Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36546 nr. M |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36546 nr. M |
Vastgesteld 21 mei 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de motie-Perin-Gopie c.s. over het standaard toepassen van de Kinderrechtentoets. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 31 maart 2026.
• De antwoordbrief van 20 mei 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Wolf
Aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Den Haag, 31 maart 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft met belangstelling kennisgenomen van de brief van 19 februari 2026 van de toenmalige Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport (hierna: Staatssecretaris),2 waarin zij reageert op de motie-Perin-Gopie c.s. over het standaard toepassen van de Kinderrechtentoets bij wetsvoorstellen over jeugdzorg.3 De leden van de fractie Volt wensen u hierover, mede namens de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, SP, PvdD en OPNL, de volgende vragen te stellen.
De reikwijdte en naleving van de motie
De motie verzoekt de regering de Kinderrechtentoets toe te passen bij alle toekomstige wetsvoorstellen over jeugdzorg. De Staatssecretaris noemt in haar brief vier trajecten. De leden van de fractie Volt vragen, mede namens de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, SP, PvdD en OPNL, of dit alle wetstrajecten zijn rondom jeugdzorgwetgeving die sinds 30 september 2025 in voorbereiding zijn. Kunt u een overzicht geven van de wetstrajecten die nu in voorbereiding zijn en bij welke daarvan de Kinderrechtentoets wél en niet is toegepast, en waarom niet?
De motie verzoekt om de uitkomsten van de Kinderrechtentoets op te nemen in de memorie van toelichting. In de brief lezen genoemde leden dat zal worden opgenomen «hoe kinderrechten zijn meegenomen», maar dat is iets anders dan het vastleggen van de uitkomsten van de Kinderrechtentoets. De indieners van de motie verwachten dat in de memorie van toelichting wordt opgenomen wat de uitkomsten zijn van de Kinderrechtentoets die op de wet is toegepast. Daarbij dient te worden toegelicht:
– op welke aspecten de voorliggende wet voldoet aan de kinderrechten en op welke aspecten niet of slechts deels;
– welke belangen van het kind zijn betrokken; en
– hoe die belangen zijn meegewogen in de gemaakte keuzes en de belangenafweging bij de wet.
Kunt u bevestigen dat dit zo in de memorie van toelichting zal worden verwerkt om te voldoen aan het verzoek uit de aangenomen motie?
De methodologie en kwaliteit van de toets
In de brief lezen deze leden dat «actief wordt geoefend» met de Kinderrechtentoets. Betekent dit dat op het ministerie nog geen vastgestelde, gestandaardiseerde methodologie voor de Kinderrechtentoets wordt gehanteerd, zoals de Kinderombudsman die wel heeft ontwikkeld? Indien geen gebruik wordt gemaakt van de methode van de Kinderombudsman, op welke wijze wordt de Kinderrechtentoets dan uitgevoerd?
Indien wel gebruik wordt gemaakt van de methode van de kinderombudsman, kunt u toelichten op welke wijze invulling wordt gegeven aan de verschillende stappen één tot en met vier van de Kinderrechtentoets?
In de brief staat dat bij het wetsvoorstel Reikwijdte in november 2025 een gesprek heeft plaatsgevonden met jongeren. Hoe is dit gesprek georganiseerd, wie waren de deelnemers en hoe zijn de uitkomsten aantoonbaar verwerkt in het wetsvoorstel? Is hiervan een verslag beschikbaar voor de Kamer?
Bij het klachtrecht is het gesprek met kinderen gepland voor het eerste kwartaal van 2026. Wat gebeurt er als de uitkomsten aanleiding geven tot aanpassing van het wetsvoorstel, zo vragen deze leden.
In de brief wordt over het wetsvoorstel Reikwijdte en over het klachtrecht het volgende gesteld: «De lessen die het kabinet trekt uit deze ervaringen, kunnen worden gebruikt bij het doorontwikkelen van de Kinderrechtentoets.» Welke concrete plannen heeft u om de toets door te ontwikkelen en te verbeteren aan de hand van de ervaringen en welk tijdpad heeft u daarbij voor ogen?
De rol van de Kinderombudsman
In de brief wordt twee keer verwezen naar «nauw contact» met de Kinderombudsman. Wat is de precieze rol van de Kinderombudsman in relatie tot de wetgevingstrajecten en het opnemen van de Kinderrechtentoets?
Is overwogen om de Kinderombudsman een formele, onafhankelijke toetsingsrol te geven bij de Kinderrechtentoets, vergelijkbaar met de rol van de Autoriteit Persoonsgegevens bij privacywetgeving? Zo nee, waarom niet?
Nachtelijke insluiting als testcase
In de brief wordt de wetswijziging voor nachtelijke insluiting in gesloten jeugdhulp genoemd als een traject waarbij de Kinderrechtentoets wordt toegepast. De leden van de fractie Volt zijn verheugd dat de toets wordt toegepast bij deze wetswijziging, omdat dit juist een maatregel betreft waarbij de spanning met kinderrechten, met name het recht op vrijheid en fysieke integriteit onder het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het grootst is.
Op welke wijze bent u voornemens om de Kinderrechtentoets uit te voeren? Welke groep jongeren zult u selecteren om mee in gesprek te gaan om het belang van het kind mee te wegen, vragen deze leden tot slot.
De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 28 april 2026.
Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, G. Prins
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 mei 2026
Hierbij ontvangt u de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door de fractie Volt, mede namens de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, SP, PvdD en OPNL over de Kamerbrief over de reactie op de motie Perin-Gopie c.s. over standaard toepassen van de Kinderrechtentoets bij wetsvoorstellen over jeugdzorg.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Antwoorden op aanvullende vragen van de fractie Volt, mede namens de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, SP, PvdD en OPNL, over de reactie op de motie Perin-Gopie c.s. over het standaard toepassen van de Kinderrechtentoets bij wetsvoorstellen voor jeugdzorg (180408 ingezonden 31 maart 2026).
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van Volt
De motie Perin-Gopie c.s. verzoekt de regering de Kinderrechtentoets toe te passen bij alle toekomstige wetsvoorstellen over de jeugdzorg. De Staatssecretaris noemt in haar brief vier trajecten. De leden van de fractie Volt vragen, mede namens de leden van de fracties GroenLinks-PvdA, D66, SP, PvdD en OPNL, of dit alle wetstrajecten zijn rondom de jeugdzorgwetgeving die sinds 30 september 2025 in voorbereiding zijn. Kunt u een overzicht geven van de wetstrajecten die nu in voorbereiding zijn en bij welke daarvan de Kinderrechtentoets wél en niet is toegepast en waarom niet?
Ten aanzien van de jeugdzorg4 wordt er aan verschillende wetsvoorstellen gewerkt die zich in verschillende fasen bevinden.
De wetsvoorstellen over het vervallen van de verwijsindex risicojongeren, woonplaatsbeginsel en kwaliteit, de eigen bijdrage Jeugdwet, het insluiten in de eigen kamer tijdens de nacht binnen de gesloten jeugdhulp, de vergunningplicht Jeugdwet en het herzien van vrijheidsbeneming bij jongeren in strafrechtelijk kader bevinden zich nog in de voorbereidende fase. Voor deze wetsvoorstellen is of wordt een kinderrechtentoets uitgevoerd.
Van de wetsvoorstellen Reikwijdte Jeugdwet en Versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming is de internetconsultatie inmiddels afgerond. Ook bij deze wetsvoorstellen is een kinderrechtentoets uitgevoerd en zijn de uitkomsten daarvan verwerkt in de memorie van toelichting.
Ten slotte is er nog een aantal wetsvoorstellen dat reeds is ingediend bij uw Kamer en die deels ook zien op wijziging van de Jeugdwet: het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein, het verzamelwetsvoorstel gegevensverwerking VWS II.b en het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders. Voor deze wetsvoorstellen is geen Kinderrechtentoets uitgevoerd omdat deze toets nog niet beschikbaar was ten tijde van het voorbereiden van deze voorstellen.
De motie verzoekt om de uitkomsten van de Kinderrechtentoets op te nemen in de memorie van toelichting. In de brief lezen de leden dat zal worden opgenomen «hoe kinderrechten zijn meegenomen», maar dat is iets anders dan het vastleggen van de uitkomsten van de Kinderrechtentoets. De indieners van de motie verwachten dat in de memorie van toelichting wordt opgenomen wat de uitkomsten zijn van de Kinderrechtentoets die op de wet is toegepast. Daarbij dient te worden toegelicht:
– Op welke aspecten de voorliggende wet voldoet aan de kinderrechten en op welke aspecten niet of slechts deels;
– Welke belangen van het kind zijn betrokken; en
– Hoe die belangen zijn meegewogen in de gemaakte keuzes en de belangenafweging bij de wet
Kunt u bevestigen dat dit zo in de memorie van toelichting zal worden verwerkt om te voldoen aan het verzoek uit de aangenomen motie?
Bij de voorbereiding van een wetsvoorstel wordt in het kader van de toetsing aan hoger recht beschreven hoe het voorstel voldoet aan onder andere kinderrechten. De kinderrechtentoets vormt daarop een aanvulling, waarbij de rechten en belangen van kinderen aan het voorstel worden getoetst. Een weergave van de kinderrechtentoets wordt opgenomen in de memorie van toelichting van het wetsvoorstel. Voor zover het voorstel een van de aspecten van de kinderrechtentoets raakt of de uitkomst van de kinderrechtentoets heeft geleid tot aanpassingen van het wetsvoorstel, wordt dit in het algemene deel van de memorie van toelichting gemotiveerd beschreven. De Kinderrechtentoets wordt bij de indiening van het wetsvoorstel, meegezonden naar de Tweede Kamer. De ervaringen met de Kinderrechtentoets zullen worden geëvalueerd. Op basis van de verkregen inzichten zal de wijze van uitwerking van de Kinderrechtentoets in de memorie van toelichting waar nodig worden aangepast.
In de brief lezen de leden dat «actief wordt geoefend» met de Kinderrechtentoets. Betekent dit dat op het ministerie nog geen vastgestelde, gestandaardiseerde methodologie voor de Kinderrechtentoets wordt gehanteerd, zoals de Kinderombudsman deze wel heeft ontwikkeld? Indien geen gebruik wordt gemaakt van de methode van de Kinderombudsman, op welke wijze wordt de Kinderrechtentoets dan uitgevoerd? Indien wel gebruik wordt gemaakt van de methode van de Kinderombudsman, kunt u toelichten op welke wijze invulling wordt gegeven aan de verschillende stappen één tot en met vier van de Kinderrechtentoets?
Op dit moment wordt nog niet een gestandaardiseerde methodologie gehanteerd. Zoals in deze brief wordt toegelicht, wordt op dit moment namelijk nog ervaring opgedaan met de wijze waarop de Kinderrechtentoets in de wetgevingspraktijk het beste kan worden vormgegeven.
De Kinderrechtentoets van de Kinderombudsman geeft handvatten om bij het vormgeven van wet- en regelgeving en beleid kinderrechten en het belang van het kind als eerste overweging te nemen. Het doel van de toets is om de ontwikkeling en het welzijn van kinderen te waarborgen in alle voorstellen die raken aan de belangen van kinderen. Bij het invullen van de Kinderrechtentoets worden de 4 stappen doorlopen:
Stap 1: Onderzoek de belangen van kinderen
Stap 2: Onderzoek andere belangen
Stap 3: Het maken van de belangenafweging
Stap 4: Verantwoording en communicatie
Hoewel het kabinet enthousiast is over de Kinderrechtentoets en het belang daarvan inziet, roept de implementatie van de vier stappen uit de Kinderrechtentoets nog vragen op. Daarom wordt momenteel actief geoefend door de Ministeries van VWS en JenV met de Kinderrechtentoets, waaruit moet blijken of deze in de praktijk goed uitvoerbaar is. Bij deze pilots worden de vier stappen uit de Kinderrechtentoets zo goed mogelijk doorlopen. Dat kan soms uitdagend zijn. Zo zijn er vragen over het moment van het uitvoeren van de Kinderrechtentoets binnen een wetgevingstraject. Een wetsvoorstel is veranderlijk en de term en het stappenplan van de Kinderrechtentoets kunnen de indruk wekken dat de toets eenmalig doorlopen moet worden. In de praktijk kan dit een continu proces zijn. Over dit aandachtspunt voer ik ook gesprekken met de Kinderombudsman.
In de brief staat bij het wetsvoorstel Reikwijdte in november 2025 een gesprek heeft plaatsgevonden met jongeren. Hoe is dit gesprek georganiseerd, wie waren de deelnemers en hoe zijn de uitkomsten aantoonbaar verwerkt in het wetsvoorstel? Is hiervan een verslag beschikbaar voor de Kamer?
Bij de totstandkoming van het wetsvoorstel reikwijdte Jeugdwet zijn jongeren betrokken, zowel structureel als incidenteel. Een onderdeel van het participatieve aspect is de Kinderrechtentoets, die door de Kinderombudsman is ontwikkeld. In het kader van deze toets is een gesprek met een aantal jongeren georganiseerd. De jongeren hebben zich vrijwillig aangemeld na een werving door de Nationale Jeugdraad (NJR). Er is gesproken met jongeren vanuit JongWijs, Stichting ExpEx en de NJR. De uitkomsten van de Kinderrechtentoets zijn verwerkt in het wetsvoorstel reikwijdte Jeugdwet. In de memorie van toelichting zijn de uitkomsten van de Kinderrechtentoets toegelicht zowel in een specifieke paragraaf, als in de desbetreffende inhoudelijke paragrafen. De Kinderrechtentoets wordt bij de indiening van het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet aan de Tweede Kamer meegestuurd.
Bij het klachtrecht is het gesprek met kinderen gepland voor het eerste kwartaal van 2026. Wat gebeurt er als de uitkomsten aanleiding geven tot aanpassing van het wetsvoorstel, zo vragen deze leden.
Het klachtrecht in de jeugdzorg is een belangrijke vorm van rechtsbescherming voor jeugdigen en/of ouders. De voormalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en mijn ambtsvoorganger hebben vorig jaar onderzoek laten uitvoeren om een actueel overzicht te krijgen van de uitvoeringspraktijken en verbeterpunten van interne klachtbehandeling bij organisaties in het brede jeugdzorgdomein.
Dit onderzoek is 17 december jl. aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport biedt aanknopingspunten om het klachtrecht te verbeteren. Het is een omvangrijk rapport dat aanbevelingen doet op zowel juridisch gebied als op de uitvoering. Momenteel bestuderen de Staatssecretaris van JenV en ik dit nader. Hiervoor voeren het Ministerie van JenV en het Ministerie van VWS gesprekken met de betrokken organisaties, zoals met de VNG en de brancheorganisaties. Ook gaan we de komende periode in gesprek met jongeren als onderdeel van de Kinderrechtentoets. We kunnen niet vooruitlopen op de uitkomsten van deze gesprekken.
In de brief wordt over het wetsvoorstel Reikwijdte en over het klachtrecht het volgende gesteld: «De lessen die het kabinet trekt uit deze ervaringen, kunnen worden gebruikt bij het doorontwikkelen van de Kinderrechtentoets». Welke concrete plannen heeft u om de toets door te ontwikkelen en te verbeteren aan de hand van de ervaringen en welk tijdpad heeft u daarbij voor ogen?
Het doel van de toets is om de ontwikkeling en het welzijn van kinderen te waarborgen in alle voorstellen die raken aan de belangen van kinderen. Het uitvoeren van de Kinderrechtentoets is dus geen opzichzelfstaand doel. Omdat voor de officiële lancering van de Kinderrechtentoets nog geen ervaringen waren opgedaan met de uitvoerbaarheid van de Kinderrechtentoets door beleidsmakers, zijn de Ministeries van VWS en JenV dit nu aan het doen. Door het oefenen en doorlopen van de Kinderrechtentoets door de Ministeries van VWS en JenV kunnen eventuele aanscherpingen of aanpassingen als aanbeveling worden meegegeven aan de Kinderombudsman. Over het goed implementeren van de Kinderrechtentoets voer ik gesprekken met de Kinderombudsman.
Ik kan hier geen tijdspad aan verbinden, omdat wetstrajecten doorgaans een lange doorlooptijd hebben.
In de brief wordt twee keer verwezen naar «nauw contact» met de Kinderombudsman. Wat is de precieze rol van de Kinderombudsman in relatie tot de wetgevingstrajecten en het opnemen van de Kinderrechtentoets? Is overwogen om de Kinderombudsman een formele, onafhankelijke toetsingsrol te geven bij de Kinderrechtentoets, vergelijkbaar met de rol van de Autoriteit Persoonsgegevens bij privacywetgeving? Zo nee, waarom niet?
De Kinderombudsman heeft conform artikel 11b van de Wet Nationale ombudsman de taak te bevorderen dat de rechten van jeugdigen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en privaatrechtelijke organisaties. De Kinderombudsman doet dit in elk geval door 1) voor te lichten en informatie te geven over de rechten van jeugdigen, 2) gevraagd en ongevraagd advies te geven aan de regering en de Eerste en Tweede Kamer over wetgeving die en beleid dat rechten van jeugdigen raakt, 3) onderzoek in te stellen naar de eerbiediging van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging en 4) toezicht te houden op de wijze waarop klachten voor jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties worden behandeld.5
De Kinderombudsman heeft de Kinderrechtentoets ontwikkeld waarmee beleidsmakers handvatten krijgen om bij het vormgeven van wet- en regelgeving en beleid kinderrechten en het belang van het kind als eerste overweging te nemen. De Kinderombudsman is zelf niet betrokken bij het maken van wetgeving, maar kijkt mee op de naleving van kinderrechten. Bovendien jaagt de Kinderombudsman het gebruik van de toets aan. Ook kan zij adviseren bij de implementatie en uitvoering van de Kinderrechtentoets en signaleren wat wel en niet goed gaat bij de uitvoering van de Kinderrechtentoets. De Kinderombudsman heeft geen formele toetsingsrol en ziet voor zichzelf ook geen formele toetsingsrol, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens die wel heeft.
In de brief wordt de wetswijziging voor nachtelijke insluiting in gesloten jeugdhulp genoemd als een traject waarbij de Kinderrechtentoets wordt toegepast. De leden van de fractie Volt zijn verheugd dat de toets wordt toegepast bij de wetswijziging, omdat dit juist een maatregel betreft waarbij de spanning met kinderrechten, met name het recht op vrijheid en fysieke integriteit onder het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Kind, het grootst is.
Op welke wijze bent u voornemens om de Kinderrechtentoets uit te voeren? Welke groep jongeren zult u selecteren om mee in gesprek te gaan om het belang van het kind mee te wegen?
In juni 2025 heeft mijn voorganger aangekondigd voornemens te zijn om insluiten in de eigen kamer tijdens de nacht binnen de gesloten jeugdhulp onder strikte voorwaarden toe te staan. Op dit moment is de wetswijziging in de voorbereidende fase waarbij verschillende opties worden verkend. In de afgelopen maanden hebben we gesproken met aanbieders, professionals en natuurlijk jongeren zelf, in lijn met de werkwijze van de Kinderrechtentoets. Daarin worden de aanleiding van de wijziging, het doel, knelpunten en oplossingen daarvoor besproken. Ook voeren we het gesprek over de afweging van de verschillende belangen die spelen. In dit traject wordt gesproken met ervaringsdeskundigen en cliënten zelf, via vertegenwoordigers van ExpEx en het Jeugdwelzijnsberaad. In de komende periode zal verdiepend met deze partijen gesproken worden. Hierbij doorloop ik de vier stappen van de Kinderrechtentoets.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Bakker-Klein (CDA), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Kaljouw (VVD), Kemperman (FVD), Van Knapen (BBB), Koffeman (PvdD), Moonen (D66), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Jeugdzorg wordt in deze brief gebruikt als verzamelterm voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Bakker-Klein (CDA), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Kaljouw (VVD), Kemperman (FVD), Van Knapen (BBB), Koffeman (PvdD), Moonen (D66), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Jeugdzorg wordt in deze brief gebruikt als verzamelterm voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36546-M.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.