Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-L nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 36600-L nr. C |
Vastgesteld 15 april 2025
De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Economische Zaken over inzicht in de uitgaven en governance van het Nationaal Groeifonds naar aanleiding van de rapportage evaluatieonderzoek. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 18 maart 2025.
• De antwoordbrief van 14 april 2025.
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus
Aan de Minister van Economische Zaken
Den Haag, 18 maart 2025
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 14 februari 2025 over de rapportage evaluatieonderzoek Nationaal Groeifonds.2 De leden van de fractie van de BBB hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB
De fractieleden van de BBB danken u voor de brief over de rapportage van het evaluatieonderzoek Nationaal Groeifonds. Deze leden maken zich desalniettemin zorgen over de enorme bedragen die hiermee gemoeid zijn, zonder dat er voldoende inzicht is in de gewenste uitkomsten. De leden van de BBB-fractie zijn op zoek naar SMART-criteria om de doelmatigheid en de doeltreffendheid van deze uitgaven te kunnen controleren. Bovendien willen deze leden graag meer inzicht in de governance. Zij hebben om die redenen de volgende vragen aan u.
U geeft aan 11,3 miljard euro te hebben gereserveerd voor 50 projecten. Dat is omgerekend 226 miljoen euro per project. Kunt u de leden van de BBB-fractie enig inzicht geven in de verdeling van de gelden?
De fractieleden van de BBB vragen welke doelafspraken er zijn gemaakt met de uitvoerende consortia «Groeien met Groen Staal» en «Charging Energy Hubs». Welke risico’s loopt de overheid hierbij? Hoe is de governance van de betreffende consortia geregeld?
Welke criteria worden er gehanteerd om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de 50 projecten te evalueren?
De evaluatie van het fonds is een meta-evaluatie van de 50 individuele projecten. De fractieleden van de BBB vragen wanneer in uw ogen het Nationaal Groeifonds een succes is. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag binnen vier weken, na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2025
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de BBB-fractie over het evaluatieonderzoek Nationaal Groeifonds (kenmerk 176565.01U), ingezonden op 18 maart jl.
De Minister van Economische Zaken, D.S. Beljaarts
1
U geeft aan 11,3 miljard euro te hebben gereserveerd voor 50 projecten. Dat is omgerekend 226 miljoen euro per project. Kunt u de leden van de BBB-fractie enig inzicht geven in de verdeling van de gelden?
Antwoord
De verdeling van de gelden over de departementale projecten is te vinden in tabel 20 in bijlage 3 («Totaaloverzicht NGF-projecten») van de NGF-begroting voor 2025.3 Daarnaast zijn er via de subsidieroute middelen toegekend aan twee projecten: € 101,8 miljoen aan project Groeien met Groen Staal en € 41,6 miljoen aan project Charging Energy Hubs.
2
De fractieleden van de BBB vragen welke doelafspraken er zijn gemaakt met de uitvoerende consortia «Groeien met Groen Staal» en «Charging Energy Hubs». Welke risico’s loopt de overheid hierbij? Hoe is de governance van de betreffende consortia geregeld?
Antwoord
Het project Groeien met Groen Staal richt zich op het verduurzamen van de Nederlandse staalindustrie door tegen 2050 een CO₂-neutraal productieproces te realiseren. Het project Charging Energy Hubs heeft als doel de uitrol van oplaadinfrastructuur voor elektrische logistieke voertuigen te versnellen en zo de belasting op het elektriciteitsnetwerk te verlichten. Voor meer informatie over de doelstellingen en activiteiten van de projecten refereer ik naar hoofdstuk 2 van het evaluatierapport.4 De subsidie aan deze consortia is verstrekt onder de verplichting dat de activiteiten conform het projectplan (of goedgekeurde wijzigingen daarop) worden uitgevoerd. De uitvoering van deze complexe, kennisintensieve projecten brengt altijd risico’s met zich mee, uitkomst van onderzoek staat niet van vooraf vast, marktomstandigheden kunnen wijzigen en internationale ontwikkelingen staan niet stil. De projecten worden intensief gemonitord op het behalen van de doelstellingen en waar nodig, in samenspraak met het consortium, worden de plannen aangepast om de risico’s zo veel mogelijk te beperken en de ambities te realiseren. De monitoring vindt plaats door middel van een jaarlijks voortgangsverslag en periodieke monitoringsgesprekken.
Ten aanzien van de governance hebben beide projecten een penvoerder die rapporteert over de voortgang namens de overige deelnemers in het project:
i. Voor Charging Enerby Hubs is Heliox B.V. de penvoerder en eindverantwoordelijk voor het projectmanagement. Heliox wordt ondersteund door het «Programmabureau Green en Smart Mobility», een samenwerkingsvorm tussen Brainport Development en RAI Automotive Industry NL.
ii. Voor de organisatie van het programma Groeien met Groen Staal wordt gebruik gemaakt van de bestaande structuur van M2i. M2i is een stichting zonder winstoogmerk die onder TU Delft Services opereert en waarop wordt toegezien door een programmaraad. TU Delft Services is volledig eigendom van de TU Delft.
De afspraken tussen de deelnemers van beide samenwerkingsverbanden zijn vastgelegd in een getekende samenwerkingsovereenkomst. De deelnemers ontvangen een directe subsidiebijdrage voor hun aandeel in de projectactiviteiten, niet via de penvoerder.
3
Welke criteria worden er gehanteerd om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de 50 projecten te evalueren?
Antwoord
De departementen en subsidieaanvragers hebben voor ieder van de 50 NGF-projecten de verwachte economische en maatschappelijke effecten in kaart gebracht om financiering vanuit het Nationaal Groeifonds te verkrijgen, meestal op basis van een zogenoemde Theory of Change.
Deze economische en maatschappelijke effecten zullen tijdens de evaluaties van de individuele projecten centraal staan. Er zal worden nagegaan in hoeverre de verwachte effecten zijn of worden bereikt en welke (positieve of negatieve) neveneffecten er zijn opgetreden.
De NGF-projecten zijn verschillend van aard. De verwachte effecten en daarmee de criteria om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de projecten in beeld te brengen is verschillend per project. Zo is de doelstelling van het project Re-Ge-NL o.a. om 20 nieuwe verdienmodellen voor boeren te ontwikkelen en ten minste 1.000 boeren te ondersteunen bij de transitie naar regeneratieve landbouw. Dit moet uiteindelijk leiden tot een besparing van milieukosten van ongeveer 5 miljard euro en nieuwe producten waarmee de winsten van boeren vergroot worden. Het project Oncode Accelerator daarentegen heeft de ambitie om waardevolle kandidaat-kankermedicijnen sneller en goedkoper te ontwikkelen. Het project zet in op tenminste 25 nieuwe medicijnontwikkelingsprocessen per jaar. Dit moet leiden tot gezondheidswinst en lagere gezondheidskosten.
Zoals Dialogic in haar rapport benadrukt zijn NGF-projecten grote, complexe projecten. Het is daarmee mogelijk dat projecten op bepaalde onderdelen positiever worden geëvalueerd dan op andere onderdelen. Het is daarom belangrijk om genuanceerde conclusies te trekken over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de NGF-projecten als geheel.
4
De evaluatie van het fonds is een meta-evaluatie van de 50 individuele projecten. De fractieleden van de BBB vragen wanneer in uw ogen het Nationaal Groeifonds een succes is. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
Antwoord
Zoals aangegeven in reactie op vraag 3, zal ieder NGF-project individueel op economische en maatschappelijke effecten worden geëvalueerd. Op basis van deze individuele evaluaties zal in de evaluatie van het fonds zelf (de meta-evaluatie) een uitspraak worden gedaan over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het fonds als geheel.
Indien de meta-evaluatie een overwegend positief beeld schetst over de bijdrage van het fonds aan het duurzaam verdienvermogen, is het fonds naar mijn mening succesvol.
Samenstelling:
Kemperman (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Oplaat (BBB), Panman (BBB), Crone (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Vos (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van de Sanden (VVD), Petersen (VVD), Bovens (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Van Strien, (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Aelst-den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36600-L-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.