36 422 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 tot aanpassing van de regeling voor de fiscale beleggingsinstelling (Wet aanpassing fiscale beleggingsinstelling)

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 18 oktober 2023

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I, onderdeel 1, wordt als volgt gewijzigd:

a. In subonderdeel b wordt «de artikelen 2:66, derde lid, of 2:69c, derde lid,» vervangen door «of 2:69c, derde lid» en wordt «artikel 2:69b, derde lid,» vervangen door «of 2:69b, derde lid».

b. In subonderdeel c wordt «de artikelen 2:66, derde lid, of 2:69c, derde lid,» vervangen door «of 2:69c, derde lid» en wordt «artikel 2:69b, derde lid,» vervangen door «of 2:69b, derde lid».

Toelichting

I. Algemeen

Het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale beleggingsinstelling introduceert de zogenoemde vastgoedmaatregel. Als gevolg van de vastgoedmaatregel is het vanaf 1 januari 2025 voor een fiscale beleggingsinstelling (fbi) niet langer mogelijk om direct in Nederlands vastgoed te beleggen. Het kabinet heeft van de gelegenheid gebruikgemaakt om in het wetsvoorstel ook enkele redactionele wijzigingen in het fbi-regime op te nemen. Per abuis wordt bij zo’n redactionele wijziging een te groot deel van de bestaande wettekst vervangen, hetgeen in deze nota van wijziging wordt hersteld.

Budgettaire effecten

De in deze nota van wijziging voorgestelde aanpassing heeft geen budgettaire gevolgen.

Doenvermogen

De in deze nota van wijziging voorgestelde aanpassing heeft geen gevolgen voor het doenvermogen.

Uitvoeringsgevolgen

De nota van wijziging is beoordeeld met de uitvoeringstoets. De dienaangaande eerder vastgestelde uitvoeringstoets is onverkort van kracht.

Gevolgen voor burgers en bedrijven

De in deze nota van wijziging voorgestelde aanpassing heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten van burgers en bedrijven.

II. Onderdeelsgewijs

Artikel I, onderdeel 1 (artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969)

Het fbi-regime is opgenomen in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969). Artikel 28, tweede lid, onderdeel d (nieuw), Wet Vpb 1969 bevat de aandeelhouderseisen voor een beursgenoteerde fbi dan wel een fbi die een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (Wft) is. Artikel 28, tweede lid, onderdeel e (nieuw), Wet Vpb 1969 bevat de aandeelhouderseisen voor een niet-beursgenoteerde fbi dan wel een fbi die geen beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in artikel 1:1 Wft is.

De verwijzing naar artikel 2:69c, derde lid, Wft in artikel 28, tweede lid, onderdelen d (nieuw) en e (nieuw), Wet Vpb 1969 is foutief en wordt in het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale beleggingsinstelling vervangen door de juiste verwijzing naar artikel 2:69b, derde lid, Wft. De verwijzing naar artikel 2:66, derde lid, Wft in de huidige wettekst is wel juist en dient derhalve niet, zoals in het wetsvoorstel abusievelijk is gebeurd, te worden verwijderd. Door de verwijzing naar artikel 2:66, derde lid, Wft te verwijderen, zou voor de aandeelhoudereisen een verschil ontstaan voor fbi’s die al dan niet beleggingsinstellingen zijn (waar de artikelen 2:65 en 2:66, derde lid, Wft naar verwijzen) ten opzichte van fbi’s die icbe’s zijn (waar de artikelen 2:69b en artikel 2:69c, derde lid, Wft naar verwijzen). Deze nota van wijziging herstelt de te vervangen tekst in die zin dat de huidige verwijzingen naar artikel 2:66, derde lid, Wft in artikel 28, tweede lid, onderdelen d (nieuw) en e (nieuw), Wet Vpb 1969 blijven staan.

De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij

Naar boven