Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36530 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36530 nr. B |
Vastgesteld 3 maart 2026
Inleiding
De leden van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel strekkende tot aanpassing van de ondersteuningsstructuur voor het onderwijs aan zieke leerlingen en studenten zodat deze toekomstbestendig is en voor elke school of mbo-instelling beschikbaar is, ongeacht waar de leerling of student verblijft.
De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66 en de PVV hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen en opmerkingen. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en D66 sluiten zich aan bij elkaars vragen en opmerkingen. De leden van de fracties van de ChristenUnie en Volt sluiten zich aan bij de vragen van de fracties van zowel GroenLinks-PvdA als D66.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel, meer in het bijzonder de leden 5 en 6 van Artikel 7.1.4.2 De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA steunen de daarin genoemde uitbreiding van de toepassing van de wet naar ziekte door psychische klachten, maar hebben hierover nog enkele vragen.
De nieuwe wet biedt de mogelijkheid dat in de toekomst bij algemene maatregel van bestuur ook studenten met psychische klachten onder de wet vallen. Op welke manier, op grond van welke criteria en op wiens autoriteit wordt dit bepaald? Op welke wijze wordt er over deze uitbreiding gecommuniceerd? Kan de regering aangeven wat dit voor de uitvoering van de wet gaat betekenen? Kan de regering hiervoor verschillende scenario’s schetsen?
Hoe gaan de landelijke stichting en de betrokken organisaties zich voorbereiden op deze uitbreiding van hun taak? Op welke manier gaan zij expertise opbouwen en betrekken? Heeft de regering een inschatting gemaakt van de menskracht die dit gaat vragen?
Wat betekent deze uitbreiding in de toekomst voor het budget van de landelijke stichting die dit voor haar rekening moet nemen? Zijn hiervoor verschillende scenario’s doorgerekend?
Daarnaast hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA nog enkele andere vragen.
De nieuwe wet kent een uitbreiding van de reikwijdte, en beoogt flexibiliteit. Kan de regering inzichtelijk maken welke scenario’s zijn doorgerekend om te beoordelen of het beschikbare budget van € 10,4 miljoen per jaar toereikend is voor deze duurzame flexibiliteit, ook op de middellange termijn?
Welke waarborgen heeft de regering dat de afbakening met, en de overgang naar passend onderwijs voldoende duidelijk en helder omschreven is, zoals één van de zorgen van de Inspectie van het Onderwijs luidt?3
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben vernomen dat er in de samenleving zorgen leven over behoud van kennis, expertise van huidige onderwijsconsulenten, met name degenen met een dubbelfunctie, en van de netwerken van laagdrempelige multidisciplinaire samenwerking. Hoe worden deze functies en deze vorm van samenwerking structureel geborgd in de nieuwe uitvoeringsstructuur?
De leden van deze fractie vragen zich af of de centralisering van de verantwoordelijkheid mogelijk als onvoorzien en onbedoeld bijeffect zou kunnen hebben dat goed functionerende regionale netwerken door de nieuwe wet niet meer in positie zijn om laagdrempelig en toegankelijk maatwerk te bieden aan zieke kinderen. Welke instrumenten heeft de regering ter beschikking om goed functionerende netwerkstructuren en regionale initiatieven en expertise te waarborgen onder de nieuwe wet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66
De leden van de fractie van D66 stellen zich op het standpunt dat alle kinderen, ziek en gezond, moeten kunnen leren op een manier die bij hen past. Het belang van zieke leerlingen staat voor de leden van de fractie van D66 voorop bij de voorgestelde structuurwijziging. Zij hebben daarom nog enkele vragen.
De leden van de fractie van D66 merken op dat dit wetsvoorstel een lange aanloop kent: al in 2016 is er onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van de systematiek en sindsdien is de wijziging, in overleg met betrokken partijen, vormgegeven. De systematiek van de nieuwe stichting moet ingaan op 1 januari 2027. Welke stappen worden er op welke momenten gezet door de regering en de op te richten stichting, in aanloop naar 1 januari 2027 en in de transitieperiode daarna? In de schriftelijke behandeling in de Tweede Kamer schrijft de regering een aantal keer over een «kwartiermaker», tevens beoogd directeur-bestuurder van de stichting.4 Wat is de rol van deze kwartiermaker in de overgang naar de nieuwe systematiek?
Er zijn tijdens de behandeling in de Tweede Kamer veel zorgen geuit over de regionale inbedding van een landelijke stichting. Met de eerste nota van wijziging kreeg de stichting de wettelijke opdracht om een landelijk dekkende, regionale ondersteuningsstructuur aan te bieden.5 De invulling van die regionale ondersteuningsstructuur wordt overgelaten aan de stichting. Wordt het lokale maatwerk voor zieke leerlingen zo voldoende gewaarborgd, zo vragen de leden van D66. Hoe is het toezicht op de regionale inbedding en dekking geregeld? En hoe kunnen de regering en het parlement interveniëren als blijkt dat zieke leerlingen in bepaalde regio’s onvoldoende worden ondersteund? Hebben regering en parlement met deze structuurwijziging meer, minder, of dezelfde sturingsmogelijkheden als met de huidige structuur?
De doelgroep van de wet is een aantal keer uitgebreid: van leerlingen jonger dan 18 jaar, naar leerlingen en studenten zonder startkwalificatie jonger dan 23 jaar, naar leerlingen en studenten zonder startkwalificatie jonger dan 28 jaar, onder wie ook studenten van het Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (vavo). Daarnaast is er met het gewijzigd amendement van de leden Ceder en Westerveld6 een hardheidsclausule geïntroduceerd, opdat de stichting kan besluiten van de leeftijdsgrens af te wijken en oudere studenten te ondersteunen. De leden van de fractie van D66 zijn van mening dat zoveel mogelijk zieke leerlingen en studenten moeten worden ondersteund om zoveel mogelijk onderwijs te blijven volgen. De stichting moet wel voldoende mensen en middelen hebben om deze jongeren te ondersteunen. Kan de regering een berekening geven van het aantal fte’s en het geld dat er extra nodig is vanwege de uitbreiding van de doelgroep en de introductie van de hardheidsclausule? Blijkt uit deze berekening dat de begroting van € 10,4 miljoen nog steeds toereikend is?
Hoe worden studenten die ouder zijn dan 27 en/of in het bezit zijn van een startkwalificatie (zoals oudere mbo-studenten of hbo- of wo-studenten) ondersteund als ze ziek worden? Kan de regering reflecteren op het nut en de noodzaak van het onderscheid tussen studenten die wel en niet onder de wet vallen? Wat zijn de gevolgen, financieel en anderszins, van een uitbreiding van de doelgroep van onderhavige wet naar alle mbo-studenten, en wat zijn de gevolgen van een uitbreiding naar alle studenten?
De Tweede Kamer heeft een aantal amendementen aangenomen. De leden van de fractie van D66 hebben vragen over de uitvoerbaarheid en uitvoering van deze amendementen. Met het gewijzigd amendement van de leden Westerveld en Ceder7 is een delegatiegrondslag in de wet opgenomen, waardoor bij algemene maatregel van bestuur de definitie van zieke leerling/student kan worden verruimd met een nader te bepalen ziekte die zich uit in psychische klachten. De leden van D66 onderschrijven de noodzaak om ook aan jongeren met psychische ziekten onderwijsondersteuning te geven, zeker gezien de blijvende daling in mentale gezondheid van kinderen en jongeren sinds de coronapandemie.8 Zij begrijpen ook dat het tijd en geld kost om de expertise van consulenten uit te breiden. Wat gaan de regering en de stichting doen om de ondersteuning aan psychisch zieke leerlingen en studenten daadwerkelijk aan te bieden, en op welke termijn?
Het amendement van het lid Ergin9 legt de mogelijkheid om onderwijs op afstand te volgen vast in de wet. Dit amendement is na de behandeling in de Tweede Kamer ingediend en dus niet besproken tijdens het debat in de Tweede Kamer, en is daarna ontraden door de regering. Wat zijn de gevolgen van dit amendement?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV
De leden van de fractie van de PVV zijn van mening dat de bestaande regionale organisatiestructuur goed functioneert. Er bestaan korte lijntjes naar scholen, consulenten en zorginstanties zoals ziekenhuizen. Het wijzigen van deze regionale structuur naar een landelijke structuur is mogelijk risicovol voor de continuïteit van de ondersteuning van zieke leerlingen, aldus de leden van de PVV-fractie. Daarnaast hebben deze leden zorgen over aanzienlijke kostentoename van een dergelijke wijziging.
Kan de regering aangeven wat de meerwaarde is van deze wijziging en waarom deze landelijke centralisatie geen nadelige gevolgen heeft voor de efficiëntie, de toenemende bureaucratie en aanzienlijke extra kosten?
De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zien de beantwoording van de vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen de nota naar aanleiding van het verslag graag uiterlijk 31 maart 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rietkerk
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Artikel 7.1.4. lid 5. «In dit artikel wordt onder zieke student verstaan: student of vavo-student die door ziekte die zich uit in lichamelijke klachten tijdelijk niet of tijdelijk niet volledig in staat is deel te nemen aan het beroepsonderwijs of aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs».
Artikel 7.1.4. lid 6. «Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in dit artikel onder zieke student mede wordt verstaan: student of vavo-student die door een in deze algemene maatregel van bestuur te bepalen ziekte die zich uit in psychische klachten, tijdelijk niet of tijdelijk niet volledig in staat is deel te nemen aan het beroepsonderwijs of aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs».
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Artikel 7.1.4. lid 5. «In dit artikel wordt onder zieke student verstaan: student of vavo-student die door ziekte die zich uit in lichamelijke klachten tijdelijk niet of tijdelijk niet volledig in staat is deel te nemen aan het beroepsonderwijs of aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs».
Artikel 7.1.4. lid 6. «Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in dit artikel onder zieke student mede wordt verstaan: student of vavo-student die door een in deze algemene maatregel van bestuur te bepalen ziekte die zich uit in psychische klachten, tijdelijk niet of tijdelijk niet volledig in staat is deel te nemen aan het beroepsonderwijs of aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs».
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36530-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.