Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 36410-L nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 36410-L nr. B |
Vastgesteld 28 november 2023
De bestudering van de begrotingsstaat Nationaal Groeifonds 2024 heeft de commissie aanleiding gegeven bij gelegenheid van het uitbrengen van dit verslag de volgende vragen en opmerkingen voor te leggen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de begrotingsstaat Nationaal Groeifonds 2024. Het instellen van fondsen is een steeds populairdere manier geworden om maatregelen te financieren. Met een fonds wordt geld meerjarig beschikbaar gesteld voor een bepaald doel. Onderzoek van de Rekenkamer laat zien dat er een risico is dat geld uit een fonds niet volgens de doelstelling van het fonds wordt besteed. Dat geldt in het bijzonder als de doelen niet voldoende scherp zijn geformuleerd of er vele doelen tegelijkertijd worden nagestreefd. De leden van de BBB-fractie hebben hierover een aantal vragen. De leden van de JA21-fractie sluiten zich bij deze vragen aan.
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de begrotingsstaat Nationaal Groeifonds 2024 en hebben hierover een aantal vragen.
De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering denkt dat het ondersteunen van een groep projecten bijdraagt aan de toekomstige Nederlandse duurzame economie.
Deze leden vragen ook hoe de potentiële bijdragen van het Nationaal Groeifonds op de langere termijn gewaarborgd worden. Met andere woorden; hoe doeltreffend en doelmatig is het Nationaal Groeifonds op de korte en langere termijn?
Hoe past het Nationaal Groeifonds in een bredere beleidsinzet om een toekomstige, duurzame economie te bewerkstelligen (zoals bijvoorbeeld het uitfaseren van niet-duurzame economische activiteiten)?
De voornoemde leden vragen ook hoe het Nationaal Groeifonds past in een beleid van brede welvaart, dat is gericht op welvaart in plaats van economische groei?
De leden van de BBB-fractie merken op dat het Nationaal Groeifonds in 2023 drie jaar bestond. De conclusies van de evaluatie zouden in het najaar van 2023 aangeboden worden aan het parlement. Wanneer kunnen de leden van de BBB-fractie deze verwachten?
Deze leden vragen ook of de regering een evaluatie heeft van de effectiviteit van het Nationaal Groeifonds tot op heden? Hierbij kan gedacht worden aan de werkgelegenheid die in de afgelopen jaren is ontstaan door het Nationaal Groeifonds en de betekenis van innovatie die door het Nationaal Groeifonds mogelijk is gemaakt.
De leden van de BBB-fractie vragen of de regering kan duiden hoe de governance van het Nationaal Groeifonds vormgegeven wordt. Deze leden doelen hier specifiek op de volgende governance-vragen:
Hoe vindt de evaluatie van het geheel en de separate (departementaal en Nationaal Groeifonds) aan middelen versus doelstellingen plaats, buiten opname in departementale begrotingen?
In welke mate en hoe wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere investeringen van departementale begrotingen en additionele investeringen vanuit het Nationaal Groeifonds?
Welke maatregelen zijn er getroffen om te voorkomen dat reguliere uitgaven direct of indirect ten laste van het Nationaal Groeifonds worden gebracht?
Welke governance is er over investeringen vanuit het Nationaal Groeifonds in investeringsfondsen op een lager niveau, zoals bijvoorbeeld Invest-NL en Invest International, maar ook regionale ontwikkelingsmaatschappijen?
Geeft het Ministerie (van Economische Zaken en Klimaat of Financiën) kaders mee voor de investeringsdoelstellingen en financiële en niet financiële doelmatigheidseisen?
Hoe verhouden de rendementseisen zich tot de risico's op de investeringen die gedaan worden vanuit het Nationaal Groeifonds?
Welke rol speelt de adviescommissie in de operationele governance van het Nationaal Groeifonds, en wie voedt die commissie inhoudelijk voor haar advies?
Ten slotte vragen de voornoemde leden hoe prioritaire afwegingen worden gemaakt door de commissie. Heeft de commissie een prioritair wegingskader van het kabinet gekregen?
De leden van de BBB-fractie constateren dat uit de praktijk blijkt dat MKB-bedrijven maar beperkt gebruik kunnen maken van middelen uit het Nationaal Groeifonds, onder andere door de minimumomvang van 30 miljoen euro. Herkent de regering deze belemmering? Heeft de regering informatie over de toegankelijkheid en het gebruik van de regeling door het MKB? Waarom is de ondergrens van 30 miljoen euro ingesteld?
In verband met de interpretatie van staatssteunregels schijnen aanvragen complex te zijn. Dat blijkt een drempel voor de aanvraag en toekenning van middelen. Heeft de regering dergelijke signalen ook ontvangen en welke initiatieven worden ondernomen om dergelijke administratieve processen te versimpelen, zo vragen deze leden.
De leden van de BBB-fractie vragen of er een integraal overzicht van initiatieven is welke gefinancierd worden vanuit het Nationaal Groeifonds. Deze leden vragen of de regering ook inzicht kan geven in het deel (percentage/waarde) van de eerder ingediende plannen, welke op dit moment al in de realisatiefase zijn.
Heeft de regering zicht op de beheerskosten die direct, maar ook indirect gemaakt worden ten laste van het Nationaal Groeifonds? Hierbij kan gedacht worden aan de bureaukosten van bijvoorbeeld regionale ontwikkelingsmaatschappijen en kosten van derden ter evaluatie van investeringsvoorstellen die direct of indirect door het groeifonds worden gefinancierd.
De voorgenoemde leden vragen in welke mate tot op heden, en in de voorliggende begroting, de land- en tuinbouw wordt ondersteund door het Groeifonds?
De leden van de PvdD-fractie vragen de regering of projecten die niet op technologische innovatie maar op sociale innovatie gericht zijn ook in aanmerking komen voor het Nationaal Groeifonds.
De leden van de BBB-fractie vragen of de regering kan toezeggen dat de adviezen (besluiten en monitoringsresultaten) beschikbaar worden gesteld voor de Kamer?
Deze leden vragen ook hoe de regering omgaat met de eventueel door de fondsen mogelijk gemaakte intellectual property rights, of anderszins vermarktbare voordelen welke gegenereerd worden uit projecten van het Nationaal Groeifonds.
De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering de «Theory of change» van het Nationaal Groeifonds kan toelichten?
De leden van de commissie hebben het streven uitgesproken de begrotingsstaat Nationaal Groeifonds 2024 plenair te behandelen op (18)19 december 2023. Met belangstelling zien zij de nota naar aanleiding van het verslag tegemoet, bij voorkeur uiterlijk vrijdag 8 december 2023 opdat de wijze van plenaire behandeling in de commissievergadering van 12 december 2023 aan de orde gesteld kan worden.
De voorzitter van de commissie voor Economische Zaken en Klimaat, Kluit
De griffier van de commissie voor Economische Zaken en Klimaat, Van Dooren
Samenstelling:
Kemperman (BBB), Van Langen (BBB) (ondervoorzitter), Panman (BBB), Crone (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Vos (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van de Sanden (VVD), Petersen (VVD), Bovens (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Faber-Van de Klashorst (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Apeldoorn (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36410-L-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.