36 600 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2025

29 362 Modernisering van de overheid

S1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 februari 2026

Bij deze informeer ik u, mede namens de medefondsbeheerder de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) op 7 oktober 2025 een Tussenbericht heeft gepubliceerd over de manier waarop de algemene uitkering uit het gemeentefonds vanaf 2027 over gemeenten wordt verdeeld, zie Bijlage 1.

Op 6 april 2022 is de Kamer per brief2 door de toenmalige fondsbeheerders geïnformeerd dat is besloten tot invoering van het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds per 1 januari 2023. Zoals ook in deze brief met de Kamer gedeeld is dit model geen eindstation en zal het model continu onderhoud vragen. Met de Kamer is toen eveneens gedeeld dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoeksagenda had voorgesteld en dat deze door de fondsbeheerders is omarmd. Op 7 februari 2025 is de Kamer3 geïnformeerd over de onderzoeken die in het kader van de hier boven genoemde onderzoeksagenda zijn uitgevoerd en hoe het vervolgtraject verder werd vorm gegeven.

De in februari toegezegde onderzoeken zijn inmiddels bijna afgerond. Met de ROB is afgesproken de adviesaanvraag in twee delen te splitsen. Het eerste deel, dat u bij deze aantreft (Bijlage 2), gaat in op de methodologie en op de door ROB gestelde vragen in het Tussenbericht over de Verdeling algemene uitkering vanaf 2027. Het tweede deel betreft de inhoudelijke kant van de verbetervoorstellen en daarover wordt aan de ROB begin februari advies gevraagd. Bijgaand treft u, mede namens de Staatssecretaris van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, het eerste deel van deze adviesaanvraag aan. Uw Kamer zal te zijner tijd eveneens een afschrift van het tweede deel van de adviesaanvraag ontvangen.

Eenzelfde brief is ook aan de Tweede Kamer gezonden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart


X Noot
1

De letter S heeft alleen betrekking op 36 600 B.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 925 B, nr. 21

X Noot
3

Eerste Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 362 R, 36 600 B


X Noot
1

De letter S heeft alleen betrekking op 36 600 B.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 925 B, nr. 21

X Noot
3

Eerste Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 362 R, 36 600 B

Naar boven