36 600 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2025

W BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 april 2026

Mede namens de Staatssecretaris van Financiën als medefondsbeheerder, deel ik met u het advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aangaande de Herziening verdeling gemeentefonds per 1 januari 2027, zie bijlage.

Uw Kamer is op 1 april jl. geïnformeerd over het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) aangaande de Herziening verdeling gemeentefonds per 1 januari 20271.

Op basis van de adviezen van de ROB en de VNG zullen we als fondsbeheerders een definitief besluit nemen over de herziening per 1 januari 2027.

Als fondsbeheerders realiseren we ons dat het van belang is dat middelen in het gemeentefonds op transparante wijze worden verdeeld op basis van objectieve criteria (kostenoriëntatie), met daarbij oog voor de leefwereld. Bij het maken van een afweging over de herziening van de verdeling, zullen de adviezen van de ROB en de VNG zwaarwegend zijn.

De VNG geeft daarnaast in haar advies aan dat op korte termijn vervolgonderzoek is gewenst. Ze geeft in haar advies ook aan bereid te zijn mee te denken over de opzet van het vervolgonderzoek en de vormgeving van een ordentelijk proces. Hierover is mijn ministerie reeds ambtelijk met de VNG in gesprek.

De VNG vraagt ons als fondsbeheerders om snel een besluit te nemen over het verdeelmodel en het ingroeipad voor 2027 en de jaren daarna. Het uiteindelijke besluit vraagt een zorgvuldige politiek-bestuurlijke weging. We realiseren ons als fondsbeheerders dat, zoals de VNG schrijft snelle duidelijkheid voor gemeenten van groot belang voor het kunnen opstellen van de begroting van volgend jaar, mede met het oog op lopende lokale coalitieonderhandelingen. We zijn dan ook voornemens beide Kamers medio mei te informeren over ons besluit aangaande aanpassingen aan het model, het ingroeipad en hoe te komen tot een ordentelijk proces voor het vervolgtraject.

Eenzelfde brief is ook aan de Tweede Kamer gezonden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 B, nr. 20


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 B, nr. 20

Naar boven