36 521 Jaarverslag van de Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman over 2023

D VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 mei 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de kabinetsreactie op de jaarverslagen 2023 Nationale ombudsman en Kinderombudsman. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 11 december 2025.

  • Een uitstelbericht van 14 januari 2026.

  • De antwoordbrief van 20 april 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 11 december 2025

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 19 november 2025 met uw reactie op de vragen over de kabinetsreactie op het Jaarverslag 2023 van de Nationale ombudsman en van de Kinderombudsman.2 De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben naar aanleiding van uw brief enkele vervolgvragen.

De voornoemde leden hebben met ongenoegen en teleurstelling kennisgenomen van de beantwoording op eerder gestelde schriftelijke vragen. Volgens deze leden zijn de signalen over de misstanden in de asielketen, onder andere vanuit de Nationale ombudsman en Kinderombudsman, herkenbaar en schiet het kabinet schromelijk te kort in het adequaat oplossen van deze knelpunten. Sterker nog, het kabinet maakt de problemen op onderdelen groter in plaats van kleiner, omdat de noodzakelijke randvoorwaarden niet op orde worden gemaakt. Zie daarover onder meer de recente oproep van de VNG: Kabinet moet nu asielbeleid op orde maken.3

In de beantwoording van de vragen van deze leden doet u het, met antwoorden als «Het Ministerie van Asiel en Migratie (AenM) en diverse (maatschappelijke) organisaties binnen en buiten de migratieketen werken dagelijks hard aan het verbeteren van de omstandigheden in de keten.», voorkomen alsof door het kabinet het maximale wordt gedaan om de misstanden op te lossen en doet u voorkomen dat er goed wordt samengewerkt met de medeoverheden en andere betrokken door te schrijven: «Het Ministerie van AenM en de organisaties in de asielketen werken dagelijks nauw samen op alle niveaus in de organisaties en zowel regionaal als landelijk. De wijze van samenwerken is geformaliseerd in de ketengovernance.».

Deze weergave doet volgens deze leden, en vele anderen, geen recht aan de feitelijke, vaak tegenstrijdige, rol die het kabinet speelt bij het oplossen van de problemen in de asielketen.

Ook ontbreekt in de beantwoording de gevraagde reflectie op het eigen handelen. Deze leden concluderen dat u geen reëel beeld geeft van de eigen rol van het kabinet bij het veroorzaken en oplossen van de knelpunten in de asielketen en verzoeken u daarom nogmaals tot een serieuze reflectie op de eigen rol. En alsnog een grondige beantwoording van de vragen van deze leden.

De leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 januari 2026

Hierbij deel ik u mede dat de aan mij gestelde nadere vragen van de leden van de fractie GroenLinks-PvdA over de kabinetsreactie op het jaarverslag 2023 van de Nationale ombudsman en de kinderombudsman (ingezonden op 11 december), met kenmerk 179224, niet binnen de termijn van vier weken kunnen worden beantwoord.

Vanwege het recente kerstreces is meer tijd nodig voor de beantwoording van de vragen. Uw kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 april 2026

Hierbij bied ik, mede namens de Minister voor Asiel en Migratie, het antwoord aan op de vervolgvragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA over de kabinetsreactie jaarverslagen 2023 Nationale ombudsman en Kinderombudsman.

De vragen werden ingezonden op 11 december 2025 met kenmerk 179224.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

Vraag 1

De voornoemde leden hebben met ongenoegen en teleurstelling kennisgenomen van de beantwoording op eerder gestelde schriftelijke vragen. Volgens deze leden zijn de signalen over de misstanden in de asielketen, onder andere vanuit de Nationale ombudsman en Kinderombudsman, herkenbaar en schiet het kabinet schromelijk te kort in het adequaat oplossen van deze knelpunten. Sterker nog, het kabinet maakt de problemen op onderdelen groter in plaats van kleiner, omdat de noodzakelijke randvoorwaarden niet op orde worden gemaakt. Zie daarover onder meer de recente oproep van de VNG: Kabinet moet nu asielbeleid op orde maken4.

In de beantwoording van de vragen van deze leden doet u het, met antwoorden als «Het Ministerie van Asiel en Migratie (AenM) en diverse (maatschappelijke) organisaties binnen en buiten de migratieketen werken dagelijks hard aan het verbeteren van de omstandigheden in de keten.», voorkomen alsof door het kabinet het maximale wordt gedaan om de misstanden op te lossen en doet u voorkomen dat er goed wordt samengewerkt met de medeoverheden en andere betrokken door te schrijven: «Het Ministerie van AenM en de organisaties in de asielketen werken dagelijks nauw samen op alle niveaus in de organisaties en zowel regionaal als landelijk. De wijze van samenwerken is geformaliseerd in de ketengovernance.».

Deze weergave doet volgens deze leden, en vele anderen, geen recht aan de feitelijke, vaak tegenstrijdige, rol die het kabinet speelt bij het oplossen van de problemen in de asielketen.

Ook ontbreekt in de beantwoording de gevraagde reflectie op het eigen handelen. Deze leden concluderen dat u geen reëel beeld geeft van de eigen rol van het kabinet bij het veroorzaken en oplossen van de knelpunten in de asielketen en verzoeken u daarom nogmaals tot een serieuze reflectie op de eigen rol. En alsnog een grondige beantwoording van de vragen van deze leden.

Antwoord 1

Met deze brief reageer ik op de vervolgvragen die u stelt na de beantwoording van uw eerdere vragen over de reactie van het vorige kabinet op de jaarverslagen van de (kinder)ombudsman. Dit kabinet heeft nadrukkelijk oog voor fatsoenlijke opvang, uitvoerbaarheid van de asielketen en een werkbare samenwerking met medeoverheden. In de afspraken uit het coalitieakkoord waaraan dit kabinet uitvoering geeft is daarom gekozen voor een aantal maatregelen dat direct moet bijdragen aan de door de leden opgeworpen vragen.

Eerst zal ik de inzet van het huidige kabinet om de grote knelpunten in de migratieketen het hoofd te bieden uiteen zetten. Vervolgens zal ik ingaan op de geziene rol van dit kabinet in de samenwerking met de migratieketen en medeoverheden.

Het kabinet zet zich in voor een rechtvaardig migratiebeleid met als doel onder andere het verkrijgen van grip op de instroom. Die inzet moet, zoals ook in het coalitieakkoord is verwoord, hand in hand gaan met fatsoenlijke opvang en een uitvoerbare asielketen. Het kabinet ziet hier een belangrijke rol voor Europese samenwerking, omdat migratiestromen zich niet beperken tot nationale grenzen en een effectieve aanpak vraagt om gezamenlijke afspraken. Het Europees migratiepact zal daarin een eerste stap zijn, daar het bijdraagt aan meer gemeenschappelijke regels en een beter gecoördineerde aanpak. Op nationaal gebied worden de voorstellen voor de wet invoering tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet die uw kamer momenteel in behandeling heeft bij instemming onverkort uitgevoerd.

De opvattingen over hoe vorm dient te worden gegeven aan het Nederlandse migratiebeleid zijn talrijk en lijken soms ver uit elkaar te liggen. In die context tracht het kabinet te luisteren en de uiteenlopende inzichten mee te nemen in zijn besluitvorming. Het kabinet hecht waarde aan een goede relatie met medeoverheden en aan de gesprekken in de Landelijke Regietafel Migratie & Integratie (LRT), het formele gremium waar binnen de samenwerking tussen kabinet, migratieketen en medeoverheden wordt bestendigd. Het delen van relevante signalen is hier een belangrijk doel van. Uiteraard staat het kabinet evenzeer open voor evaluaties over de effectiviteit van deze structuren en zijn beleid.

Ondanks de inzet van de betrokken partners blijft de druk op het opvanglandschap voorlopig hoog. Deze aanhoudende druk en het invoeren van maatregelen om deze te beperken vragen grote ingrepen. Het kabinet is zich ervan bewust dat deze een beroep doen op de flexibiliteit van zowel de ketenpartners als medeoverheden. Het kabinet is ontvankelijk voor signalen over waar bijsturing nodig is. Zo blijft mede op verzoek van de gemeenten en uitvoeringsorganisaties de spreidingswet voorlopig in stand. Het COA zal door de keuzes van dit kabinet structureel gefinancierd worden voor het aanhouden van een stabiele voorraad. Het vorige kabinet maakte al extra gelden vrij voor de IND en rechtspraak ter bevordering van de uitvoerbaarheid van de in deze brief genoemde wetsvoorstellen.

Kortom, het kabinet is zich ervan bewust dat het doorvoeren van een pakket aan structurele maatregelen om grip te krijgen op migratie de uitvoering noopt tot flexibiliteit. Voor signalen waar dit de grenzen van het mogelijke raakt staat het kabinet open. Ook voor signalen waar de aanpak te kort schiet. Voor het communiceren daarvan kan gebruik worden gemaakt van de genoemde gremia, waar het kabinet integraal onderdeel van is.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 36 521, C.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 36 521, C.

Naar boven