Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-XVII nr. D |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-XVII nr. D |
Vastgesteld 27 januari 2025
Het wetsvoorstel heeft in de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
Inleiding
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025. Zij hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fracties van D66 en Volt hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025 en hebben nog een aantal vragen naar aanleiding hiervan.
De leden van de fractie van de SP hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025. Zij hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025 en hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen. De leden van de CDA-fractie sluiten zich graag aan bij de vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie.
De leden van de fractie van Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025. Zij hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fractie van de SGP hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025. Deze geeft de leden van de fractie van de SGP aanleiding tot een aantal vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA treffen in een brief2 van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 22 november 2024 aan de Tweede Kamer, een overzicht aan van afgegeven uitvoervergunningen voor militaire goederen, waaronder leveringen aan Israël. Tussen 7 oktober 2023 en eind september 2024 heeft Nederland uitvoervergunningen afgegeven voor militaire goederen naar Israël ter waarde van ongeveer € 2,5 miljoen. Een significante export betrof schokdempers voor containers op marineschepen, met een totale waarde van € 2,4 miljoen. Hoewel schokdempers op zichzelf geen wapens zijn, kunnen ze worden gebruikt op marineschepen die betrokken zijn bij militaire operaties. Ook Israëlische marineschepen zijn betrokken geweest bij de verwoestende oorlog tegen de bevolking van Gaza sinds 8 oktober 2023. Hoe heeft Nederland zich ervan vergewist dat het op deze manier niet medeverantwoordelijk wordt voor een oorlog die inmiddels door VN-organisaties en internationale mensenrechtenorganisaties als een genocide wordt beschouwd?
Beoordelingscriteria voor het verlenen van exportvergunningen van militaire goederen zijn toetsing aan internationale afspraken, mensenrechten en regionale stabiliteit, zo constateren deze leden. Hoe verantwoordt Nederland het verlenen van exportvergunningen voor militaire goederen aan Israël, een land dat gedocumenteerd en herhaaldelijk mensenrechten en het internationaal humanitair recht schendt in Gaza en de Westelijke Jordaanoever? Op welke specifieke gronden wordt geconcludeerd dat deze export niet in strijd is met internationale afspraken of politieke besluiten?
Welke rol hebben Israëlische marineschepen gespeeld bij de aanvallen op Libanon, en hoe wordt dit meegenomen in de beoordeling van de risico’s op het ondermijnen van regionale stabiliteit? Kan de regering bevestigen dat het verlenen van deze exportvergunningen in overeenstemming is met het beleid dat expliciet stelt dat export verboden is wanneer het de stabiliteit in de regio bedreigt?
De Europese Unie en de Mercosur-landen hebben op 6 december 2024 een vrijhandelsovereenkomst afgerond, na meer dan twee decennia van onderhandelingen. Tot nu toe heeft de Nederlandse regering geen positie ingenomen ondanks duidelijke moties inclusief de recente motie-Teunissen c.s.3 uit de Tweede Kamer die dit verdrag afwijzen. Nu de regering voldoende tijd heeft gehad om het definitieve handelsakkoord te bestuderen, is de vraag van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of Nederland zich gaat aansluiten bij Frankrijk, Oostenrijk en Polen, die tegen dit verdrag zijn. Wanneer staat het verdrag ter goedkeuring op de agenda van de Raad?
Het kabinet heeft besloten bovenop de afgesproken bezuinigingen in het coalitieakkoord het budget voor Official Development Assistance (ODA) bij de Miljoenennota niet aan te passen naar aanleiding van de Macro-Economische Verkenning (MEV) van het CPB. Indien de MEV was verwerkt op basis van een koppeling van 0,7%, zou het ODA-budget in 2025 met € 319 miljoen zijn gestegen. Deze historische bezuinigingen zijn in de begroting voor 2025 pro rata naar de omvang van het thema verdeeld over alle sub artikelen van de begroting. Wat is nu bekend over de prioriteiten van het BHO-beleid? Hoe zullen deze beleidsmatig en financieel doorwerken in de jaren na 2025?
Op 12 december 2024 is amendement-Bontebal c.s.4 in de Tweede Kamer ingediend en diezelfde dag aangenomen. In artikel 5, Multilaterale samenwerking en overige inzet, wordt het verplichtingen- en uitgavenbedrag verlaagd met € 865.000. Wat is de impact van dit amendement op het ontwikkelingshulpbudget? Wat zijn de gevolgen voor VN-organisaties en/of organisaties die zijn belast met vrede en veiligheid, zoals de OVSE?
Gedurende vele jaren heeft Nederland via gerichte beurzenprogramma’s veel studenten uit het mondiale zuiden ondersteund. Dit heeft niet alleen bijgedragen aan deskundigheidsontwikkeling, maar ook alumni in sleutelposities bij overheden en bedrijven opgeleverd. Deze programma’s zijn naar de mening van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie een essentiële schakel in het uitbreiden van het Nederlandse netwerk waar ook het Nederlandse bedrijfsleven van profiteert. Het laatste beurzenprogramma, Orange Knowledge Programme, is in 2023 beëindigd. Wat zijn de voornemens van de regering voor een nieuw programma, en op welke termijn zal dit gerealiseerd worden? De Minister heeft herhaaldelijk het belang van kennis en kunde benadrukt. Dit sluit aan bij de triple helix of Dutch diamond-benadering, waarbij overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk beleid ontwikkelen en uitvoeren. Deze leden vragen de regering of zij nog steeds van mening is dat kennisinstellingen (waaronder onderzoeks- en onderwijsinstellingen en kennis-Ngo’s) cruciaal zijn voor effectief beleid. Hoe wordt een stabiele samenwerking en bekostiging van deze internationale kennisinfrastructuur gewaarborgd binnen de BHO-begroting?
Nederland heeft de verplichting om het humanitair recht en het oorlogsrecht te bevorderen. Hoeveel hulpverleners zijn wereldwijd sinds 1 januari 2023 gedood door oorlogshandelingen, specifiek in Gaza sinds 8 oktober 2023? Welke humanitaire organisaties hebben in Gaza medewerkers verloren door oorlogshandelingen van Israël? Welke stappen heeft Nederland gezet om de veiligheid van hulpverleners te vergroten? Op welke manier heeft Nederland voldaan aan zijn verplichtingen om te bevorderen dat Israël en andere strijdende partijen zich aan het internationaal recht houden?
Op welke wijze geeft Nederland opvolging aan de VN-Veiligheidsraadresoluties 2286 (2016) (verbod op aanvallen op de medische sector) en 2417 (2018) (verbod op inzet van honger als oorlogswapen)? Welke specifieke acties heeft de Nederlandse regering ondernomen om Israël verantwoordelijk te houden voor het schenden van deze resoluties?
Israël heeft systematisch infrastructuur, scholen, ziekenhuizen en opslagplaatsen van UNRWA in Gaza gebombardeerd en vernield. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering een overzicht te geven op basis van de rapporten van de VN-instellingen en internationale humanitaire en mensenrechtenorganisaties van deze aanvallen sinds 8 oktober 2023.
Nu er sinds zondag 19 januari 2025 een akkoord is tussen Hamas en Israël, met afspraken over de vrijlating van gevangenen en gijzelaars, humanitaire hulp aan Gaza en de terugtrekking van Israël, hoe zal humanitaire hulp worden gedistribueerd in het verwoeste Gaza? Welke extra middelen is Nederland bereid beschikbaar te stellen voor humanitaire hulp aan Gazanen, die in woorden van President Biden in een hel leven? Is Nederland van plan zijn bijdrage aan UNRWA te verhogen om de taken van deze organisatie te ondersteunen?
Welke initiatieven zal de regering nemen, al dan niet in EU- en VN-verband, om effectieve toelating en distributie van hulp naar Gazanen mogelijk te maken?
Volgens de speciale coördinator voor noodhulp en wederopbouw van Gaza, mevrouw Kaag, zal naar schatting € 100 miljard nodig zijn voor de wederopbouw van Gaza. Hoe wil Nederland hieraan bijdragen?
In antwoord op schriftelijke vraag 121 van de Tweede Kamer, «Kunt u een overzicht geven van de financiële middelen die Nederland besteedt aan onderzoek, documentatie en bewijsgaring over schendingen van het internationaal humanitair recht in situaties van gewapend conflict en kunt u dat uitsplitsen per land, dan wel conflict?»,5 schrijft de regering: In 2023 hebben Nederlandse posten in 13 landen € 2,5 miljoen uitgegeven aan het thema Tackling impunity for the most serious crimes. Uitzonderingen zijn de extra middelen voor accountability in Oekraïne en het conflict tussen Israël en Hamas, die centraal worden gefinancierd. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering of zij een volledig overzicht kan geven van de centrale middelen die zijn uitgegeven aan accountability in Oekraïne en de oorlogshandelingen van Israël tegen Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever en Gaza.
Nu er een einde is gekomen aan het dictatoriale regime van Assad in Syrië vragen deze leden welke steun Nederland zal bieden aan de wederopbouw van het land en het bevorderen van democratische ontwikkelingen in een post-Assad-tijdperk, met speciale aandacht voor de rechten van vrouwen en minderheden. Welke financiële ruimte heeft de regering om na de enorme bezuinigingen op Ontwikkelingsbudget hierop effectief te reageren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van D66 en Volt gezamenlijk
Algemene bezuinigingen
De leden van de fracties van D66 en Volt vragen de regering waarom er is gekozen voor een kaasschaafmethode waar op ieder artikel een bepaald percentage wordt bezuinigd. Gaat de beleidsbrief daar een verandering in aanbrengen zodat de begroting van 2025 nog een nota van wijziging krijgt? Komt deze nota van wijziging rondom de voorjaarsnota of net als in 2024 rondom de begroting van 2026?
De regering laat een groot deel van de bezuinigingen neerdalen bij de organisaties in het maatschappelijk middenveld. De regeling met deze organisaties loopt eind 2025 af. Heeft de regering een evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het werk via deze organisaties gedaan? Zo niet, is de regering voornemens een dergelijke evaluatie uit te voeren? Waarom wordt er relatief meer bezuinigd op het maatschappelijk middenveld door een herziening op de toekomstige strategische partnerschappen dan op andere terreinen?
De regering vermindert het budget voor ontwikkelingssamenwerking volgens het hoofdlijnenakkoord vanwege «de schuivende verhoudingen in de wereld». Op welke verschuivende verhoudingen doelt zij? Hoe is deze bezuiniging te rijmen met de opmerking in het regeerprogramma «Op veel plekken in de wereld neemt de stabiliteit af en verslechtert de bestaanszekerheid». De opkomst van nieuwe machten leidt tot geopolitieke competitie, spanningen en conflicten. Niet iedereen speelt volgens de geldende spelregels»? Hoe moeten de leden van de fracties van D66 en Volt dit rijmen met de referentie aan één wereld met oplopende geopolitieke spanningen» in de memorie van toelichting?
Onderwijs
Hoe kijkt de regering aan tegen onderwijs in het budget van BHO? Ziet de regering ook geen toegevoegde waarde van onderwijs dat juist helpt bij het doorbreken van de armoedecyclus, verminderen van ongelijkheden en het bevorderen van gendergelijkheid en daarbij ook het tegengaan van grondoorzaken migratie?
Vrede & veiligheid, Oekraïne
Met betrekking tot de hulp aan Oekraïne stelt de regering in de memorie van toelichting dat «Door het op peil houden van de leefomstandigheden worden ook migratiestromen voorkomen, en de terugkeer van ontheemden gestimuleerd.»6 Waarom zou dit niet gelden voor hulp aan andere landen? Hoe verschillen die van de Oekraïners, zo vragen de leden van de fracties van D66 en Volt. De budgetten voor opvang in de regio van asielzoekers wordt verlaagd. Hoe rijmt de regering dit met het voornemen om de asielstroom naar de EU en Nederland terug te dringen?
In de begrotingsstaat zien deze leden ook een financiële kaalslag als het gaat over de bezuinigingen op zowel Nederlandse als Zuidelijke maatschappelijke organisaties. Dit kabinet is voornemens de fundamentele bijdrage aan de internationale vrouwen, vrede & veiligheidsagenda te stoppen. Gezien de beoogde bezuinigingen op het Women Peace Security (WPS) instrument: in hoeverre geeft de Nederlandse overheid uitvoering aan resoluties van de Veiligheidsraad, alsook de gemaakte toezeggingen in internationale samenwerkingsverbanden zoals NAVO om actief een volwaardige rol van vrouwen (met name religieuze leiders en actoren) bij de preventie en het oplossen van conflicten te bevorderen?
WPS is een instrument dat een fundamentele bijdrage levert aan het vergroten van de stabiliteit en veiligheid in fragiele staten, door het steunen van de actieve rol van vrouwen en jongeren conform onze gedeelde democratische waarden. Inclusieve conflictbeheersing, vredesprocessen en wederopbouw zijn noodzakelijk voor het bevorderen van lange termijn veiligheid en stabiliteit, zo stellen de leden van de fracties van D66 en Volt. Erkent de regering dat de bescherming van gendergelijkheid en vrouwenrechten een fundamentele rol vervult in fragiele staten? Is de regering bereid te investeren in gendergelijkheid en vrouwenrechten om representatie te bevorderen in besluitvormingsstructuren in fragiele staten en/of opbouw- en vredesprocessen?
Wat is de voortgang van de motie Boswijk c.s.7 over het WPS-fonds? Wat is de stand van zaken van het onderzoek om de mogelijkheden om dit WPS-instrument voort te zetten na 2025? Kan de regering de Eerste Kamer over de uitkomst daarvan informeren?
Een ander negatief effect op de bezuinigingen op maatschappelijke organisaties, waaronder vrouwenrechtenorganisaties, belemmert ook Nederlandse bedrijven die met de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen aan de slag moeten gaan. Gezamenlijke pleitbezorging door vrouwenrechtenorganisaties, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties in het mondiale Zuiden en Noorden heeft daarbij een cruciale functie: juist groepen die te maken hebben met groeiende onderdrukking en uitbuiting van een eigen overheid of in internationale waardeketens, hebben internationale steun van gelijkgezinde maatschappelijke organisaties hard nodig, zo constateren de leden van de fracties van D66 en Volt. Dit kabinet stelt dat Nederland staat voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en daarbij sectorale samenwerking wil stimuleren. Onderkent de regering dat vrouwenrechtenorganisaties een essentiële bron zijn van betrouwbare informatie over ketenrisico’s voor Nederlandse internationaal opererende bedrijven en daarmee een cruciale rol spelen bij de effectieve implementatie van de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen?
Hoe kijkt de regering aan tegen de rol van vrouwenorganisaties in relatie tot de voorgenomen beleidskeuzes en geplande bezuinigingen op deze organisaties, waarbij onder meer pleitbezorging expliciet wordt uitgesloten?
Heeft de regering helder in beeld wat de effecten hiervan zullen zijn voor de vrouwen en meisjes die werkzaam zijn in mondiale waardeketens van Nederlandse bedrijven? Heeft de regering ook in beeld op welke wijze Nederlandse bedrijven hierdoor belemmerd worden in effectieve IMVO-implementatie?
Humanitaire Hulp
Vervolgens vragen de leden van de fracties van D66 en Volt de regering hoe wordt bepaald welke humanitaire noden prioriteit krijgen, gezien de beperkte middelen voor noodhulp in 2025?
In de memorie van toelichting stelt de regering dat de bijdragen aan UNHCR (Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen), UNRWA (Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten) en het Wereldvoedselprogramma geheel juridisch verplicht zijn. Toch is via het amendement Stoffer/Eerdman8 4 miljoen aan steun voor UNWRA afgehaald. Hoe is dit uitvoerbaar? Hoe worden de vrijgekomen middelen uit de afbouw van UNRWA-financiering herbestemd om humanitaire noden in de regio te blijven ondersteunen?
UNRWA is een door de VN gemandateerde organisatie en is door dat mandaat de levenslijn voor miljoenen Palestijnen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, en omliggende landen, waar zij kritieke basale dienstverlening, waaronder onderwijs en medische zorg, verleent via een netwerk van 30.000 stafleden die zij in dienst heeft.
In Gaza dient UNRWA als de ruggengraat van de humanitaire hulpverlening door haar enorme logistieke en operationele capaciteit en kennis, waarvan andere organisaties, waaronder ook Oxfam, afhankelijk zijn om hulp te leveren. Zo is UNRWA bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het runnen van gezondheidsklinieken, scholen, warenhuizen, het transport en de afgifte van brandstof (waaronder aan humanitaire organisaties), transport en afgifte van een deel van de voedselhulp, coördinatie van de humanitaire hulpverlening, en meer. Gezien haar mandaat en rol zal UNRWA ook een sleutelrol moeten spelen in de wederopbouw van Gaza, zo constateren de leden van de fracties van D66 en Volt. Welk alternatief zou er volgens de regering de cruciale rol van UNRWA direct op zich kunnen nemen, gezien de omvang en capaciteit van UNRWA?
De Minister heeft recentelijk aangegeven de betalingen aan UNRWA te stoppen totdat de begroting 2025 door de Eerste Kamer is aangenomen. Hoe verhoudt zich dat met de door de regering zelf aangegeven juridische verplichtingen? Hoe denkt de regering gebruik te maken van het regime van de twaalfden, dat wil zeggen het op de begroting 2024 gebaseerde beschikbare middelen? Welk effect heeft de tijdelijke stopzetting van de UNRWA-betalingen op de liquiditeit van de organisatie, zo vragen de leden van de fracties van D66 en Volt.
Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat
Verder constateren deze leden dat uit de begroting blijkt dat de regering flink gaat bezuinigen op duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat. Welke impact hebben de bezuinigingen op voedselzekerheidsprogramma's op het vermogen van kwetsbare gemeenschappen om zelfvoorzienend te worden? Wat zijn de prioriteiten op het gebied van voedselzekerheid en hoe ziet de regering de rol van het maatschappelijk middenveld ter plaatse en in Nederland ten aanzien van de internationale inzet op voedselzekerheid en voeding? Zal Nederland, de Minister of een Nederlandse afvaardiging, deel blijven nemen aan belangrijke internationale fora/bijeenkomsten waar de Nederlandse rol en expertise van belang is, zoals Nutrition4Growth Summit en de SUN Global Gathering?
Daarnaast vragen de leden van de fracties van D66 en Volt de regering hoe de impact van bezuinigingen op voedselzekerheidsprogramma’s wordt gemonitord en geëvalueerd, specifiek in fragiele gebieden met hoge migratiedruk. Hoe wordt de samenwerking met private partners ingezet om budgettaire beperkingen te compenseren en impact te vergroten? Welke strategieën worden gebruikt om private investeringen aan te trekken in voedselzekerheid, en hoe wordt gegarandeerd dat deze duurzaam en inclusief zijn?
Hoe wordt de afname van financiële bijdragen aan klimaatfondsen gecompenseerd om toch ambitieuze klimaatdoelen te behalen in ontwikkelingslanden? Hoe worden klimaatprogramma’s geïntegreerd in bredere voedselzekerheid- en migratievraagstukken om synergiën te creëren?
Overig
Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) /Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) biedt exportsteun aan het midden-en kleinbedrijf. Dit gebeurt op basis van kostendekkende premies. Het is ook onderhevig aan OESO-regels. In hoeverre moet het matching instrument worden ingezet tegenover steun van de landen die niet bij de OESO zijn aangesloten? Hoe heeft zich dat de laatste vijf jaren ontwikkeld? Hoe verhoudt zich dat met de matching steun die de Nederlandse overheid via Altradius biedt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de BHO-begroting voor 2025, de behandeling hiervan in de Tweede Kamer en het aangenomen nader gewijzigd amendement van de leden Stoffer en Eerdmans ter vervanging van nr. 49 over investering in noodhulpprogramma's en het afbouwen van de bijdrage aan UNRWA9. Het voorgenoemde leidt bij deze leden tot grote zorgen over de toekomst van UNRWA, het lot van de Palestijnse bevolking en over de wederopbouw van Gaza nu er (voorlopig maar hopelijk definitief) een einde is gekomen aan Israëls oorlog tegen Gaza. Juist nu er eindelijk een bestand is, is het van het allergrootste belang dat de humanitaire hulp aan de Palestijnen in de compleet door Israël verwoeste Gazastrook heel snel en massaal op gang komt en de ergste van de onvoorstelbaar grote humanitaire noden van het Palestijnse volk eindelijk gelenigd gaan worden. In dat licht hebben de leden van de SP-fractie de volgende vragen.
Onderschrijft de regering de stelling van de VN-coördinator voor Humanitaire Hulp en Wederopbouw voor Gaza, mevrouw Kaag, overigens gedeeld door vrijwel alle betrokken gouvernementele en non-gouvernementele internationale organisaties, dat als het gaat om die humanitaire hulp en wederopbouw, er voor UNRWA geen alternatief is? Zo nee, welke alternatieven ziet de regering dan?
Kan de regering aangeven hoe, indien deze begroting door de Eerste Kamer aangenomen zou worden, Nederland zal bijdragen aan het waarborgen van basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs voor Palestijnen in de bezette gebieden wanneer de bijdrage aan UNRWA uiteindelijk wordt stopgezet?
Op welke concrete noodhulpprogramma’s zouden de herbestemde middelen worden ingezet? Kan de regering garanderen dat deze middelen de Palestijnse vluchtelingen even effectief zullen bereiken als de huidige door UNRWA versterkte hulp?
Hoe wordt de besteding van de herbestemde middelen gemonitord? Welke garanties heeft de Minister dat herbestemde middelen niet verloren gaan in de administratieve complexiteit van nieuwe programma’s, met een directe negatieve impact voor de Palestijnse bevolking?
Is de regering het met de leden van de SP-fractie eens dat de beperking van UNRWA’s programma’s mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de stabiliteit van het Midden-Oosten en het bereiken van duurzame vrede in de regio zal bemoeilijken? Hoe schat de regering deze risico’s in en welke conclusies trekt ze daaruit ten aanzien van het te voeren beleid met betrekking tot de humanitaire hulp aan de Palestijnen?
Welke rol ziet de regering weggelegd voor het kabinetsbeleid bij het ondersteunen van de wederopbouw van Gaza, indien het bestand standhoudt, als onze gelden aan UNRWA tegelijkertijd worden afgebouwd?
Is Nederland bereid om samen met andere EU-lidstaten een fonds op te richten om de wederopbouw van Gaza te coördineren en te versterken, bijvoorbeeld via VN-instellingen of internationale ngo’s?
Ten slotte vragen de leden van de SP-fractie de regering hoe de lokale bevolking van Gaza wordt betrokken bij besluitvorming over wederopbouwprojecten, zodat de hulp effectief en eerlijk wordt verdeeld, en hoe wordt dit gedaan indien UNRWA minder middelen krijgt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
In de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp van 29 oktober jl.10 aan de Tweede Kamer over de koppeling tussen het bni (bruto nationaal inkomen) en het ODA-budget gaf de Minister aan dat de koppeling niet is losgelaten, maar is doorgeschoven naar de voorjaarsbesluitvorming. Tegelijkertijd heeft het kabinet besloten het budget niet te actualiseren op basis van de meest recente Macro-Economische Verkenning. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering hoe zij de uitspraak van de Minister in de brief dat dit kabinet de koppeling van het vorige kabinet «heeft gerespecteerd en niet ongedaan heeft gemaakt» verenigt met het besluit om het budget niet te actualiseren. Als de koppeling niet ongedaan is gemaakt, waarom is het budget niet meegestegen met de groei van het bni?
De OESO-norm voor ontwikkelingssamenwerking is in VN-verband in 1970 vastgesteld op 0,7% van het bnp. De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de huidige begroting laat zien dat Nederland in 2028 nog maar 0,42% van haar bnp beschikbaar stelt; een derde onder de norm. De OESO-norm is weliswaar geen afdwingbare eis, maar bevat wel een inspanningsverplichting van lidstaten. Kan de regering uitleggen hoe zij die inspanningsverplichting voor zich ziet, hoe de regering hieraan voldoet, en heeft deze inspanningsverplichting een rol gespeeld bij deze bezuinigingen?
In een reactie11 op de ontwerpbegroting waarschuwde de Algemene Rekenkamer dat de voorgenomen bezuinigingen tot fragmentatie kunnen leiden, wat zorgt voor hogere administratieve lasten, een hogere werkdruk en lagere effectiviteit. De Rekenkamer merkt op dat deze begroting daar kwetsbaar is omdat de bezuinigingen pro rata zijn verdeeld, en wijst daarom op het belang van het stellen van prioriteiten. Hoe heeft de regering rekening gehouden met dit risico op fragmentatie? Heeft zij de aanbeveling van de Rekenkamer meegenomen in de uiteindelijke begroting?
Verder constateren de leden van de ChristenUnie-fractie dat vanaf 2026 het drempelcriterium voor overheidssubsidies bij ngo’s wordt verhoogd van 25% naar 50%, wat inhoudt dat ngo's voortaan voor 50% gefinancierd moeten zijn uit eigen inkomsten om in aanmerking te komen voor overheidssubsidie. Uit de brief van 11 november jl. aan de Tweede Kamer maken deze leden op dat het de inzet van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp is om voor alle typen subsidiesamenwerkingen (binnen subsidiebeleidskaders en rechtstreeks) uiteindelijk dit drempelcriterium van 50% te laten gelden.12 Klopt deze conclusie?
In dezelfde brief13 aan de Tweede Kamer schrijft de Minister het volgende: «Daarom wordt waar dat haalbaar is het drempelcriterium verhoogd voor overige inkomsten dan die van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.» Wat zijn haar criteria om te bepalen of het haalbaar is? Kan de regering in percentages aangeven of schatten hoeveel gesubsidieerde ngo's momenteel de drempel van 50% halen? Kan de regering uitleggen waarom zij erop inzet om het drempelcriterium met ingang van 2026 te verdubbelen, in plaats van bijvoorbeeld een stapsgewijze verhoging, verspreid over meerdere jaren?
Vervolgens geeft de Minister aan dat Nederland internationaal een stap terug doet bij de financiering van maatschappelijke organisaties. «De financieringsconstructies onder dit kader worden sterk vereenvoudigd waardoor de middelen aanzienlijk efficiënter kunnen worden ingezet en er meer geld ter plekke kan worden aangewend voor de doelen van het beleid.»14 De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of zij een voorbeeld kan geven van welke financieringsconstructies hier worden bedoeld en hoe die dan efficiënter kunnen werken?
Verder stelt de Minister in de voornoemde brief dat Nederland instrumenten ontwikkelt op de terreinen van gezondheid, handel en mensenrechten.15 Bij de beleidsprioriteiten in de memorie van toelichting16 worden voedselzekerheid en watermanagement en gezondheid en rechtsorde genoemd. Hoe verhouden die terreinen uit de brief en de memorie van toelichting zich tot elkaar?
In de brief van 11 november jl. lezen de leden van de ChristenUnie-fractie het volgende: «Waar Nederlandse maatschappelijke organisaties uit het nieuwe beleidskader middelen ontvangen, betreft dit terreinen en activiteiten waarop zij specialistische kennis en expertise hebben, waarmee Nederland zich internationaal onderscheidt.»17 Kan de regering voorbeelden geven van organisaties waar ze hierbij aan denkt?
Daarnaast schrijft de Minister in deze brief dat de overheid niet verantwoordelijkheid kan nemen voor de continuïteit van non-gouvernementele organisaties.18 Houdt de regering bij de voorgenomen bezuinigingen rekening met de waardevolle kennis en expertise die verloren zou kunnen gaan wanneer een non-gouvernementele organisatie minder subsidie krijgt?
Maatschappelijke organisaties zijn bezorgd dat de kennis die mogelijk verloren gaat niet zomaar weer hersteld kan worden. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of het verdwijnen van kennis en expertise een overweging is geweest bij het besluit om te bezuinigen op subsidiesamenwerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich grote zorgen over de voorgenomen bezuiniging van 1 miljard euro op ontwikkelingssamenwerking. Een van de bezuinigingsmaatregelen betreft het verhogen van het drempelcriterium van 25% naar 50% voor maatschappelijke organisaties die BHO-financiering ontvangen. Kan de regering aangeven welke Ngo’s door deze maatregel zullen wegvallen en welke bedragen per organisatie?
De regering wil het geld voor ontwikkelingshulp zoveel mogelijk rechtstreeks aan gemeenschappen en organisaties ter plaatse geven. Is de regering het met deze leden eens dat juist Ngo’s ervaring hebben met het zo efficiënt en effectief mogelijk besteden van hulpmiddelen, en met het voorkomen dat die hulpmiddelen in verkeerde handen vallen? Zo ja, hoe gaat de regering voorkomen dat contacten tussen de Nederlandse regering en lokale gemeenschappen en organisaties opnieuw moeten worden opgebouwd? Hoe gaat de regering voorkomen dat financiële hulpmiddelen zullen worden gebruikt door corrupte organisaties of regimes?
Is de regering het met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie eens dat het verminderen van ontwikkelingshulp ertoe kan leiden dat armoede en (geo-)politieke instabiliteit zullen toenemen en daarmee ook de uittocht van kansarme mensen naar andere landen?
Op welke wijze gaat de regering bijdragen aan de positie van kleine, lokale boeren in ontwikkelingslanden en hun bijdrage aan de lokale voedselvoorziening? Erkent de regering dat de verkoop van goedkoop melkpoeder uit Nederland de concurrentiepositie van lokale boeren ondermijnt?19 Zo ja, wat gaat zij eraan doen om die ondermijning aan te pakken, zonder de voedselvoorziening van de lokale bevolking in gevaar te brengen?
Op welke wijze kan (en wil) de regering voorkomen dat er op verleende hulp een bestedingsdwang rust ten gunste van het Nederlandse bedrijfsleven, ten nadele van de opbouw van de zelfstandige lokale economie?
Kan de regering toezeggen dat de verleende steun niet besteed zal worden aan het bevorderen van milieu- en dieronvriendelijke houderijvormen van dieren of overige schadelijke landbouwsystemen? Zo ja, op welke punten? Zo nee, waarom niet, zo vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie vragen de regering hoe het loslaten van de koppeling tussen het budget voor ODA en het bni zich verhoudt tot de internationale afspraken die zijn vastgelegd in VN-resolutie 2626 (XXV). Hoe verhoudt het loslaten van de koppeling tussen het ODA-budget en het bni zich tot de betrouwbaarheid van Nederland als internationale partner?
Door een taakstelling op het ODA-budget op te nemen zorgt de regering naar de mening van de leden van de SGP-fractie voor onduidelijkheid over de meerjarenberekening van het ODA-budget en over de vraag of de koppeling met het bni gehandhaafd blijft. Waarom is er niet voor gekozen om het uitgangspunt van 0,7% al dan niet tijdelijk los te laten en te verlagen naar een lager percentage van het bni, zodat de koppeling in ieder geval blijft bestaan? Dit zou immers begrotingstechnisch zuiverder zijn geweest.
Er wordt gesproken over een incidentele bezuiniging op het ODA-budget, maar deze bezuiniging is als taakstelling over meerdere jaren opgenomen, wat op een structurele bezuiniging duidt. Indien er voor meerdere jaren «incidenteel» bezuinigd wordt, is er dan geen sprake van een structurele bezuiniging, zo vragen de leden van de SGP-fractie.
Indien het bni voortvloeit uit de MEV en de actualisatie op basis van de MEV niet is doorgevoerd voor het ODA-budget, is er dan geen sprake van een loskoppeling van het ODA-budget van het bni? Immers vormt het bni niet meer het uitgangspunt voor de berekening van het ODA-budget.
Op welke wijze onderbouwt de regering dat de bni nog steeds het uitgangspunt vormt voor het ODA-budget? Kan de regering de onderliggende formule uitleggen en laten zien hoe het budget gekoppeld is aan het bni?
Asiel en migratie zijn belangrijke speerpunten voor deze regering. Door de recente ontwikkelingen in Syrië ontstaan kansen om Syrische vluchtelingen te helpen om terug te keren naar Syrië. Middels het ODA-budget zou een impuls kunnen worden gegeven aan de economische ontwikkeling en de wederopbouw van de sociale infrastructuur in Syrië, om zo terugkeer te vergemakkelijken, zo constateren de leden van de SGP-fractie. Is de regering voornemens om de bezuiniging op het ODA-budget te heroverwegen en een deel van het ODA-budget te bestemmen voor de socio-economische ontwikkeling van Syrië en het faciliteren van de terugkeer van Syrische vluchtelingen?
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp ziet met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding het verslag en ontvangt deze graag zo spoedig mogelijk.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, Koen Petersen
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, R.H. van Luijk
Samenstelling:
Oplaat (BBB), Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Goossen (BBB), Van Gasteren (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Petersen (VVD) (voorzitter), Vogels (VVD), Van Ballekom (VVD), Van Toorenburg (CDA), Prins (CDA), Belhirch (D66), Moonen (D66), Van Strien (PVV), Koffeman (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Huizinga-Heringa (CU) (1e ondervoorzitter), Dessing (FVD) (2e ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Carlijne Vos, «Tot diep in de Sahel hangen zakjes Nederlands melkpoeder, tot verdriet van de boer» de Volkskrant https://www.volkskrant.nl/kijkverder/track-en-trace/v/tot-diep-in-de-sahel-hangen-goedkope-zakjes-nederlandse-melkpoeder-tot-verdriet-van-de-boer/.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36600-XVII-D.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.