36 600 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025

D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 december 2024

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft op 22 oktober 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat inzake een rappel voor niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan.

De Minister heeft op 16 december 2024 gereageerd.

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening1 brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 22 oktober 2024

De Eerste Kamer kent momenteel een halfjaarlijks toezeggingenrappel. U ontvangt daarover vandaag separaat de gebruikelijke rappelbrief. Om ook de uitvoering van aangenomen moties systematischer te gaan monitoren, ontvangt u voortaan halfjaarlijks eveneens een rappel voor niet en gedeeltelijk uitgevoerde moties.2

Bij deze brief ontvangt u digitaal een overzicht van de moties op uw beleidsterrein die op dit moment geregistreerd staan als niet of gedeeltelijk uitgevoerd. De Kamer verneemt graag vóór 6 december 2024 wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van deze moties. Is een motie naar uw oordeel reeds (deels) uitgevoerd, dan verneemt de Kamer graag op welke wijze. Is een motie nog niet (geheel) uitgevoerd, dan ontvangt de Kamer graag een prognose op welke termijn dit alsnog zal gebeuren. De moties zijn te raadplegen via de volgende link:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel_moties?rappel=vmhjlzr6osyc&ministerie=vkisjsukg3rw

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2024

Op 22 oktober stuurde u een brief met het verzoek om een stand van zaken van de uitvoering van moties die door de Kamer aangenomen zijn en die op het beleidsterrein van het Ministerie van IenW betrekking hebben.

Voor IenW betreft het twee moties:

  • 1. De motie-Van Langen-Visbeek (36 269, E)

    In deze motie wordt de regering verzocht de voorgestelde voertuigbreedte van voertuigen waar het LEV-kader op van toepassing is te wijzigen naar 1,2 meter.

    De stand van zaken hiervan is als volgt. In de tweede overweging bij de motie worden rolstoelfietsen en e-duofietsen genoemd. Het is niet de inzet om deze voertuigen onder het LEV-kader te laten vallen. Daarom worden zowel de motie als de toezegging die ziet op de voertuigbreedte (T03272) meegenomen in de overwegingen met betrekking tot het kader voor gehandicaptenvoertuigen. Het kader is naar verwachting in de tweede helft van 2025 gereed. Het verzoek is dan ook om de vervaldatum van de motie hierop aan te passen.

  • 2. De motie-Holterhues (36 410 XII, G)

    In deze motie wordt de regering verzocht om in 2024 te onderzoeken of er een oplossing gevonden kan worden voor het onevenredig hoog belasten van elektrische auto’s, door de wijziging van de belastingvoordelen, zodat eigenaren van elektrische auto’s maximaal hetzelfde betalen als eigenaren van benzineauto’s.

    De stand van zaken van deze motie is dat bij de Voorjaarsnota 2025 zal worden bezien of aanvullende maatregelen voor het behalen van de klimaatdoelstellingen op het gebied van mobiliteit nodig zijn. Hiervoor loopt het onderzoek van de hervorming van de autobelastingen als één van de bouwstenen voor het aandragen van maatregelen in de sector mobiliteit.

    In het onderzoek wordt naar maatregelen gekeken die leiden tot een hogere ingroei van volledig elektrische auto’s in 2030, alsook naar mogelijkheden hoe elektrische auto’s op termijn kunnen meebetalen. Eén van de uitgangspunten van het onderzoek is dat de overstap op elektrisch vervoer in elk geval moet blijven lonen. Het onderzoek zal in het voorjaar worden afgerond. Met dit onderzoek wordt ook invulling gegeven aan de motie van het lid Holterhues.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener


X Noot
1

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Kemperman (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Jaspers (BBB), Lievense (BBB), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Klip-Martin (VVD), Meijer (VVD), Kaljouw (VVD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Van Meenen (D66), Aerdts (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Zie ook Verslag Tijdelijke Commissie Werkwijze Eerste Kamer, Kamerstukken 2016/17, CXXIV, A, p. 10

Naar boven