36 600 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

W VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 27 februari 2025

De vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Algemene Zaken inzake de uitvoering van de motie-Rosenmöller (GroenLinks-PvdA) c.s. over onwenselijkheid om artikel 111 Vreemdelingenwet in werking te stellen (36 600, A). Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 16 januari 2025.

  • De antwoordbrief van 17 februari 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Minister van Algemene Zaken

Den Haag, 16 januari 2025

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) van de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 12 november 20242 waarbij u de Kamer een afschrift doet toekomen van uw brief van 25 oktober 2024 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake de noodmaatregelenwet en een aantal belangrijke aanvullende maatregelen. De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben naar aanleiding van uw aanbiedingsbrief enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA memoreren dat volgens de Nederlandse staatsrechtelijke traditie en onze democratische rechtsstaat het een fundamentele regel is dat de regering uitspraken van de Staten-Generaal serieus neemt en handelt in overeenstemming met de door het parlement aangenomen moties. Dit is slechts anders in het geval de regering zwaarwegende redenen heeft om daarvan af te wijken en deze tijdig alsmede expliciet toelicht aan het parlement. Dit vormt de kern van de parlementaire controle en de ministeriële verantwoordelijkheid, aldus genoemde leden.

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA wijzen erop dat de in deze Kamer aangenomen motie-Rosenmöller (GroenLinks-PvdA) c.s. over onwenselijkheid om artikel 111 Vreemdelingenwet in werking te stellen3 een onderwerp betreft dat maandenlang het publieke en politieke debat heeft gedomineerd. Het oorspronkelijke voornemen van de regering om gebruik te maken van staatsnoodrecht en een asielcrisis uit te roepen, gebaseerd op «gevoelens van de bevolking» – zoals door u verwoord – heeft geleid tot grote politieke spanningen, inclusief een kabinetscrisis. Tegen deze achtergrond is het volgens deze leden des te belangrijker dat de regering transparant en proactief communiceert met het parlement. In het licht van voorgaande, leggen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA de regering de volgende vragen voor.

  • 1. Met betrekking tot een proactieve communicatie: om welke reden heeft de regering deze Kamer niet proactief geïnformeerd over de uitvoering van bedoelde motie?

  • 2. Ten aanzien van de informatieverstrekking aan de Eerste Kamer: waarom moest de deze Kamer meerdere malen via de griffie verzoeken om een antwoord te ontvangen over de uitvoering van bedoelde motie? Erkent de regering dat dit als onbetamelijk kan worden beschouwd in het licht van de democratische verplichting van de regering om het parlement tijdig te informeren?

  • 3. Inzake de gebruikte terminologie: om welke reden koos de regering in bedoelde brief voor de formulering dat de motie «is afgedaan» in plaats van het gebruikelijke en in onze parlementaire traditie verankerde woord «uitgevoerd»?

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA verzoeken de regering om de antwoorden op de gestelde vragen uitgebreid te motiveren, aangezien de gekozen aanpak en communicatie rondom deze motie vragen oproepen over de mate waarin de regering de uitspraken van het parlement serieus neemt en zij de relatie met het parlement naar behoren respecteert.

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen 4 weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, A.W.J.A. van Hattem

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2025

In reactie op de eerste twee vragen van de fractie van GroenLinks-PvdA bericht ik u over de feitelijke verzending van de aanbiedingsbrief als volgt. Op 25 oktober 2024 heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd inzake de nadere afspraken ten aanzien van de uitvoering van hoofdstuk 2 van het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 van PVV, VVD, NSC en BBB. Deze brief is in afschrift tevens aan uw Kamer verzonden. Na contact hierover met de griffie op 6 november is er op het verzoek van het college van fractievoorzitters een afzonderlijke aanbiedingsbrief opgesteld met een verwijzing naar de motie van het lid Rosenmöller. Deze brief is verzonden op 12 november, 6 dagen nadat het verzoek tot ons is gekomen.

Uiteraard is het kabinet het met de leden van GroenLinks-PvdA eens wanneer zij stellen dat de regering uitspraken van de Staten-Generaal serieus neemt en handelt in overeenstemming met de het parlement genomen moties. Dit is slechts anders in het geval de regering zwaarwegende redenen heeft om daarvan af te wijken en hiervan wordt in een dergelijk geval expliciet en tijdig melding gemaakt aan het parlement.

De motie-Rosenmöller c.s. verzocht de regering ertoe de uitspraak van de Eerste Kamer, dat het onwenselijk zou zijn wanneer het kabinet artikel 111 Vreemdelingenwet in werking zou stellen, mee zou wegen in de verdere besluitvorming. Dit heeft het kabinet gedaan in de besluitvorming die leidde tot de genoemde brief van 25 oktober 2024. Daarmee heeft het kabinet gehandeld in overeenstemming met deze aangenomen motie.

Ten aanzien van de derde vraag inzake het begrip «afgedaan» versus «uitgevoerd» merk ik op dat hoewel deze begrippen semantisch een andere betekenis hebben, ze in het verkeer met de Kamer met enige regelmaat als synoniem worden gebruikt. Er is ook in het voorkomend geval geen bijzondere reden geweest om te kiezen voor het begrip «afgedaan». Bij het opstellen van de brief is geenzins de bedoeling geweest verwarring te creeëren met de gebruikte terminologie. Naar mijn oordeel zou de zin als geheel, noch de strekking van de brief overigens anders zijn indien hier het begrip «uitgevoerd» zou zijn gebruikt.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, D. Schoof


X Noot
1

Samenstelling:

Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Griffioen (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kaljouw (VVD), Meijer (VVD), Van Toorenburg (CDA), Bakker-Klein (CDA), Dittrich (D66), Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Huizinga-Heringa (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 36 600, O.

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 36 600, A.

Naar boven