36 410 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2024

E VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 27 januari 2026

De vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Asiel en Migratie over de uitvoering van toezegging T03505 over rapportage belemmeringen statushouders om te werken. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 6 maart 2024.

  • Een rappelbrief van 15 oktober 2025.

  • De antwoordbrief van 23 januari 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 6 maart 2024

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad van de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 14 december 20232, waarin de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens u en de Minister voor Rechtsbescherming, heeft gereageerd op het gebruikelijke halfjaarlijkse toezeggingenrappel van de Kamer. Naar aanleiding hiervan leggen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA de regering met betrekking tot de uitvoering van toezegging T035053 de volgende vraag voor. De leden van de fractie van Volt sluiten zich bij de gestelde vraag aan.

T03505 behelst een toezegging van de Minister-President aan de Kamer d.d. 18 november 2022, naar aanleiding van een vraag van het lid Mei Li Vos (PvdA) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Toegezegd is dat in het eerste kwartaal van 2023 een rapportage volgt over de voortgang van het wegnemen van belemmeringen voor statushouders om te kunnen werken n.a.v. adviezen van de ACVZ.

De reactie op het toezeggingenrappel meldt: «In november 2021 is de kabinetsreactie op het rapport «Van asielzoeker naar zorgverlener» naar de Tweede Kamer gezonden. Gezien de demissionaire status van het kabinet, de controversieel verklaarde onderwerpen die aan deze thematiek raken, de uitspraak van de Raad van State over de 24-weken-eis die op dit moment wordt afgewacht en de aankomende verkiezingen, wordt de richting van het nieuwe kabinet afgewacht.»

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA merken op dat in bedoelde toezegging melding wordt gemaakt van een rapportage die in het eerste kwartaal van 2023 zou worden gepubliceerd over de voortgang van het verwijderen van belemmeringen voor statushouders om aan het werk te gaan. Is deze rapportage inmiddels verschenen? En zo ja, is de regering bereid om deze rapportage met de Kamer te delen?

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en zij verzoeken u deze binnen vier weken na dagtekening van deze brief te mogen ontvangen.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, A.W.J.A. van Hattem

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Minister voor Asiel en Migratie

Den Haag, 15 oktober 2025

Bij brief van 6 maart 2024 (kenmerk: 173906.25U) heeft de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad aan de toenmalige Staatssecretaris van Justitie & Veiligheid een vraag voorgelegd over de uitvoering van toezegging T03505.4 De commissie heeft geconstateerd dat de brief van 6 maart 2024 nog altijd niet beantwoord is. Zij verzoekt u vriendelijk maar dringend dit zo spoedig mogelijk alsnog te doen.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-raad, A.W.J.A. van Hattem

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 januari 2026

In uw brief van 6 maart 2024 vraagt u naar een rapportage over de voortgang van het wegnemen van belemmeringen voor statushouders om aan het werk te gaan naar aanleiding van het rapport «Van asielzoeker naar zorgverlener» van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ)5, verschenen in mei 2021. De beleidsreactie6 op dit rapport is op 22 november 2021 naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Sinds het verschijnen van dit rapport is er door het huidige en het voorgaande kabinet veel in gang gezet om de toegang tot de arbeidsmarkt voor statushouders en asielzoekers te verbeteren. In deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris Participatie en Integratie, over de voortgang hiervan.

Op 4 juli 2025 is ook de voortgang van de Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving door de Staatssecretaris van Participatie en Integratie naar de Tweede Kamer verzonden. Deze Actieagenda bestaat uit twee pijlers. De tweede pijler «Nieuwkomers aan het werk» bevat maatregelen en acties om de arbeidsmarktposities van nieuwkomers (asielzoekers en statushouders) duurzaam te verbeteren. Deze maatregelen en acties worden hierbij nader toegelicht.

Asielzoekers aan het werk

Snelle start op de arbeidsmarkt

Een snelle start op de arbeidsmarkt begint in het asielzoekerscentrum. Het kabinet wil daarom asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen, stimuleren om aan het werk te gaan. Steeds meer asielzoekers doen dit al. In het afgelopen jaar is het aantal verleende tewerkstellingsvergunningen aan de werkgevers van deze groep flink toegenomen. De Staatssecretaris onderzoekt hoe we asielzoekers het meest effectief kunnen ondersteunen bij deelname aan de arbeidsmarkt. De ondersteuning moet eigen initiatief van asielzoekers stimuleren en de samenwerking met regionale werkgevers bevorderen als ook de samenwerking met private partijen. De komende tijd wordt dit verder uitgewerkt.

Wegnemen van belemmeringen voor asielzoekers om te werken

Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de 24-weken-eis7 is er sprake van een sterke toename van het aantal verleende tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers. UWV past de 24-weken-eis sinds deze uitspraak niet langer meer toe bij de beoordeling van aanvragen voor een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van asielzoekers. In 2022 werden er ca. 600 tewerkstellingsvergunningen verleend aan werkgevers t.b.v. asielzoekers. In 2023 betroffen dit ca. 2000 vergunningen. In 2024 waren dit 9.493 vergunningen, terwijl in het eerste halfjaar van 2025 er al 9.563 vergunningen zijn afgegeven. UWV heeft recent een online dashboard gepubliceerd, waarin inzichtelijk is gemaakt hoeveel tewerkstellingsvergunning voor asielzoekers worden afgegeven en in welke sectoren8. Het demissionair kabinet zet zich ervoor in om asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen te stimuleren om aan het werk te gaan en belemmeringen daartoe weg te nemen. Zo is bijvoorbeeld aan UWV verzocht om aanvragen van werkgevers voor tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers met voorrang te behandelen en binnen een streeftermijn van twee weken op de aanvragen te beslissen, in plaats van de reguliere termijn van vijf weken.

Daarnaast is op 3 november jl. de internetconsultatie gestart voor een aanpassing van de lagere regelgeving over de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers. De aanleiding hiervoor is de implementatie van de herziene Opvangrichtlijn als onderdeel van het Europese Asiel- en migratiepact. In deze richtlijn zijn regels opgenomen over de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers.

Statushouders aan het werk

Startbanen

De arbeidsdeelname van statushouders is laag. Ze zijn relatief vaak afhankelijk van de bijstand, vooral in de eerste jaren nadat ze een status hebben gekregen. Een belangrijke reden hiervoor is dat statushouders ook moeten inburgeren.

Het kabinet wil zorgen dat zoveel mogelijk statushouders aan de slag kunnen in een zogenaamde startbaan. Een startbaan houdt in dat een statushouder na vestiging in een gemeente direct bij aanvraag een baan krijgt aangeboden. Met een startbaan kunnen statushouders werk en inburgering combineren.

We werken daarom – op termijn – aan de landelijke uitrol van startbanen. Om goed inzicht te krijgen in de beste manier om dit aan te pakken, werkt het Ministerie van SZW samen met gemeenten in verschillende pilots om te onderzoeken wat werkt als statushouders bij vestiging in een gemeente meteen een betaalde baan aangeboden krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan pilots gericht op het beter benutten van de mogelijkheden in het wetsvoorstel Participatiewet In Balans om langer bijverdienen (15% boven op de uitkering) mogelijk te maken. Ook gaat het om het variëren van de verhouding tussen taallessen en werk (o.a. flexibel taalonderwijs, een ingroeimodel of een andere volgorde van taal en werk), taalles op de werkvloer en betere afspraken met vooral mkb werkgevers over het combineren van werk en taal. De resultaten worden meegenomen in een plan van aanpak voor een landelijke uitrol van startbanen en de komende evaluatie van de wet inburgering.

Vrouwelijke statushouders aan het werk

Vrouwelijke statushouders moeten beter geholpen worden om aan het werk te komen. Zij moeten vooral geholpen worden om hun werkidentiteit te ontwikkelen. Ook weten we uit ervaring dat het voor vrouwen beter werkt als ze in groepsverband activiteiten kunnen ontwikkelen bijvoorbeeld door werkbezoeken aan een werkgever of een snuffelstage.

Ondersteunen van werkgevers die statushouders in dienst nemen door middel van een subsidieregeling

Het duurzaam in dienst nemen van statushouders vraagt van werkgevers extra tijd en middelen, met name door taal- en cultuurverschillen. Ter ondersteuning is de subsidieregeling Ondersteuning werkgevers inzet statushouders beschikbaar. Daarnaast biedt de Handreiking begeleiding van statushouders op de werkvloer praktische handvatten aan werkgevers voor het opzetten van passende werktrajecten voor statushouders. Voor verdere doorontwikkeling worden middelen beschikbaar gesteld aan werkgeversorganisaties om intervisiebijeenkomsten te organiseren met werkgevers die ervaring hebben met het in dienst nemen van statushouders.

Investeren in de slagkracht van de IND

Bij asiel- en nareisaanvragen kampt de IND al jaren met oplopende voorraden. Onbeperkt in omvang groeien om voorraden terug te dringen en binnen de beslistermijnen te beslissen is onhoudbaar en biedt geen soelaas. Het is daarom van belang om te blijven investeren in de slagkracht bij de IND. Zo is een structurele financieringsvorm die ondersteunend is aan de meerjarige opdrachten aan de IND noodzakelijk voor stabiliteit in de organisatie en het aantrekken van personeel. Daarnaast moet de IND voldoende tijd gegund worden om ingrijpende veranderingen door te voeren uit het regeerprogramma en Migratiepact. Tot slot werkt de IND al een geruime tijd hard om in te lopen op de voorraad en zal dit de komende jaren ook blijven doen. Hiervoor heeft de IND een meerjarenaanpak die de komende jaren zal leiden tot een flinke productiviteitsstijging. Dat gebeurt langs drie lijnen: 1. Vermindering complexiteit, 2. Slimmer werken, en 3. (Beperkt) meer personeel aantrekken.

Wegwerken van achterstanden BRP-inschrijfvoorzieningen gemeenten

Om een bankrekening te kunnen openen en een inkomen te ontvangen heeft men een Burgerservicenummer (BSN) nodig. Asielzoekers die langer dan zes maanden in Nederland zijn en waarvan de identiteit is aangetoond dienen volgens de Wet BRP ingeschreven te worden in de Basisregistratie Personen (BRP). Na een inschrijving in de BRP ontvang je een BSN. Door de achterstanden was het niet gelukt om iedereen die na zes maanden verblijf in aanmerking komt voor een eerste inschrijving snel in te schrijven.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft samen met het Ministerie van Asiel en Migratie specifieke uitkeringen (SPUK) verstrekt aan de gemeenten Amsterdam en Gilze en Rijen om tussen november 2024 en medio 2025 een achterstand van 16.500 inschrijvingen in de BRP weg te werken. Dankzij deze grootschalige actie is de achterstand ingehaald. Op peilmoment 1 januari 2026 moesten nog ca. 3.480 personen een BSN ontvangen. Elk geval is individueel nagegaan en getoetst aan de voorwaarden. Bij de meeste gevallen zijn er redenen waarom inschrijving niet mogelijk is. Daarom wordt niet meer gesproken van een achterstand maar een werkvoorraad. Het niet tijdig hebben van een BSN vormt geen belemmering meer om te kunnen werken.

Asielmigranten die in de zorg willen werken

Identificeer en enthousiasmeer personen die in het land van herkomst werkzaam waren als zorgverlener

Het COA blijft zich inspannen om een goed beeld te krijgen van de achtergrond van asielstatushouders die in de asielopvang verblijven. Dit doet het COA via een screeningsgesprek. Tijdens dit gesprek inventariseert het COA onder meer de studieachtergrond, werkervaring en ambities van de statushouder. Het screeningsgesprek levert een algemeen sectoraal beeld op, dat niet is uitgesplitst naar specifieke beroepsgroepen binnen de zorg. Hiervoor is immers benodigd dat per individuele bewoner eerst een validatie van diploma’s plaatsvindt. Het screeningsgesprek vindt plaats voorafgaand aan de koppeling van een asielstatushouder aan een gemeente. Bij de koppeling van statushouders aan gemeenten in het kader van de huisvestingstaakstelling probeert het COA, in samenspraak met gemeenten, en zo goed mogelijk match te realiseren tussen statushouder en gemeenten. Hierbij wordt rekening gehouden met verschillende factoren, onder andere de kansen op werk. In het huidige opvanglandschap, waarin statushouders ook vaak moeten verhuizen, is het echter niet altijd mogelijk rekening te houden met alle factoren. Na koppeling wordt wel zo vroeg als uitgebreid mogelijk de informatieoverdracht opgestart naar de gemeente, om een doorgaande lijn in de begeleiding van de asielstatushouder te ondersteunen.

Ook heeft het Ministerie van VWS, zoals eerder toegelicht in de brieven aan de Tweede Kamer van 12 december 20239 en 1 maart 2024,10 diverse activiteiten ondernomen om buitenslands gediplomeerden te helpen bij de toelatingsprocedure van BIG-beroepen

De Minister voor Asiel en Migratie, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2023/24, 36 410 VI, A.

X Noot
3

Toezegging T03505 – Toezegging Rapportage over de voortgang van het wegnemen van belemmeringen statushouders om te werken n.a.v. adviezen ACVZ (36.200).

X Noot
4

T03505: De Minister-President zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Mei Li Vos (PvdA), toe dat in het eerste kwartaal van 2023 een rapportage volgt over de voortgang van het wegnemen van belemmeringen voor statushouders om te kunnen werken n.a.v. adviezen van de ACVZ [thans Adviesraad Migratie].

X Noot
7

Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4341

X Noot
9

Kamerstuk II 2023/2024, 29 282, nr. 551.

X Noot
10

Kamerstuk II 2023/2024, 29 282, nr. 560.


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2023/24, 36 410 VI, A.

X Noot
3

Toezegging T03505 – Toezegging Rapportage over de voortgang van het wegnemen van belemmeringen statushouders om te werken n.a.v. adviezen ACVZ (36.200).

X Noot
4

T03505: De Minister-President zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Mei Li Vos (PvdA), toe dat in het eerste kwartaal van 2023 een rapportage volgt over de voortgang van het wegnemen van belemmeringen voor statushouders om te kunnen werken n.a.v. adviezen van de ACVZ [thans Adviesraad Migratie].

X Noot
7

Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4341

X Noot
9

Kamerstuk II 2023/2024, 29 282, nr. 551.

X Noot
10

Kamerstuk II 2023/2024, 29 282, nr. 560.

Naar boven