsproducten die, tenminste voor een deel, ook zonder steun van de overheid kunnen en zullen doorgaan? Indien nee, deelt u dan de mening van het lid van de 50PLUS-fractie dat dit een serieuze negatieve vermelding op zou moeten leveren in de evaluatie van de (fiscale) arrangementen voor groen beleggen? Indien nee, waarom niet?
Een afschrift van deze brief zal worden toegezonden aan de Minister van Klimaat en Groene Groei voor de (mede)beantwoording van enkele vragen.
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.
Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, W.T. van Ballekom
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 juni 2025
Hierbij zend ik u, mede namens de demissionair Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de demissionair Minister van Klimaat en Groene Groei de antwoorden op de Kamervragen van de leden van de fracties van D66 en 50PLUS naar aanleiding van de nadere analyse van de gevolgen van het afschaffen van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, PvdD, ChristenUnie en Volt sluiten zich aan bij de vragen van de D66-fractie.
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, T. van Oostenbruggen
Vragen van de leden van de fracties van D66 en 50PLUS (EK) aan de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane naar aanleiding van de nadere analyse van de gevolgen van het afschaffen van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen (Kamerstukken I 2024/25, 36 602, X). De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, PvdD, ChristenUnie en Volt sluiten zich aan bij de vragen van de D66-fractie.
Vraag 1
Hoe verhoudt de afschaffing van deze fiscale faciliteiten zich tot de Nederlandse én Europese doelstellingen voor duurzame financiering, energietransitie en klimaatadaptatie? De RVO stelt dat het signaal haaks staat op deze ambities. Erkent u dat hier sprake is van een beleidsinconsistentie?
Antwoord op vraag 1
In zijn analyse van 6 februari 2025 constateert RVO dat door het afschaffen van de fiscale faciliteiten de Regeling groenprojecten niet meer kan bijdragen aan relevante beleidsdoelen zoals stikstofreductie, energietransitie en klimaatadaptatie in met name de landbouw, industrie en bouw. Er is inderdaad sprake van beleidsinconsistentie; dit signaal staat haaks op de duurzame ambities. De afschaffing is echter het gevolg van een door de Tweede Kamer aangenomen amendement.
Vraag 2
Kunnen u en de Minister van Klimaat en Groene Groei aangeven wat het effect is van deze afbouw op het bereiken van de klimaatdoelstellingen?
Antwoord op vraag 2
Uit de analyse van RVO van 6 februari 2025 blijkt dat deze projecten circa 575.000 ton CO2 en 300.000 kg NOx emissiereductie kunnen realiseren (cijfers 2022 en 2023). Het financiële effect is dat ongeveer 1.250 investeringen in groene projecten met een totaal projectvermogen van rond € 1,6 miljard niet meer onder de Regeling groenprojecten in behandeling kunnen worden genomen.
Vraag 3
Op welke wijze wordt geborgd dat het Nederlandse beleid bijdraagt aan de Europese ambitie om kapitaalstromen te heroriënteren naar duurzame investeringen, zoals genoemd in het Draghi-rapport? Is de afschaffing van de regeling daar niet strijdig mee? Graag vragen de leden om uw reflectie en de reflectie van de Minister van Klimaat en Groene Groei op dit punt.
Antwoord op vraag 3
Nederland borgt de bijdrage aan de Europese ambitie door Europese regelgeving strikt te implementeren en nationale duurzaamheidsdoelen in overeenstemming met de Europese ambities te formuleren in bijvoorbeeld het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma Circulaire Economie, samenwerking te stimuleren zoals het statement tussen banken en overheid, toezicht te houden en financiële prikkels te bieden die duurzame investeringen aantrekkelijk maken. Het kabinet beoogt met klimaatbeleid de onrendabele top weg te nemen en de investeringscondities op orde te brengen door een afgewogen beleidsmix van subsidies, publieke investeringen en beprijzende en normerende maatregelen.
Naast de rol van de overheid heeft de financiële sector ook een rol om de klimaat- en energietransitie verder te brengen, door het vergroenen van private kapitaalstromen. Het kabinet stimuleert dit onder meer via betrokkenheid bij het Klimaatcommitment van de financiële sector. Invest-NL organiseert financieringstafels, samen met de overheid en de financiële sector, op specifieke klimaat- en energieonderwerpen. Het doel hiervan is om knelpunten voor meer private financiering te achterhalen en deze op te lossen. In het Draghi-rapport wordt gesteld dat het van groot belang is om privaat spaargeld beschikbaar te krijgen en te houden voor innovatieve groene projecten. Het afschaffen van de Regeling groenprojecten kan het tegenovergestelde effect tot gevolg hebben. De huidige hefboom van de Groenregeling is € 1: € 29–€ 34. Dit betekent dat elke door de overheid geïnvesteerde euro leidt tot circa € 32 aan investeringen in duurzame maatregelen. Uitgedrukt in milieuwinst wordt € 263–€ 300 miljoen aan milieukosten bespaard met een kostenpost voor de overheid van € 30 miljoen.
Vraag 4
Groen beleggen wordt door banken en experts aangeduid als een unieke vorm van burgerparticipatie. Door de plotselinge wijziging ervaren zij de overheid als onbetrouwbaar. Hoe beoordelen u en de Minister van Klimaat en Groene Groei het risico dat burgers en financiële instellingen het vertrouwen in duurzaam fiscaal beleid verliezen?
Antwoord op vraag 4
In de rapportage van RVO van 12 juni 2024 komt naar voren dat de verlaging van de vrijstelling voor groen beleggen ertoe leidt dat de overheid als onbetrouwbaar wordt gezien. Zowel de korte termijn waarop dit is gebeurd, alsmede dat de verlaging van de fiscale faciliteiten geen relatie heeft met de fiscale regeling die hierbij gebaat is, speelt hierbij mee. Deze elementen zijn ook aan de orde bij het amendement waardoor de Regeling groenprojecten per 1 januari 2027 de facto wordt afgeschaft. RVO geeft aan dat het daarom van groot belang is dat het kabinet zo veel mogelijk duidelijkheid biedt over het klimaat- en energiebeleid, zodat bedrijven en financiers weten waar ze aan toe zijn. Het kabinet geeft hier ook meer duidelijkheid over, zowel met het Klimaatplan 2025–2035 waarin de hoofdlijnen van het beleid voor de komende 10 jaar zijn opgenomen, als met het Pakket voor Groene Groei dat het kabinet op 25 april 2025 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.4
Vraag 5
Zijn er plannen om op een andere wijze innovatieve, groene projecten financieel te blijven ondersteunen zodra de Regeling groenprojecten vervalt? Zo ja, kunnen deze alternatieven dezelfde effectiviteit en schaal realiseren?
Antwoord op vraag 5
Er zijn vanuit het Groenberaad geen alternatieven voor deze regeling naar voren gekomen. Overigens zijn er wel andere fiscale regelingen en subsidies op het gebied van groene en innovatieve projecten. De MIA/VAMIL-regeling is zo’n regeling; deze is wat betreft milieu-investeringen enigszins vergelijkbaar (€ 5,7 miljard in 2024) met het ingelegde vermogen binnen de groenregeling (€ 6,7 miljard in 2023, vóór de verlaging). Echter, hiervan wordt het budget ook gekort, waardoor de milieu-investeringen nog minder zullen worden en dus met het verdwijnen van de groenregeling in totaal meer dan gehalveerd worden. Zoals bij vraag 3 reeds benoemd, vallen hiermee de private investeringen weg, die volgens het Draghi-rapport juist belangrijk zijn. Met de huidige bezuinigingen én het verlies van private inleg kunnen de alternatieven dus niet dezelfde effectiviteit en schaal realiseren.
Vraag 6
Uit het rapport blijkt dat het krimpen van groenbanken leidt tot verlies aan specialistische kennis en expertise. De aan het woord zijnde leden van de D66-fractie vrezen dat dit negatieve gevolgen heeft voor de financierbaarheid van duurzame projecten. Wordt dit effect meegenomen in bredere arbeidsmarktramingen, en welke maatregelen overweegt het kabinet om deze kennisinfrastructuur te behouden?
Antwoord op vraag 6
Voor zover ik kan overzien, worden deze eventuele gevolgen niet meegenomen in bredere arbeidsmarktramingen. Op dit moment overweegt het kabinet geen maatregelen ten aanzien van deze kennisinfrastructuur.
Vraag 7
De daadwerkelijke gevolgen worden pas later zichtbaar. Is het kabinet bereid om, mede op verzoek van de Kamer, periodiek te rapporteren over de ontwikkeling van het ingelegd vermogen, het aantal groenverklaringen en de impact op duurzame investeringen?
Antwoord op vraag 7
Periodiek wordt gerapporteerd over het aantal afgegeven groenverklaringen en het projectvermogen (investeringsbedrag) dat daarbij hoort. Jaarlijks publiceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een jaarverslag5 over de uitvoering van de Regeling groenprojecten, de uitvoeringsregeling van groen beleggen. Als de Kamer dat wenselijk acht, is het mogelijk ook halfjaarcijfers met de Kamer te delen. Voor cijfers over de ontwikkeling van het ingelegd vermogen in het kader van groen beleggen is RVO afhankelijk van gegevens die door de groenfondsen worden aangeleverd. De groenfondsen rapporteren één keer per jaar via de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) een aantal gegevens dat door RVO ook in het jaarverslag worden gepubliceerd (totaal ingelegd vermogen en aantal spaarders/beleggers).
Vraag 8
Tot slot vragen de leden van de D66-fractie of het kabinet bereid is om, in het licht van deze bevindingen, de afschaffing per 2027 te heroverwegen of op zijn minst uit te stellen totdat er een volwaardig alternatief instrumentarium beschikbaar is.
Antwoord op vraag 8
Bij de behandeling van het Belastingplan 2025 in de Eerste Kamer in december 2024 heb ik opgemerkt dat het huidige kabinet vooralsnog niet voornemens is een alternatief voorstel over de fiscale voordelen voor groen beleggen op te nemen in het Belastingplan voor 2026. Het huidige kabinet is inmiddels demissionair. Het is aan het volgende kabinet om politieke keuzes te maken en eventueel maatregelen voor te stellen die in een wetsvoorstel kunnen worden opgenomen.
Vraag 9
Waarom gaat het (= het vermogen dat spaarders en beleggers in groenfondsen inleggen) naar nihil, zo vraagt het lid van de 50PLUS-fractie. Bij het vervallen van bijvoorbeeld fiscale voordelen op de aankoop van elektrische auto’s gaat de verkoop toch ook niet naar nihil als de fiscale voordelen vervallen?
Antwoord op vraag 9
De groenfondsen van de banken en beleggingsinstellingen zijn één op één gekoppeld aan het fiscale instrument groen beleggen. Zodra dit instrument komt te vervallen (per 1 januari 2027), houden ook de groenfondsen op te bestaan. Dat wil niet zeggen dat de vraag naar (alternatieve) duurzame investeringen verdwijnt. Spaarders en beleggers kunnen hun spaargeld dan in andere spaar- of beleggingsproducten investeren. Dit kunnen ook duurzame spaar- en beleggingsproducten van banken en beleggingsinstellingen zijn. Zie ook het antwoord op vraag 10. Omdat dit beleggings- en spaarproducten van de banken zelf zijn, kan de overheid niet sturen op de financiering van innovatievere en duurzamere investeringen. Dit is dus wat anders dan investeren in groenfondsen, waardoor die specifieke investering naar nihil gaat.
Vraag 10
Hebben de fiscale faciliteiten voor groen beleggen helemaal geen generieke aanjagende effecten gehad op groene beleggingen, opdat deze financiële producten nu meer op eigen benen kunnen staan en opereren? Zegt u hier dat er zonder de fiscale faciliteiten voor groen beleggen helemaal geen «groene beleggingen» meer zullen plaatsvinden? Zegt dit volgens u iets over de kwaliteit en het ontwerp van deze arrangementen en/of van de onderliggende beleggingsmogelijkheden?
Antwoord op vraag 10
In de Beleidsevaluatie Regeling groenprojecten 2010–20176 concluderen de onderzoekers dat groen sparen en groen beleggen (met fiscale faciliteiten) een zeer belangrijke katalysator is voor duurzaam sparen en beleggen in brede zin in Nederland. Door middel van een groenverklaring en groenfinanciering zijn banken in staat om innovatieve en duurzame investeringen te financieren. De grootste categorie groenprojecten betreft duurzame bouw. In 2023 is in totaal € 662 miljoen aan bouwprojecten gefinancierd met groenkorting, waarvan € 509 miljoen nieuwbouwwoningen en € 36 miljoen transformaties. De groenregeling sluit hiermee aan bij het realiseren van meer betaalbare, duurzamere en klimaatadaptieve woningen zoals genoemd in het programma innovatie en opschaling Woningbouw.7 Groen sparen en groen beleggen is een belangrijk onderdeel van het pakket aan duurzame spaar- en beleggingsproducten van banken en beleggingsinstellingen. Om een goed beeld te krijgen van de generieke aanjagende effecten van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen is nader onderzoek nodig.
Het is belangrijk om in dit verband onderscheid te maken tussen groene beleggingen (spaargeld dat wordt ingelegd in de groenfondsen van banken en beleggingsinstellingen) en de investeringen die via de Regeling groenprojecten met deze groene beleggingen worden gefinancierd. Zie ook het antwoord op vraag 9. Ook zonder deze Regeling bieden banken groene spaar- en beleggingsproducten aan. Groen beleggen is een bewezen effectief instrument en al jaren onderdeel van een mix van maatregelen om duurzame, groene en innovatieve investeringen te stimuleren. Groen beleggen haakt daarbij specifiek in op het onderdeel van financiering van deze investeringen door externe financiers (met name banken en beleggingsinstellingen). Groen beleggen en de Regeling groenprojecten richten zich specifiek op investeringen in innovatieve activa met een beperkte marktintroductie. Door de vaak hogere prijs en het hogere risico van deze innovaties komt de financiering zonder het te bieden rentevoordeel niet of veel moeilijker rond. De regeling heeft groene investeringen gestimuleerd door specifiek de financiering van groene innovaties mogelijk te maken. Dit heeft een succesvolle marktintroductie mede mogelijk gemaakt, zodat die groene innovaties breed toegankelijk werden. Zoals uit de nadere analyse blijkt, kan het afschaffen van groen beleggen voor deze specifieke groep van investeringen wel grote gevolgen hebben.8 De verwachting is dat een aanzienlijk deel van deze investeringen niet of minder duurzaam wordt uitgevoerd.
Vraag 11
Erkent u dat het mogelijk is, of moet zijn, om (fiscale) arrangementen te ontwerpen die niet alleen tijdelijk bijdragen aan stimulering maar die ook, ten minste voor een deel, beklijven nadat de fiscale voordelen weer zijn afgeschaft?
Antwoord op vraag 11
Een fiscaal instrument kan gedragsverandering, normverschuiving of marktintroductie aanjagen. Wanneer men een groene innovatie als «normaal» beschouwt, dan zijn fiscale voordelen niet meer nodig. Dat laat onverlet dat er altijd weer nieuwe innovaties op de markt komen waarbij fiscale ondersteuning is gewenst. Om blijvend effect te waarborgen, is wel een zorgvuldig beleidsontwerp, monitoring en evaluatie nodig, om te zorgen dat het beoogde beklijvende effect ook daadwerkelijk optreedt. Zie ook het antwoord op vraag 10.
Vraag 12
Erkent u dat de arrangementen voor groen beleggen een bepaalde vraag hebben gecreëerd in plaats van slechts gestimuleerd?
Antwoord op vraag 12
Dat er alleen een vraag is gecreëerd, deel ik niet. Zie ook de antwoorden op de vragen 10 en 11.
Vraag 13
Hebben de (fiscale) arrangementen voor groen beleggen helemaal niet bijgedragen aan een beter aanbod van beleggingsproducten die, ten minste voor een deel, ook zonder steun van de overheid kunnen en zullen doorgaan? Indien nee, deelt u dan de mening van het lid van de 50PLUS-fractie dat dit een serieuze negatieve vermelding op zou moeten leveren in de evaluatie van de (fiscale) arrangementen voor groen beleggen? Indien nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 13
Het is een belangrijke katalysator geweest voor duurzaam beleggen in Nederland. Zie ook het antwoord op vraag 10.
Samenstelling:
Kemperman (Fractie-Kemperman), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van Wijk (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Karimi (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Vogels (VVD), Bovens (CDA), Bakker-Klein (CDA), Aerdts (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Apeldoorn (SP), Holterhues (ChristenUnie), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kamerstukken I 2024–2025, 36 602, X, bijlagen:
– Rapport Effecten van de verdere versobering en afschaffing van de fiscale faciliteiten voor groen beleggen (RVO 6 februari 2025), en,
– Rapport Verwachte gevolgen verlaging vrijstelling groen beleggen (RVO 12 juni 2024).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36602-AA.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.