36 576 Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte)

U VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 september 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over efficiencystudie in opdracht van ACM en een artikel ESB over de uitvoering van de Wet collectieve warmte. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 16 september 2026.

  • • De antwoordbrief van 18 september 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Den Haag, 16 september 2026

Op 8 september 2026 heeft de commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, op verzoek van de leden Crone (PRO), Van Langen-Visbeek (BBB) en Steenkamp (CDA), besloten u te vragen een brief te sturen over welke gevolgen u verbindt aan de uitkomsten van een in opdracht van de ACM uitgevoerde efficiencystudie2 en een artikel op de webpagina van ESB3 over de uitvoering van de Wet Collectieve Warmte4.

Uit de efficiencystudie van Brunekreeft in opdracht van de ACM volgt naar de mening van voornoemde leden expliciet dat benchmarking niet kan bij de gedifferentieerde warmtenetwerken. Ook volgt daaruit dat procescontrole – aangevuld met transparantie, kengetallen, lichte benchmarking – beter is. Dit wijkt af van de door u gekozen aanpak voor het ontwikkelen van een benchmarkstelsel als basis voor de tarifering, ondanks inhoudelijke bezwaren en de hieruit volgende vertraging van vier tot negen jaar.

Uit het ESB-artikel blijkt dat de ACM aan het zoeken is naar een andere of aangepaste wijze van regulering. Hierbij wordt onder andere gedachte aan procescontrole, een alternatief voor Weighted Avarage Cost of Capital (WACC), verevening en prijslimieten.

Beide conclusies sluiten aan bij de inbreng van de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB en CDA bij de wetsbehandeling, schriftelijke en mondelinge overleggen, en de (aangehouden) motie van deze fracties om de regulering en financiering, cq het waarborgfonds, te versnellen.

Deze leden en volgens hen velen in de sector (gemeenten, warmtegemeenschappen, bedrijven en netbeheer) vernemen graag uw visie op beide publicaties. In het bijzonder verneemt de commissie- bij voorkeur middels een brief voorafgaand aan het debat in de Tweede Kamer eind september/begin oktober- graag of dit leidt tot heroverweging van de gekozen aanpak, of daarbij aangepaste regel- en wetgeving nodig is en of u dit zal betrekken bij de verdere regelgeving, zoals het Besluit Collectieve Warmte die thans bij de Raad van State ligt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2026

In de procedurevergadering van de commissie Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei van de Eerste Kamer d.d. 8 september jl. heeft de commissie het kabinet verzocht voorafgaand aan het commissiedebat in de Tweede Kamer over de energierekening van consumenten dat gepland staat op 24 september, een brief te sturen over de gevolgen van twee publicaties over tariefregulering in de collectieve warmtesector.5 De eerste publicatie is een verkennende studie over efficiëntieregulering van EERA consulting voor de Autoriteit Consument en Markt (ACM).6 De tweede publicatie is een ESB-artikel over kostengebaseerde tarieven in de collectieve warmtesector.7

Eerder heb ik in antwoord op vragen van de Eerste Kamer en Tweede Kamer en in reactie op vragen van de heer Crone (GL/PvdA) tijdens het debat in de Eerste Kamer op 6 juli jl.8 over de begrotingsstaat Klimaatfonds 2026 aangegeven dat ik samen met de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) breed zal onderzoeken wat er mogelijk is om de overstap naar fases 2 en 3 te versnellen. Deze toezegging heb ik mede gedaan in de wetenschap dat veel van de vragen van de Eerste en Tweede Kamerfracties zien op de mogelijkheden voor versnelling van de overstap naar kostengebaseerde tarieven. In deze brief schets ik welke stappen ik zet om de versnellingsopties in kaart te brengen, hoe ik beide bovengenoemde publicaties betrek bij dit onderzoek en wanneer ik duidelijkheid kan geven over de wijze waarop de overgang naar kostengebaseerde tarieven versneld kan worden.

In lijn met de toezegging uit het debat in de Eerste Kamer op 6 juli jl. over de begrotingsstaat Klimaatfonds 20269 brengt het kabinet op dit moment samen met ACM de mogelijkheden om de overstap naar kostengebaseerde tarieven te versnellen in kaart. Hiertoe worden gesprekken gevoerd met ACM en een relevante vertegenwoordiging van warmtebedrijven, warmtegemeenschappen, gemeenten en consumenten. Ook vindt er een analyse plaats van de opties voor versnelling die binnen de Wcw mogelijk zijn en hoe deze interacteren met beleidsopties om de relatieve betaalbaarheid te borgen, zoals ook worden verkend in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek. Wanneer ik deze opties goed in beeld heb wil ik de impact ervan op de betaalbaarheid, investeerbaarheid, uitvoerbaarheid en snelheid van implementatie van de wet goed kunnen doordenken. Ook zal ik hier zelf, conform mijn toezegging, een gesprek over voeren met een relevante vertegenwoordiging van sectorpartijen.

Ik heb tegen deze achtergrond met interesse kennisgenomen van bovengenoemde publicaties van EERA consulting en ACM. Het eerste rapport bevat interessante suggesties voor de invulling van efficiëntie prikkels voor kostengebaseerde tarieven. Het ESB-artikel bevat relevante inzichten in de wijze waarop bij de overstap naar kostengebaseerde tarieven de relatieve betaalbaarheid van warmte geborgd kan worden. De inhoud van deze publicaties zal ik dan ook betrekken bij het uitwerken van versnellingsopties.

Ik zal beide Kamers in november informeren over de wijze waarop de overstap naar kostengebaseerde tarieven versneld kan worden. In dat kader zal ook nader worden ingegaan op hoe de suggesties uit de publicatie van EERA consulting, het ESB-artikel en de uitkomst van gesprekken met de sector hieraan bijdragen.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven- van der Meer


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (PRO), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (PRO), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Kluit (PRO) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Steenkamp (CDA), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (PRO), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Verkenning efficiëntieregulering warmte (Brunekreeft et al), te raadplegen via: https://www.acm.nl/nl/publicaties/verkenning-efficientieregulering-warmte

X Noot
3

Tarieven van warmtenetten kunnen sterk uiteen gaan lopen, te raadplegen via: https://esb.nu/tarieven-van-warmtenetten-kunnen-sterk-uiteen-gaan-lopen

X Noot
4

36 576

X Noot
5

Kamerstukken I, 2026/2027 36 576, T

X Noot
8

Kamerstukken I, 2025/2026, 181847

X Noot
9

Kamerstukken I, 2025/2026, 181847

Naar boven