1. Inleiding
De leden van de fracties van het CDA en OPNL hebben met belangstelling kennisgenomen van de Begrotingsstaat provinciefonds 2025.
Naar aanleiding hiervan wensen de leden gezamenlijk enkele vragen te stellen.
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel en hebben daarover enkele vragen.
2. Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van het CDA en OPNL gezamenlijk
Kan de regering op korte termijn inzicht geven in het takenpakket van provincies en
een overzicht opstellen van de medebewindstaken? Voor de duidelijkheid; hiermee wordt
niet het overzicht van taakmutaties uit de circulaires bedoeld, aangezien dit geen
inzicht geeft in de omvang van de taken en geen houvast biedt voor een adequate beoordeling
of hier voldoende middelen tegenover staan. Indien de regering dit niet kan geven,
dan is de vraag hoe de regering zonder dit inzicht in staat is om te voldoen aan het
gestelde in artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw), waarin het compensatiebeginsel
is vastgelegd?
De afgelopen jaren is de werkelijke inflatie meermaals 1 à 2 procent hoger uitgepakt
dan ingeschat.2 Deze onderschatting heeft geleid tot minder middelen voor provincies om hun taken
goed uit te voeren. Vanaf dit jaar wordt de inflatiecorrectie berekend aan de hand
van het bruto binnenlands product (bbp). Hoe wordt met deze nieuwe methode voorkomen
dat de inflatie wederom hoger uitpakt dan voorspeld? Volgens de Raad voor het Openbaar
Bestuur (ROB) is het van belang om kritisch te kijken naar de manier van inflatiecompensatie,
bijvoorbeeld door stelselmatig terug te kijken naar de gerealiseerde inflatie. Kan
de regering hierop reflecteren en toelichten of de nieuwe methode voldoet aan het
advies om stelselmatig terug te kijken naar de gerealiseerde inflatie?
De ROB adviseert om de transitie naar het nieuwe verdeelmodel binnen een termijn van
drie jaar af te ronden en daarmee duidelijkheid te creëren voor provincies.3 Hoe waarschijnlijk en realistisch acht de regering dat het hele traject voor 1 januari
2028 is afgerond en geïmplementeerd? Welke maatregelen worden getroffen om uitstel
te voorkomen? Volgens het IPO zouden de provincies niet benadeeld mogen worden als
er vertraging optreedt in de uitvoering van het plan. Is de regering het hiermee eens
en kan zij dat toezeggen? Graag nadere toelichting.
De leden van genoemde fracties hechten groot belang aan de uitvoerbaarheid van beleid.
Daarom stellen zij de volgende vragen. Worden er UDO’s (uitvoerbaarheidstoetsen decentrale
overheden) uitgevoerd in het kader van het provinciefonds? Zo nee, waarom niet? Indien
er UDO’s zijn uitgevoerd voor de begroting provinciefonds 2025 en daarna, is de regering
bereid deze met de Eerste Kamer te delen? Kan de regering aangeven hoe zij de inhoud
van deze uitvoeringstoetsen beoordeelt? Welke gevolgen verbindt de Minister aan de
resultaten van deze UDO’s? Graag ontvangen de leden een overzicht en planning van
de nog uit te voeren UDO’s in het kader van het provinciefonds 2026. Ook hier de vraag
om deze te delen met de Eerste Kamer.
3. Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP
Zijn de gevolgen van de bezuinigingen op het provinciefonds duidelijk met betrekking
tot de ambities, taken en realisatiekracht van de provincies? Deelt de regering de
mening van de leden van de SP-fractie dat de uitvoering van de taken door provincies
verder onder druk komt te staan door de aangekondigde bezuinigingen, onvoldoende compensatie
voor de inflatie en een korting bij het overdragen van de specifieke uitkeringen?
Heeft de regering inzicht welke gevolgen dit gaat hebben voor de inwoners van provincies
voor wat betreft provinciale taken? Heeft de regering inzicht in wat de gevolgen zijn
van de bezuinigingen op de provincies voor de regionale samenwerking bij de uitvoering
van taken?
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar de nota
naar aanleiding van het verslag en ziet deze graag zo spoedig mogelijk tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Lagas
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman