Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 12 juni 2024 en het nader rapport d.d. 24 juni 2024, aangeboden aan de Koning
door de Minister voor Rechtsbescherming. Het advies van de Afdeling advisering van
de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 10 juni 2024, nr. 2024001404,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 12 juni 2024, nr. W16.24.00133/II, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 10 juni 2024, no. 2024001404, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van
State ter overweging aanhangig gemaakt de wijziging van het voorstel van wet houdende
wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen
tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie, met memorie van toelichting.
Met deze wijzigingswet komt een tweetal amendementen2 dat op 12 maart 2024 is aangenomen door de Tweede Kamer bij het wetsvoorstel tot
wijziging van de Penitentiaire beginselenwet te vervallen wegens, zo constateert de
toelichting, strijd met de Grondwet, het EVRM en het Handvest. Mede gelet op de voorgeschiedenis
onderschrijft de Afdeling dit voorstel.
Daarnaast wijzigt dit voorstel twee artikelen die als gevolg van een aangenomen amendement
onderdeel zijn geworden van de wet tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet.3 Door de voorgestelde wijziging wordt de ondergrens voor contact met (niet geprivilegieerde)
derden – telefonisch, dan wel via bezoek – in stand gelaten. Dat contact is wel gemaximeerd
voor gedetineerden op de EBI en in de AIT. Deze mogelijkheden voor telefonisch contact
en bezoek kunnen bij uitzondering worden verruimd in het licht van het recht op privé
en familieleven. Dit laat onverlet dat de Minister op basis van een individuele afweging
onder bijzondere omstandigheden kan bevelen contact met (niet geprivilegieerde) derden
te beperken. Het wetsvoorstel maakt het zo voor de Minister mogelijk maatwerk te leveren
gericht op de individuele gedetineerde. Dit is zowel van belang vanuit een grondrechtelijk
perspectief als met het oog op een veilige tenuitvoerlegging van de detentie. In het
licht van de voorgestelde wijzigingen ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding tot
het maken van opmerkingen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een technische wijziging door te voeren in
artikel 40d, derde lid, onderdelen d en e. In deze onderdelen zal worden verwezen
naar de aangepaste artikelen 40b en 40c.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie
van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind