36 404 Verslag van een werkbezoek van een delegatie uit de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan Bangladesh

Nr. 1 VERSLAG VAN EEN WERKBEZOEK VAN EEN DELEGATIE UIT DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING AAN BANGLADESH VAN 26 FEBRUARI T/M 3 MAART 2023

Vastgesteld 4 september 2023

Een delegatie uit de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft van zondag 26 februari t/m vrijdag 3 maart een werkbezoek gebracht aan Bangladesh. De delegatie bestond uit de leden Van Strien (delegatieleider, VVD), Hammelburg (D66), De Roon (PVV), Amhaouch (CDA) en Van der Graaf (ChristenUnie), alsmede de griffier van de commissie, Meijers.

Tijdens het bezoek aan Bangladesh is aandacht besteed aan veel van de beleidsdossiers die vallen onder Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waaronder landbouw en voedselzekerheid, water(management) en deltawerken, economische ontwikkeling en handel, Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, humanitaire hulp en opvang van vluchtelingen in de regio.

De delegatie dankt alle gesprekspartners en degenen die betrokken zijn geweest bij het organiseren van dit werkbezoek. In het bijzonder wil de delegatie haar waardering uitspreken voor de inzet van de Nederlandse ambassadeur in Dhaka en zijn medewerkers bij de voorbereiding van het programma en tijdens het werkbezoek. De hartelijke ontvangst en goede begeleiding van de delegatie hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het welslagen van het bezoek.

De delegatieleider, Van Strien

De griffier van de delegatie, Meijers

Algemeen

Nederland en Bangladesh hebben historisch een sterke band. Nederland was een van de landen die in een vroeg stadium na de onafhankelijkheid diplomatieke betrekkingen startte met Bangladesh. In 2022 werd 50 jaar diplomatieke betrekkingen tussen beide landen gevierd. De sterke band tussen Nederland en Bangladesh komt onder andere voort uit het feit dat het allebei delta landen zijn met veel water.

Economisch gaat het goed met Bangladesh. Het land heeft in de afgelopen 50 jaar een indrukwekkende transitie doorgemaakt. Het land kent een sterke middenklasse en heeft zich ontwikkeld van donor darling naar stabiele economie. Dit neemt niet weg dat de uitdagingen op het gebied van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s) nog steeds groot zijn. De basis maakt vorderingen, bijvoorbeeld op het gebied van armoede en honger, maar op andere doelen is nog veel voortgang te boeken.

Om economisch verder te kunnen ontwikkelen, moet de economie diversifiëren. De grootste bronnen van buitenlandse inkomsten zijn op dit moment textiel en remittances van Bengalen in het buitenland. De export van Bangladesh bestaat voor 80% uit textielproducten. Het één na grootste exportproduct is lederwaren, 3% van de export. Landbouw beslaat 42% van de economie en 70% van de werkgelegenheid. Bangladesh kent een grote informele economie en relatief zwakke economische instellingen, waardoor het land bijvoorbeeld veel belastinginkomsten misloopt.

Naast economische diversificatie, is de staat van de infrastructuur in Bangladesh een belangrijk obstakel voor verdere economische ontwikkeling. Om de infrastructuur verder te ontwikkelen, zijn buitenlandse investeringen hard nodig. Hier liggen kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven, gezien diens expertise op het gebied van water en watermanagement.

Nederlandse bedrijven werken ook nauw met Bangladesh samen op het gebied van landbouw. 95% van de aardappelzaden in Bangladesh komt uit Nederland. Ook wordt er samengewerkt in Impact Clusters, bestaande uit Nederlandse en Bengaalse bedrijven, op het gebied van aardappels, aquaculture, uien en pluimvee. De helft van de financiering voor deze clusters is afkomstig uit de private sector, aangevuld met middelen uit het Nederlandse ODA-budget.

De inzet van Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in Bangladesh focust zich vooral op water, private sector ontwikkeling en gender. Voorheen heeft Nederland ook inzet gepleegd op voedselzekerheid, onderwijs en Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR). De ontwikkelingssamenwerking specifiek voor Bangladesh zal volledig stoppen in 2030. Projecten vanuit centrale budgetten zoals Power of Voices of via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kunnen wel daarna nog doorlopen.

Zoals gezegd heeft Bangladesh de laatste jaren een indrukwekkende economische ontwikkeling doorgemaakt. Op dit moment kwalificeert het VN Ontwikkelingsprogramma (UN Development Program, UNDP) Bangladesh nog als Least Developed Country, maar de verwachting is dat het land in 2026 de transitie zal maken naar Middle Income Country. De Wereldbank ziet Bangladesh al als MIC sinds 2015. De transitie volgens de standaard van UNDP zal de wereld voor Bangladesh duurder maken dan dat hij op dit moment is. Dit komt doordat LDC’s aanspraak kunnen maken op bepaalde programma’s en regelingen waar MIC’s geen recht meer op hebben. Zo zal Bangladesh niet meer vallen onder de Everything but Arms-regeling van de Europese Unie, maar zou het aanspraak moeten kunnen maken op het meer beperkte General Scheme of Preferences + (GSP+).

Tegenover de indrukwekkende economische ontwikkeling van Bangladesh staan zorgen om mensenrechten en de staat van de democratie. Hierbij valt onder meer te denken aan krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld en een toename in corruptie. Dit heeft ook invloed op de verdere economische ontwikkeling van het land, omdat een goed functionerend maatschappelijk middenveld essentieel is voor innovatie en ontwikkeling.

Eind 2023 zijn er verkiezingen in Bangladesh. Er zijn twee grote partijen, de Awami League (AL) en het Bangladesh Nationalist Party (BNP) die sinds de onafhankelijkheid wisselend aan de macht zijn. Het is een erg gecentraliseerd land, waardoor de winnaar van de verkiezingen snel bijna alle macht in handen heeft. Het politieke klimaat verhard daarbij de laatste tijd, waarbij de regerende partij (op dit moment AL) er alles aan doet om aan de macht te blijven. In december 2022 hebben de parlementariërs van de BNP uit protest hun zetels opgegeven en het parlement verlaten.

Op dit moment kent Bangladesh ongeveer 170 miljoen inwoners. De geboortecijfers zijn de laatste jaren aan het dalen, en de verwachting is dat de bevolking zal stabiliseren rond de 200–220 miljoen inwoners. Het aandeel van de jeugd in de totale bevolking is relatief groot. Voor het land is het daarom van groot belang om het potentieel van de jeugd te kapitaliseren en kansen te creëren voor de volgende generaties, anders volgen een toename in armoede en maatschappelijke onrust.

Programma van het werkbezoek

Zondag 26 februari – Dhaka

  • Aankomst in Bangladesh

  • Briefing ambassade

  • Receptie met Nederlanders in Bangladesh

Maandag 27 februari – Dhaka

  • Bezoek Orange Corners Dhaka

  • Bezoek BGMEA

  • Bezoek textielfabriek

  • Diner met partners over politieke en economische ontwikkelingen

Dinsdag 28 februari – Jessore

  • Bezoek SaFaL-project

  • Bezoek garnalenfabriek

  • Bezoek Waste Management Facility

  • Bezoek water management project

Woensdag 1 maart – Cox’s Bazaar

  • Hele dag: bezoek vluchtelingenkamp, o.a. registratiecentrum, voedselvoorziening, jute productie centrum, Rohingya Cultural Memorial Centre en waste management.

Donderdag 2 maart – Dhaka

  • Ontbijtbijeenkomst Asian University for Women

  • Rondetafelgesprek vrouwen- en LHBTQI+-rechten

  • Gesprek met Minister van Landbouw

  • Bezoek parlement, gesprek met ondervoorzitter en leden commissie Buitenlandse Zaken

  • Afsluitende receptie met partners vanuit verschillende thema’s

Vrijdag 3 maart

  • Terugreis naar Nederland

Werkbezoek – dag tot dag

Zondag 25 februari – Dhaka

Op de eerste dag van het werkbezoek heeft de delegatie een uitgebreide briefing ontvangen van de ambassade over de politieke en economische situatie in Bangladesh, de relatie met Nederland en de recente ontwikkelingen in het land.

Aan het einde van de dag vond er een receptie plaats met een breed scala aan Nederlanders woonachtig en werkzaam in Bangladesh. Zo kreeg de delegatie een goede eerste indruk van het land en de verschillende dimensies die later in het werkbezoek aan de orde zouden komen.

Maandag 26 februari – Dhaka

Dag twee van het werkbezoek begon met en bezoek in het teken van het Orange Corners programma, aan de Impact Hub Dhaka. Hier heeft de delegatie gesproken met verschillende jonge sociale ondernemers, die vanuit het OC-programma ondersteund worden. Met hen heeft de delegatie van gedachten gewisseld over de verschillende uitdagingen waar jonge ondernemers tegenaanlopen in Bangladesh, zoals kansenongelijkheid, jeugdwerkeloosheid, toegang tot financiering voor nieuwe ondernemingen en beperkte samenwerking met de (lokale) overheid.

Daarnaast staat het land voor grote uitdagingen zoals klimaatverandering, waarvoor sociale ondernemingen een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing. Het Orange Corners programma heeft een looptijd van vijf jaar en is in 2023 van start gegaan in Bangladesh. Het focust zich op de eerste fase van startups, de incubatie periode, door middel van het verlenen van financiering tot 10.000 USD.

Vervolgens heeft de delegatie en bezoek gebracht aan de Bangladesh Garment Manufacturers and Exporters Association (BGMEA). BGMEA is een landelijke vereniging van kleding- en textielbedrijven, werkzaam in de zogenoemde ready made garment industrie, die exporteren naar westerse markten. De Bengaalse kledingindustrie is de één na grootste in de wereld, na China. Vier miljoen mensen zijn direct werkzaam in de sector, 10 miljoen indirect. Textiel beslaat zoals gezegd 80% van de totale export van het land, en 15% van het BNP. De EU is de grootste exportmarkt voor Bangladesh, gevold door de VS, China en het VK. Door het formaat van de sector is Bangladesh een aantrekkelijk productieland. Het is gemakkelijk om hier een groot volume te produceren en exporteren. Daarbij scoort Bangladesh, in vergelijking met buurlanden zoals Vietnam, beter op duurzaamheid en compliance.

Belangrijke stappen in de verbetering van de sector zijn gezet onder het Bangladesh Akkoord, na de ramp met de Rana Plaza fabriek in 2013. Met BGMEA is van gedachten gewisseld over hoe deze verbeteringen voortgang vinden, nu het Akkoord is afgelopen. Dit gebeurt onder andere via het RMG Sustainability Council, waarin volgens BGMEA betere betrokkenheid is vanuit de verschillende stakeholders, en minder opgelegd wordt door partners buiten Bangladesh. BGMEA werkt daarnaast samen met partijen als UNIDO voor programma’s in het kader van circulaire economie en UNICEF voor programma’s in het kader van werkende moeders.

Gesprekspartners benadrukten het belang van het betrekken van producenten, leveranciers en fabrieken in de dialoog op dit onderwerp en bij het opstellen van nieuwe (internationale) wet- en regelgeving. Zij willen graag verduurzamen, ook vanuit zakelijk perspectief voor de toekomst. Uniformiteit van regelgeving en een level playing field zijn voor hen van groot belang.

Modemerken zelf spelen in verduurzaming een erg belangrijke rol, aldus gesprekspartners. Zij stellen eisen aan fabrieken en leveranciers met wie zij werken. Aan de ene kant kunnen dat duurzaamheidseisen zijn, maar het zijn ook eisen op het gebied van kosten en prijzen. Aan duurzame productie zijn hogere kosten verbonden. Merken moeten wel bereid zijn die te betalen. Transparantie speelt hierin een belangrijke rol. Vraag aan merken om openbaar te maken met welke fabrieken en toeleveranciers zij werken. Bedrijven verbonden aan BGMEA zijn daartoe in staat.

Tot slot vroegen gesprekspartners aandacht voor de transitie van Bangladesh naar MIC en het vervallen van de toegang tot de EBA-regeling van de EU. Zij vragen een overgangsperiode van 6 jaar in plaats van 3 jaar (dus 2029 i.p.v. 2026), gezien de bijzondere omstandigheden van de nasleep van COVID en de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne.

Aansluitend heeft de delegatie een textielfabriek bezocht van Hop Lun Apparel Ltd., die samenwerkt met STITCH, het Sustainable Textile Initiative: Together for Change. STITCH is een samenwerkingsverband van zes organisaties, waaronder CNV, FNV en Fair Wear, die zich inzet voor verbetering van werk- en leefomstandigheden van arbeiders in de kleding- en textielindustrie. Hop Lun is de grootste producent van bh’s ter wereld, met twaalf fabrieken en 30.000 werknemers wereldwijd. Zij zetten zich in voor duurzaamheid en eerlijke werkomstandigheden. Het grootste deel van de werknemers van Hop Lun (83%) zijn vrouw. In 2022 heeft UN Women Hop Lun aangemerkt als de top 3 voor het bieden van een veilige en gender inclusieve werkomgeving.

Met vertegenwoordigers van zowel Hop Lun als STITCH heeft de delegatie gesproken over het werk dat zij doen in Bangladesh en in de bezochte fabriek. Thema’s die daarbij aan de orde kwamen waren leefbaar loon, gender inclusiviteit, en het belang van vakbewegingen en de vrijheid van vereniging. Gesprekspartners benadrukten het belang van lokale en internationale wetgeving. Merken en consumenten zullen uiteindelijk vaak zwichten voor de laagste prijs. Sinds corona zijn de kosten van productie gestegen, maar de prijzen die merken betalen niet. Deze zijn al ongeveer 10 à 15 jaar stabiel, terwijl de prijzen die de consument in de winkel betaalt wel stijgen. Dit wordt onvoldoende doorberekend. Consumenten spelen hierbij ook een rol, zij kunnen bedrijven dwingen te verduurzamen via hun koopgedrag.

Bij het bezoek aan de fabriek heeft de delegatie ook gesproken met werknemers over hun persoonlijke ervaringen. Zij benadrukten het belang van de vakbeweging en goede vertegenwoordiging. Op dat gebied is in Bangladesh nog een lange weg te gaan.

De dag werd afgesloten met een diner met een aantal partners vanuit de VN, de wetenschap, de financiële sector en het maatschappelijk middenveld over de politieke en economische ontwikkelingen in Bangladesh.

Dinsdag 27 februari – Jessore

Op dag drie van het werkbezoek is de delegatie afgereisd naar het Jessore district, in het zuidwesten van het land. Hier heeft de delegatie een aantal projecten bezocht rondom water, voedselzekerheid en afvalverwerking.

Water vormt de kern van de samenwerking tussen Nederland en Bangladesh, beide delta landen. Hierbij gaat het om meer klassieke ontwikkelingssamenwerkingsprojecten, maar ook om samenwerking met het bedrijfsleven en kennisuitwisseling. Er studeren redelijk veel Bengaalse studenten aan Nederlandse universiteiten.

Bangladesh heeft met name op het gebied van waterveiligheid de laatste jaren grote stappen gezet. Het land wordt ieder jaar geteisterd door cyclonen en bijbehorende overstromingen, maar deze leiden nog maar tot erg lage aantallen slachtoffers. De toegang tot schoon drinkwater en sanitatie is daarentegen nog wel een grote uitdaging. Nederland zet zich in om de nog beschikbare ODA-middelen tot 2030 daarvoor zo optimaal mogelijk in te zetten. Hierbij ligt de nadruk op het consolideren van de geboekte resultaten van de afgelopen decennia. Er worden geen grote nieuwe projecten meer gestart. Men werkt aan een succesvolle overdracht van projecten naar lokale partijen en ondernemers.

De dag begon met een bezoek aan een project in samenwerking met Solidaridad, Sustainable agriculture, Food security, and Linkages (SaFaL), waarbij gewerkt wordt aan duurzame productie van groenten en fruit (Bangladesh is de 3e producent van groenten en de 8e producent van mango’s wereldwijd). In Jessore is gewerkt aan het verduurzamen van de watertoevoer en het grondwatergebruik, waardoor de oogsten veel stabieler zijn. Ook kan door het gebruik van veilig en schoon water het gebruik van kunstmest en pesticiden verminderd worden. In het project wordt samengewerkt met meer dan 800 boeren, die naast het verbeterde watermanagement ook geholpen worden met zaken als diversificatie van de productie. De delegatie heeft gesproken met vertegenwoordigers van hen over hun persoonlijke ervaringen.

Aansluitend heeft de delegatie een bezoek gebracht aan een verwerkingslocatie van M.U. Sea Foods Ltd., een van de grootste garnalenproducenten en -exporteurs van Bangladesh. Van hun totale export gaat zo’n 20% naar Nederland. Ook dit bedrijf werkt samen met Solidaridad in het verduurzamen van hun productie en het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Met gesprekspartners is van gedachten gewisseld over zaken als duurzaamheid, hygiëne, en arbeidsomstandigheden en kinderarbeid. Het overgrote deel van de landbouw in Bangladesh is nog altijd traditionele, kleinschalige landbouw. Een bedrijf als M.U. Sea Food probeert met hulp van Solidaridad samen te werken met kleine boeren om ook hun productie te verduurzamen en de omstandigheden daar te verbeteren.

Vervolgens heeft de delegatie een bezoek gebracht aan een afvalverwerkingsstation voor sanitair afval, een project van de Nederlandse ngo SNV. Dit project is een goed voorbeeld van publiek-private samenwerking. De klanten betalen voor het ophalen van het afval bij hen thuis, meewerkende bedrijven verdienen aan het verwerken van het afval en de lokale overheid stelt subsidie beschikbaar voor de verwerkingsfaciliteit. Dit project valt onder de Nederlandse inzet op WASH (water, sanitatie en hygiëne).

De dag werd afgesloten met een bezoek aan een watermanagement project, waar de delegatie heeft gesproken met medewerkers van de Bangladesh Water Development Board. Dit project is gericht op weerbaarheid tegen extreme weersomstandigheden, ontzilting en het garanderen van een stabiele toegang tot schoon water voor lokale boeren en omwonenden. Ook hier heeft de delegatie kunnen spreken met lokale boeren en bewoners die profiteren van dit project, over hun ervaringen.

Woensdag 1 maart – Cox’s Bazaar

Op de vierde dag van het werkbezoek is de delegatie afgereisd naar Cox’s Bazaar, waar het grootste deel van de Rohingya vluchtelingen uit Myanmar in Bangladesh worden opgevangen in een verzameling van vluchtelingenkampen. De delegatie heeft gedurende de dag verschillende onderdelen van de kampen en projecten binnen de kampen bezocht, en daarbij gesproken met vertegenwoordigers van de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR), de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en het Wereldvoedselprogramma (WFP). Ook heeft de delegatie op verschillende plekken gesproken met Rohingya vluchtelingen woonachtig in de kampen.

De dag begon met een bezoek aan een van de registratiecentra van UNHCR waar nieuwe vluchtelingen binnenkomen en geregistreerd worden. Daarna heeft de delegatie een voedseldistributielocatie van het WFP bezocht. Aansluitend vond een gesprek plaats met een aantal Rohingya vrijwilligers die zich binnen de kampen inzetten voor het tegengaan van gender based violence en het vergroten van de veiligheid en stabiliteit in het algemeen. Dit gesprek werd gevolgd door een bezoek aan een productielocatie voor jute-producten, waar vluchtelingen de mogelijkheid krijgen een aantal uur per maand te werken en producten zoals tassen te produceren die verkocht worden op de lokale markt. Vervolgens heeft de delegatie geluncht met een aantal vluchtelingen bij een vrouwenmarkt en gesproken over eventuele terugkeer en mogelijke duurzame oplossingen voor de vluchtelingen.

In de middag heeft de delegatie samen met IOM een aantal projecten bezocht en meer geleerd over de logistiek en infrastructuur van de kampen, die erg kwetsbaar zijn voor zaken als branden. Ook heeft de delegatie een bezoek gebracht aan het Rohingya Cultural Memory Center en het project daaromtrent gericht op mentale gezondheid en psychosociale zorg (MHPSS).

In totaal worden er bijna een miljoen Rohingya vluchtelingen opgevangen in Bangladesh, in tijdelijke opvangkampen. Het beleid van de Bengaalse overheid blijft gericht op zo spoedig mogelijke terugkeer van de vluchtelingen naar Myanmar. Men beseft dat dit op de korte termijn niet zal gebeuren, maar is toch terughoudend om de vluchtelingen permanente voorzieningen of status te geven uit angst dat zij nooit meer terug zullen keren. Dit maakt dat beleid er nu vooral op gericht is de status quo in stand te houden. Hierbij rekent Bangladesh op steun van de internationale gemeenschap.

De financiering vanuit de internationale gemeenschap neemt echter af, onder anderen door crises elders in de wereld zoals de aardbeving in Turkije en Syrië en de oorlog in Oekraïne. Op de dag dat de delegatie in Cox’s Bazaar was (1 maart 2023), werd vanwege het financieringstekort een eerste korting op de voedselrantsoenen van het WFP doorgevoerd (van 12 dollar per maand naar 10 dollar per maand). Per 1 april is dit verder gekort naar 8 dollar en indien daarna nog geen extra financiering beschikbaar zou komen, zouden voedselrantsoenen alleen nog beschikbaar worden gesteld voor de meest kwetsbaren.

De opvang van Rohingya vluchtelingen is een proces van de lange adem. Er is geen zicht op terugkeer naar Myanmar op de korte termijn. Het is daarom van groot belang om toekomstperspectief te bieden voor de mensen in de kampen, zoals onderwijs en mogelijkheden om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Op dit moment is het niet mogelijk voor de vluchtelingen om legaal te werken in Bangladesh. Dit betekent dat zij op zoek gaan naar andere bronnen van inkomsten. Criminaliteit en onzekerheid in de kampen nemen toe. Veel proberen ook door te reizen naar elders in Azië. In de gesprekken die de delegatie heeft gevoerd met Rohingya vluchtelingen was de wens voor onderwijs, werk en toekomstperspectief een belangrijk terugkerend thema, net als de veiligheid in de kampen.

Donderdag 2 maart – Dhaka

De laatste dag van het werkbezoek aan Bangladesh begon met een ontbijtbijeenkomst met de vice rector en een aantal studentes van de Asian University for Women, een in Bangladesh gevestigde universiteit die onderwijs biedt aan vrouwelijke studenten vanuit heel Azië, waaronder uit de Rohingya vluchtelingenkampen en vrouwelijke studenten uit Afghanistan. Na de machtsgreep van de Taliban in 2021 heeft de universiteit zich ervoor ingezet zoveel mogelijk Afghaanse studentes naar de universiteit in Bangladesh te krijgen.

De universiteit zet zich, naast het bieden van onderwijs, ook in voor het creëren van een internationaal netwerk waarin de studentes door kunnen groeien. De toelatingseisen van de universiteit bieden ruimte om de eerste drie jaar te besteden aan bijscholing en het behalen van het juiste niveau. Veel studentes studeren na afstuderen in Bangladesh verder aan internationale universiteiten.

Tijdens de bijeenkomst heeft de delegatie ook gesproken met vier studentes die hun persoonlijke verhaal hebben gedeeld. Zij benadrukten het belang voor gelijke kansen voor vrouwen en meisjes voor de ontwikkeling van een samenleving als geheel.

De dag werd vervolgd met een rondetafelgesprek met een aantal partners van Nederland in Bangladesh op het gebied van LHBTQI+ en vrouwenrechten. De ambassade werkt met deze organisaties samen in een aantal strategische partnerschappen, zoals Our Voice Our Future, Power of Pride, Women Gaining Ground en Right Here Right Now. Met vertegenwoordigers van verschillende organisaties binnen deze partnerschappen heeft de delegatie van gedachten gewisseld over thema’s als criminalisering van homoseksualiteit, (mentale) gezondheidszorg, bewustwording in de samenleving, het creëren van safe spaces, het doorbreken van taboes en stigma’s, en het belang van onderwijs.

De meeste LHBTQI+-projecten in Bangladesh opereren (noodgedwongen) onder de radar. Seksueel contact tussen mensen van hetzelfde geslacht is strafbaar in Bangladesh. Voor transseksualiteit is een bepaalde tolerantie, door de culturele erkenning voor hijra’s in Zuidoost Azië (personen geboren als man, met vrouwelijke genderidentiteit). Gesprekspartners gaven aan dat ook de tolerantie voor deze groep beperkt is. Actieve vervolging van LHBTQI+-personen is relatief beperkt, maar dit heeft ook te maken met het feit dat deze groepen zo veel mogelijk buiten de openbare ruimte blijven.

Voor de vrouwenrechtenbeweging is er iets meer ruimte om in de openbare ruimte projecten uit te voeren, maar ook hier heeft men te maken met veel stigma’s en taboes. Onder druk van islamitische partijen is seksuele voorlichting bijvoorbeeld geschrapt uit het curriculum. Gesprekspartners gaven aan dat er pleitbezorgers zijn in de politiek en het parlement, maar dat ook zij vooral achter gesloten deuren opereren en (nog) niet in het publieke debat.

Gesprekspartners vanuit alle organisaties benadrukten het belang van intersectionaliteit en het samen optrekken van verschillende minderheden en organisaties in hun strijd tegen de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Bangladesh.

Vervolgens heeft de delegatie een bezoek gebracht aan het Ministerie van Landbouw en gesproken met de Minister van Landbouw, dhr. Mohammad Abdur Razzaque. Met hem heeft de delegatie van gedachten gewisseld over de samenwerking tussen Nederland en Bangladesh op het gebied van watermanagement en landbouw. Op dit terrein wordt ook veel samengewerkt met Nederlandse universiteiten, zoals Wageningen. Bangladesh produceert met name groenten, mango’s en rijst. Export gaat nu vooral naar de Arabische Emiraten, maar het land werkt aan het behalen van de juiste standaarden voor export naar de EU en de VS. Ook is gesproken over de kwetsbaarheid van Bangladesh voor klimaatverandering.

Aansluitend heeft de delegatie een bezoek gebracht aan het parlement, waar gesproken is met de ondervoorzitter, dhr. Shamsul Hoque Tuku en een aantal leden van de commissie Buitenlandse Zaken. Met hen is van gedachten gewisseld over de recente ontwikkelingen in Bangladesh en de regio, en over de samenwerking tussen Nederland en Bangladesh. De delegaties zien vooral kansen op het gebied van water, landbouw, groene energie, ICT en duurzame kleding- en textiel.

Vanuit het parlement werd aandacht gevraagd voor de overgang van Bangladesh naar middeninkomensland en de transitie van EBA naar GSP+. Ook door het parlement werd gevraagd om een langere overgangsperiode. Daarnaast sprak het parlement dank uit voor de Nederlandse steun bij de opvang van de Rohingya vluchtelingen en vroeg dit in de toekomst voort te zetten.

Het werkbezoek werd afgesloten met een receptie waar verschillende gesprekspartners vanuit alle verschillende thema’s die behandeld zijn tijdens het werkbezoek aanwezig waren.

Naar boven