36 558 Wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet, Wet gemeenschappelijke regelingen en Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met een permanente regeling die beraadslagen en besluiten langs de elektronische weg voor decentrale volksvertegenwoordigingen mogelijk maakt (Wet digitaal vergaderen decentrale overheden)

B VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN1

Vastgesteld 9 juni 2026

1. Inleiding

De leden van de fractie van de PVV hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel «Wet digitaal vergaderen decentrale overheden», die regelt dat o.a. gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen in bijzondere omstandigheden digitaal kunnen vergaderen. Het wetsvoorstel heeft deze leden aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

2. Bijzondere omstandigheden

In de memorie van toelichting (MvT) lezen de leden van de fractie van de PVV, betreffende de bijzondere omstandigheden, voorbeelden als een uitbraak van een infectieziekte, natuurverschijnselen zoals een overstroming of ernstige weersverwachtingen zoals (sneeuw)stormen. Drie categorieën zijn echter uitgesloten, te weten: besloten vergaderingen, het afleggen van de eed of verklaring en belofte en de (her)benoemingsprocedure van de burgemeester, commissaris van de Koning, gezaghebber en voorzitter van het waterschap. Een limitatieve opsomming wordt door de regering niet als wenselijk beschouwd. Er wordt echter ook geen concreet kader gesteld. De wet, zo lezen deze leden in de MvT, kiest voor een definitie als «(...) situaties die onvoorspelbaar zijn, die niet beïnvloedbaar zijn door het gemeentebestuur zelf, en die daadwerkelijk een belemmering vormen voor een vergadering in fysieke vorm».2 Storm Poly, die in juli 2023 over Nederland trok, wordt aangehaald als concreet voorbeeld van een situatie waarin het beter was geweest om digitaal te vergaderen. Deze leden vernemen gaarne van de regering een onderbouwing hoe zij tot een dergelijk voorbeeld is gekomen, wetende dat een (sneeuw)storm vaker gepaard gaat met stroomstoringen, zoals ook bij voornoemde storm Poly het geval was?3

Ondanks dat digitaal vergaderen volgens de voorgestelde wet enkel in geval van bijzondere omstandigheden toelaatbaar is, is maar de vraag of deze bepalingen scherp genoeg zijn voor het beoogde effect. Ziet de regering in dit kader ook dat de begrippen «bijzondere omstandigheden» en «zwaarwegend openbaar belang» subjectief interpreteerbare en politiseerbare begrippen zijn? Op welke wijze is de regering voornemens om deze begrippen nader te concretiseren? Op welke wijze gaat de regering voorkomen dat subjectieve interpretatie gaat zorgen voor het ontwijken van de wet?

3. Besluit om digitaal te vergaderen

De leden van de fractie van de PVV zijn van mening dat de keuze om digitaal te vergaderen nooit een politieke afweging mag zijn. Deelt de regering deze opvatting? Zo nee, waarom vindt zij dat deze keuze wél een politieke afweging mag of kan zijn?

Deze leden lezen daarnaast in de MvT dat geopperd wordt dat een vergadering langs elektronische weg ook een eenmalige uitkomst biedt wanneer aangekondigde acties of ordeverstoringen een normale doorgang van een openbare fysieke vergadering op een gemeente- of provinciehuis bemoeilijken. De bevoegdheid voor het besluit om over te gaan op digitaal ligt bij het bestuur. Is de regering het met deze leden eens dat een dergelijke overweging het wel heel makkelijk maakt om bij moeilijke onderwerpen, zoals een besluit over de komst van een Asielzoekers Centrum (AZC), het demonstratierecht van burgers uit de weg te gaan door digitaal te vergaderen en daarmee grondrechten te verkwanselen? Gaarne ontvangen deze leden een onderbouwing van uw beantwoording.

4. Digitale vaardigheden

Voorts lezen de leden van de PVV-fractie dat gesproken wordt over de digitale vaardigheden van burgers. Hoe kijkt de regering echter naar de digitale vaardigheden van leden van andere bestuursorganen waarop deze wet van toepassing wordt? Er zijn bestuursorganen die de digitale equipering van haar leden niet verzorgen en waar ieder lid over een ander soort toestel beschikt met andere software en eventuele verouderde protocollen die op hun beurt weer een veiligheidsrisico vormen.

Graag vernemen deze leden hoe de regering het verschil van equipering en niveau van digitale vaardigheden heeft meegenomen in haar overwegingen om tot het huidige wetsvoorstel te komen. Deelt zij de mening van deze leden dat dit wetsvoorstel het risico in de hand werkt dat leden die digitaal minder vaardig zijn in hun volksvertegenwoordigende rol belemmerd worden en dat daarmee de democratische rechtsgang beïnvloed wordt?

5. Cyberveiligheid

Verder lezen de leden van de PVV-fractie in de derde rapportage, tevens eindrapportage van de Evaluatiecommissie van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (hierna: Tijdelijke wet), digitaal vergaderen als overwegend cyberveilig wordt aangevoerd. Deze leden lezen graag van de regering hoe de tijdens de Tijdelijke wet, dus gedurende de Corona-periode en met alle maatregelen toen, geëvalueerde conclusie, nog van toepassing is op een situatie waar «tijdelijk» wordt verruild voor «structureel».

Daarnaast vragen deze leden in hoeverre die evaluatie standhoudt, gezien het toenemende aantal cyberaanvallen. Daar komt ook de opmerking in de MvT bij dat de regering ervoor heeft gekozen besloten vergaderingen volledig uit te zonderen van de mogelijkheid tot digitaal vergaderen, omdat zij de risico’s bij dit soort vergaderingen, zoals het inbreken van kwaadwillenden, dan wel het lekken van vertrouwelijke informatie, te groot acht. De vergadering zelf hoeft immers niet het doel te zijn bij een cyberaanval.4

6. Ervaren vermindering kwaliteit debat en andere wijze communiceren tussen deelnemers

De leden van de fractie van de PVV lezen dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in zijn advies «Van crisis naar opgave» de ervaren vermindering van de kwaliteit van het debat tijdens een digitale vergadering en de andere wijze van communiceren tussen deelnemers als negatief beoordeeld heeft en de ROB weegt deze effecten zwaarder dan de positieve effecten die de mogelijkheid tot digitaal vergaderen kan bieden naast de fysieke vergadering.5

Volgens de MvT is de regering echter van mening dat dit in alle gevallen afhangt van lokale omstandigheden. Deze wet is immers toegespitst op de situatie waarin fysiek vergaderen ook op een veilige manier mogelijk is en er dus gevarieerd kan worden in de vergadermodaliteit. Wat in de ene gemeente een zwaarwegend of politiek besluit is, kan in de andere een hamerstuk zijn en omgekeerd. Dergelijke overwegingen kunnen ook tijdens een vergadering ontstaan. Wetgeving leent zich daarom niet voor zulke kaders en zou bovendien een beperking van de autonome ruimte van gemeenteraden zijn voor zover het de eigen vergaderorde betreft. De regering acht het reglement van orde van de gemeenteraad dan ook geschikter om beslisregels hieromtrent op te nemen indien daar lokaal behoefte aan is.

Kan de regering meer duiding geven bij deze uitleg? Ziet de regering ook een tegenstelling in de eigen argumentatie? Ziet de regering ook dat de wet digitaal vergaderen decentrale overheden dient te waarborgen dat er geen willekeur ontstaat en dat de democratische rechtsorde hoe dan ook bij alle overheden op dezelfde wijze geborgd dient te zijn? Ziet de regering in dit kader ook dat haar stellingname «wat in de ene gemeente een zwaarwegend of politiek besluit is, kan in de andere een hamerstuk zijn en omgekeerd» geen argument is om juist het belang van de kwaliteit van het debat te laten prevaleren?

7. Overleg met koepels, beroeps- en belangenverenigingen

De leden van de fractie van de PVV verzoeken de regering de agenda’s, memo’s en verslagen van de overleggen met de koepels, beroeps- en belangenverenigingen die ten grondslag liggen aan de regeling aan de Kamer te doen toekomen.

De koepels zijn privaatrechtelijke organisaties, waarin decentrale dagelijks bestuurders zitting hebben en volksvertegenwoordiging nauwelijks invloed of zeggenschap heeft. Wat is de reden dat de koepels inbreng hebben geleverd? Wiens belang dienen de koepels?

8. De Wet en de Staten-Generaal

De leden van de fractie van de PVV lezen dat de wet toeziet op de mogelijkheid van decentrale overheden tot vergaderen langs elektronische weg indien bijzondere omstandigheden in ernstige mate verhinderen dat bijeen kan worden gekomen in een fysieke vergadering en de vergadering vanwege een zwaarwegend openbaar belang niet kan worden uitgesteld.

Wat is de reden dat de wet enkel voor decentrale overheden geldt, terwijl de beide Kamers der Staten-Generaal nog wel fysieke aanwezigheid als uitgangspunt nemen? Waarom zou de werkwijze van de Staten-Generaal niet naar analogie moeten worden toegepast bij decentrale overheden?

Kan de regering aangeven welke beperkingen de Grondwet de beide Kamers der Staten-Generaal oplegt om, indien zich bijzondere omstandigheden voordoen, in niet-fysieke vorm bijeen te komen?

Kan de regering duiden hoe het begrip «bijzondere omstandigheden» zich verhoudt tot het quorum voor de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal als bedoeld in artikel 67 Grondwet?

9. Belastbaarheid participanten bij gemeenten in de uitvoering van de wet

Op dinsdag 26 mei 2026 stond er een artikel in de Telegraaf6 waarin het A&O Fonds gemeenten meldt dat het verzuim bij gemeenten in 2025 het hoogst is in 20 jaar tijd. De leden van de PVV-fractie lezen in de MvT dat de regering het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) als volgt heeft samengevat: «Er zijn volgens het ATR geen minder belastende alternatieven om digitaal vergaderen mogelijk te maken. In het advies wordt aandacht gevraagd voor de waarborging van de toegankelijkheid tot de vergadering, in het bijzonder voor mensen die niet beschikken over de voorzieningen of vaardigheden om digitale vergaderingen te volgen of daaraan bij te dragen.»7 De regering heeft in haar overweging alleen gekeken naar de toehoorders en kijkers, maar niet naar de participanten. Het ATR heeft doorzien dat er werk aan de winkel is, maar de regering rept er met geen woord over. Het A&O Fonds-onderzoek toont nogmaals aan dat er sprake is van het hoogste verzuim bij gemeenten in 20 jaar tijd.

Hoe kijkt de regering aan tegen de positie van álle participanten bij gemeenten in de uitvoering van deze wet en hoe is een eventuele implementatie hiervan concreet voorzien? Ziet de regering voor zichzelf daarin ook een rol weggelegd? Zo ja, wat mag concreet van de regering worden verwacht?

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding van het verslag ziet deze graag binnen vier weken na vaststelling van dit verslag tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Lagas

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/24, 36 558, nr. 3 p. 13.

X Noot
4

Peters, Boogaard, Van den Berg en Van Kalken, «Evaluatiecommissie tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvormingen, derde rapportage, eindrapport» pagina 2 e.v.

X Noot
5

Raad voor het Openbaar Bestuurd, «Van crisis naar opgave; over de blijvende gevolgen van de coronapandemie voor gemeenten en openbare lichamen in Caribisch Nederland», 10 maart 2022.

X Noot
6

«Verzuim bij gemeenten hoogst in ruim 20 jaar», Telegraaf 26 mei 2026.

X Noot
7

Kamerstukken II 2023/24, 36 558, nr. 3 p. 36.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/24, 36 558, nr. 3 p. 13.

X Noot
4

Peters, Boogaard, Van den Berg en Van Kalken, «Evaluatiecommissie tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvormingen, derde rapportage, eindrapport» pagina 2 e.v.

X Noot
5

Raad voor het Openbaar Bestuurd, «Van crisis naar opgave; over de blijvende gevolgen van de coronapandemie voor gemeenten en openbare lichamen in Caribisch Nederland», 10 maart 2022.

X Noot
6

«Verzuim bij gemeenten hoogst in ruim 20 jaar», Telegraaf 26 mei 2026.

X Noot
7

Kamerstukken II 2023/24, 36 558, nr. 3 p. 36.

Naar boven